Evaluatie Purmerendse Participatie

Tijdens de commissie Algemeen-Ruimte is gesproken over de Evaluatie van de Nota Purmerendse Participatie. Het onderwerp stond ter meningsvorming op de agenda. Dat betekent dat de commissie geen besluit neemt, maar het college input meegeeft voor een volgende stap. In dit geval wilde het college ophalen wat er volgens de raad in de nieuwe participatieverordening moet worden opgenomen en welke aanbevelingen we willen meegeven aan de volgende gemeenteraad.
Die nieuwe gemeenteraad zal in het tweede of derde kwartaal van dit jaar de participatieverordening vaststellen. De opbrengsten van deze bespreking vormen daarvoor de basis.

Beeld: D66

Participatie vraagt meer dan goede bedoelingen

Namens D66 benadrukte Astrud Wildschut dat participatie nooit eenvoudig is. Wat voor de één voelt als een zorgvuldig proces, kan voor een ander voelen als onvoldoende gehoord worden. Meedoen betekent bovendien niet automatisch dat iedereen zijn zin krijgt. Juist daarom vraagt participatie om zorgvuldigheid, duidelijke verwachtingen en transparantie.

De evaluatie laat zien dat het verwachtingenmanagement beter kan. De intentie van de gemeente is vaak goed, maar komt niet altijd zo over. Dat geluid horen we ook buiten het stadhuis. Dat maakt participatie kwetsbaar, maar ook des te belangrijker.

Vertrouwen vraagt om serieus luisteren én terugkoppelen

Een belangrijk aandachtspunt is de terugkoppeling. Inwoners ervaren die nu niet altijd als voldoende of structureel. Voor D66 geldt: je kunt daar eigenlijk nauwelijks te ver in gaan. Als inwoners meedenken, moeten zij ook kunnen zien wat er met hun inbreng gebeurt.

Daarbij mogen we ook naar onszelf kijken. Niet lang geleden besloot de raad de Referendumverordening in te trekken. Tegelijkertijd laat de evaluatie zien dat inwoners dit anders ervaren. Dat onderstreept hoe belangrijk het is om scherp te blijven op hoe participatie wordt beleefd, niet alleen hoe zij bedoeld is.

Voor D66 is de nieuwe participatieverordening meer dan een wettelijke verplichting. Het is een instrument om inwoners écht mee te laten doen, de lokale democratie te versterken en het vertrouwen tussen gemeente en samenleving te verdiepen.
Participatie is voor D66 breder dan alleen formele trajecten. Ook signalen die inwoners delen via gesprekken, brieven, wijkbezoeken of initiatieven verdienen aandacht. Niet alles weegt even zwaar, maar alles verdient erkenning.

D66 pleit voor duidelijke uitgangspunten in de verordening: inwoners moeten vooraf weten wanneer participatie aan de orde is, welke invloed zij hebben en wat er met hun inbreng gebeurt. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor maatwerk. Geen dichtgetimmerde procedures, maar wel heldere afspraken en een motiveringsplicht als participatie niet plaatsvindt.

Ook de raad moet goed geïnformeerd worden. Bij belangrijke besluiten hoort een duidelijk participatieverslag, zodat de raad haar rol goed kan vervullen.

Tot slot sprak D66 zich uit voor een open toepassing van het Uitdaagrecht. Inwoners en initiatieven moeten de ruimte krijgen om met voorstellen te komen, zonder vooraf strakke thematische beperkingen. Wel met duidelijke criteria voor kwaliteit, uitvoerbaarheid en draagvlak.

Dit alles sluit aan bij het verkiezingsprogramma van D66 Purmerend, waarin vroege en brede betrokkenheid van inwoners centraal staat. Niet als los instrument, maar als onderdeel van een sterke, democratische cultuur.