Buurtkracht – Maidenspeech Roos Bentum

D66-raadslid Roos Bentum sprak op 22 oktober jl. haar Maidenspeech uit, tijdens de behandeling van de “Inkoopstrategie Buurtkracht”. Hieronder een weergave van haar Maidenspeech en de visie van D66 op de inzet en inkoop van Buurtkracht.

Roos Bentum - Beeld: Marcel J. de Jong

Hoofdpijn

Voorzitter, leden van de raad, vrienden en familie op de tribune, thuis en de inwoners van Assen, die meekijken.

Voorzitter, hoofdpijn. Dat is wat ik de afgelopen weken heb gehad. Hoofdpijn van onderzoeken, uitpluizen, wetgeving spitten en doorlezen van jurisprudentie. Hoofdpijn die ik ook heb bezorgd aan mijn fractiegenoten. Wie mij kent, weet dat ik een pietlut ben. Iemand die niet schroomt om tegen de gevestigde orde in te gaan als ik zie dat er iets juridisch rammelt. Dan ben ik standvastig en wijk ik niet af van mijn koers.

Decentralisatie

Ik neem u mee terug naar 1 januari 2015. Ik was 8 jaar oud, maar ik weet het nog als de dag van gisteren. Thuis was er boosheid, spanning en verdriet. 1 januari 2015 was de dag van de grote decentralisatie van de zorg.

Mijn broertje werd dat jaar vijf. Een bijzonder jongetje, met een chromosoomafwijking. De decentralisatie had voor ons gezin enorme gevolgen. Mijn broertje viel onder de Zorgverzekeringswet voor verpleging en verzorging, maar de wetgever was vergeten dat kinderen zoals hij een heel specifieke, hoge medische begeleidingsvraag hebben. Eén verkeerd geïnterpreteerd woord in een wettekst zette ons gezin maandenlang met de rug tegen de muur.

Daar werd het zaadje gepland voor mijn politieke drijfveer en mijn keuze voor de rechtenstudie. Ik beloofde toen: als ik later de kans krijg om te voorkomen dat gezinnen zo vastlopen door politieke keuzes, dan doe ik dat. En vandaag sta ik hier om die belofte in te lossen. De brug naar Buurtkracht is snel gemaakt. Ook hier verhuizen taken en verantwoordelijkheden.

Laat ik vooropstellen, dat ik voorstander ben van Buurtkracht, goede algemene voorzieningen, dichter bij de mensen, sneller hulp en minder bureaucratie dat juich ik toe.

Maar voorzitter: dit mag nooit ten koste gaan van de rechtsbescherming van onze inwoners. Rechtsbescherming is geen bijzaak maar het is het fundament onder álles wat we als overheid doen.

En hier komt mijn hoofdpijn vandaan. Dreigen we hier niet exact dezelfde fout te maken als in 2015?
De wettelijke definities in de Wmo 2015 en de Jeugdwet laten geen enkele ruimte voor eigen interpretatie. Dat is niet alleen mijn mening als pietlut, dat is bevestigd door de Rechtbank Noord-Nederland in november 2025 en door meerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.

Heldere wetgeving

De wet is helder:
Algemene zorg is voorziening zonder uitvoerig onderzoek, zonder wachttijden en niet afhankelijk van individuele persoonskenmerken of beperkingen. Zodra we wél kijken naar specifieke persoonskenmerken of beperkingen van een zorgvrager, spreken we over maatwerk. En bij maatwerk horen een officiële beschikking, een zorgvuldige indicatie én een geborgd keuzerecht.

Het actief wijzen op het recht van een beschikking en keuzerecht is onvoldoende om de rechtsbescherming van onze inwoners volledig te borgen. Daar hoort ook pro-actief handelen van de gemeente bij. Altijd een beschikking bij zorg die gericht is op het individu en rekening houdt met de persoonskenmerken en beperkingen.
Het inperken van dat keuzerecht treft niet alleen onze kwetsbaarste inwoners, maar raakt ook onze lokale, betrokken zorgverleners een zorg die ook vanuit meerdere kanten naar mij is geuit.

Vragen aan het college

Voorzitter, ik dien vanavond geen amendement in, maar ik vraag hier om heldere antwoorden van het college.
De volgende vragen heb ik aan de wethouder:

  • Is het college het met D66 eens, dat er pro-actief een beschikking moet worden afgegeven, zodra de zorg individueel wordt? Zoals de definitie van maatwerk beschrijft? En dat we niet er van uit mogen gaan, dat inwoners zelf deze juridische kennis in huis hebben?
  • Kan het college toezeggen, dat inwoners met een individuele hulpvraag, waarbij rekening moet worden gehouden met persoonskenmerken of beperkingen, niet bij de algemene voorziening wordt ondergebracht.
  • Ziet het college in, dat begeleiding basis en begeleiding basis plus overhevelen naar algemene voorzieningen, in strijd is met de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en de uitspraken van het CRvB? Aangezien het over het algemeen, op de persoon gerichte zorg is. Waar ook de aanbesteding advocaat naar wijst in zijn kanttekeningen.
  • Is het college bereid om de definities van ‘algemene voorziening’ en ‘maatwerk’ in de overeenkomsten en de verordening alsnog exact en naadloos in lijn te brengen met de landelijke wetgeving en jurisprudentie, om te voorkomen dat inwoners straks bij de rechter gelijk moeten halen?

Tot slot

Vandaag sta ik hier, met mijn maidenspeech, als trotse jonge democraat, als de rebel van D66 Assen, maar vooral als zus. Als trotse zus van mijn gehandicapte broertje.

Van achter een bureau is het heel makkelijk te bedenken, hoe het zou moeten, klinkt het fantastisch, alleen moet de uitvoering anders, moet beter, met de consequenties voor mensen zoals mijn broertje, niet in het achterhoofd, maar op de voorgrond. Daarvoor is de wet- en regelgeving helder, laten we ons daar dan ook aan vasthouden.


Dank u wel.

Roos Bentum