Van de boerderij naar de Senaat
Bedankt, voorzitter. Ook dank aan alle collega’s hier in de zaal. Het valt mij in de eerste maanden op dat er in deze Kamer op een prettige manier politiek bedreven wordt: altijd scherp op de inhoud, met aandacht en waardering voor elkaar, en er wordt elkaar iets gegund. Menselijke politiek, fijn!
Voordat ik met u in de Wet maatwerkaanpak PAS-projecten duik, maak ik graag gebruik van de mogelijkheid om iets persoonlijks te vertellen, omdat het vandaag de eerste keer is dat ik spreek in de plenaire zaal. Dat doe ik aan de hand van twee regels uit het paspoort die ieder mens vormen: wanneer je geboren bent en waar je geboren bent.
Voorzitter. Ik ben geboren op 19 januari 1990. Dat betekent niet alleen dat ik twee weken geleden mijn 36ste verjaardag vierde; dat betekent ook dat ik het jongste lid van deze Kamer ben. Voor mij is het zijn van de jongste senator meer dan een statistiek. Het voelt ook als een extra verantwoordelijkheid om jongere generaties in deze Kamer te vertegenwoordigen.
Het is belangrijk wanneer je geboren bent, omdat de gebeurtenissen en omstandigheden in de wereld jou en je generatie vormen. Mijn generatie groeide op in de jaren negentig, een tijd die door de filosoof Francis Fukuyama treffend werd omschreven als “het einde van de geschiedenis”. Het einde van de geschiedenis, waarin na de val van de Muur en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bijna de hele wereld de liberale democratie omarmde als beste bestuursvorm, waarin wereldwijd de welvaart tot ongekende hoogten kon groeien dankzij vrije internationale handel en waarin we met de millenniumdoelen van de Verenigde Naties eensgezind armoede, honger en ziekte de wereld uit zouden helpen. In die jaren negentig van vrijheid, vooruitgang en optimisme groeiden mijn generatiegenoten en ik op. Hoe groot is dan het contrast met de wereld van nu, waarin de democratie in toonaangevende landen snel en hevig afbrokkelt, waarin handel geen bron van welvaart meer is maar een onderdrukkend machtswapen en waarin er oorlog op ons continent is en oorlog in hybride vorm steeds vaker in ons eigen land opduikt. Juist in deze wereld voelt het als een grote verantwoordelijkheid om jongere generaties hier te vertegenwoordigen.
Toen ik elf jaar geleden voor het eerst in de Provinciale Staten van Gelderland werd verkozen, was ik ook de jongste. Vaak werd er gezegd dat het goed was dat er jonge mensen zoals ik in de politiek zaten, want wij zouden nog het langste met de gemaakte politieke keuzes te leven hebben. Maar volgens mij doet dat het belang van jonge mensen in de politiek tekort, want de wetten die wij hier behandelen, raken jongeren soms juist harder dan oudere generaties. Ik denk bijvoorbeeld aan het woningtekort, waardoor honderdduizenden jongeren nu al jaren langer bij hun ouders wonen. Ik denk aan coronalockdowns, die bij tieners en twintigers extra hard zijn aangekomen. Juist in die levensfase van ontdekken en experimenteren komt een sociaal isolement extra hard aan. En ik denk aan de reëele dreiging van oorlog. Het is vanuit het comfortabele leven in Nederland onvoorstelbaar dat het mijn generatiegenoten zijn die nu, op dit moment, ook voor onze vrijheid vechten aan de frontlinie in Oekraïne. Daarom doe ik een oproep aan de partijen die in de loop van dit jaar hun kieslijsten voor de Eerste Kamer gaan maken: ga actief op zoek naar jonge mensen die geschikt zijn voor een rol in de senaat, want slimme, jonge mensen die dit werk kunnen doen, bestaan echt. Dan hoop ik dat over anderhalf jaar de jongste senator niet ergens halverwege de 30 is, maar hoogstens halverwege de 20.
Voorzitter. Dan volgt de vraag waar ik die 19 januari 1990 dan geboren ben. Dat was in het oude stadsziekenhuis van Kampen, in Overijssel. Ik groeide op op het Kampereiland, op de melkveehouderij van mijn ouders. Het is een echt familiebedrijf. Toen ik jong was, werkte mijn opa nog dagelijks op de boerderij en werkte mijn vader buiten de deur. Toen mijn opa ouder werd en steeds minder kon werken, was mijn vader vaker thuis op de boerderij. Gezamenlijk bouwden mijn ouders in die tijd aan een tweede tak: een zorgboerderij waar ze kinderen en jongeren opvangen en waar de belangrijkste behandelmethode bestaat uit bezig zijn op de boerderij, werken met dieren en genieten van het buitenleven. Wie opgroeit op het Kampereiland, is onderdeel van een kleine maar hechte plattelandsgemeenschap waar de school, de kerk, een ontmoetingscentrum en ons erf het kloppende hart van vormen.
Voorzitter. Veel jongens die op die plattelandsschool zaten, gingen meteen na school hun vader helpen op de trekker of in de melkput, maar ik niet. Ik zag een andere toekomst voor me. Na de middelbare school ging ik Economie en Beleid studeren in Wageningen. Eigenlijk was dat voor niemand een verrassing, want hoezeer ik ook hou van het leven op de boerderij, nog sterker is mijn passie en interesse voor de grotere wereld daaromheen op het gebied van landbouw en natuur. Al toen ik een jaar of 15 was, had ik met mijn vader en opa discussies aan de keukentafel over de koers van de landbouw. Dat waren ook felle discussies, bijvoorbeeld over het afschaffen van het melkquotum. Past een productieplafond nog bij de eenentwintigste eeuw of moeten we accepteren dat de zuivelmarkt een wereldmarkt is? Het besluit van bijna twintig jaar geleden heeft nog steeds grote impact op de melkveehouderij van vandaag.
Voorzitter. Dat de oudste zoon van een boerenbedrijf gaat studeren en voor een politieke carrière kiest, is geen vanzelfsprekendheid. Ook mijn broertje en zusjes hebben nooit de ambitie gehad om boer te worden. Het bedrijf van mijn ouders is daarmee een van de vele boerenbedrijven zonder bedrijfsopvolger. Natuurlijk is een familiebedrijf dat van generatie op generatie wordt doorgegeven, bijzonder en waardevol. Dat gaat echter niet gebeuren. In de waarden die ik van mijn ouders heb meegekregen, zit namelijk iets wat nog belangrijker is: laat je niet leiden door traditie, maar maak gebruik van de talenten die je gekregen hebt en zet ze in, niet alleen voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen, voor de wereld en voor elkaar.