Investeren in duurzame verbinding met het oog op een eeuw

Tijdens de laatste commissie Bereikbaarheid & Energie spraken we over de Statenbrief Variantevergelijking fiets- en wandelbrug Nieuwer Ter Aa. De discussie over de mogelijke komst van deze brug gaat over veel meer dan een oversteek en de kosten van aanleg over het Amsterdam-Rijnkanaal. Het gaat over bereikbaarheid, veiligheid, landschap en vooral over de vraag: hoe lang willen we dat onze keuzes meegaan?

Beeld: Provincie Utrecht

Eerdere inzet

Dankzij de inzet van onze vorige D66 Gedeputeerde, Robert Strijk, is er vier jaar geleden in Den Haag extra financiële ruimte vrijgemaakt om dit project überhaupt mogelijk te maken. Dat is geen detail, maar een belangrijke voorwaarde onder de huidige plannen. En dat was nodig want Rijkswaterstaat had al eerder besloten de bestaande pont om veiligheidsreden definitief uit de vaart te nemen. Het laat zien dat goede regionale lobby en samenwerking met het Rijk daadwerkelijk verschil maken voor de leefbaarheid, zeker ook in dorpskernen waarvan wij zeggen dat wij dat belangrijk vinden, in onze provincie.

De waan van de dag

Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn over de horizon waarop we besluiten nemen. Een fietsbrug is geen tijdelijke voorziening. We bouwen hier niet voor tien jaar, maar voor een periode van tachtig tot mogelijk honderd jaar. Dat vraagt om keuzes die robuust, technisch, financieel en maatschappelijk verantwoord zijn. Het vraagt ook om de bereidheid om door de waan van de dag heen te kijken. Dat de kosten hoger uitvallen dan destijds is begroot, is iets om goed over na te denken en mee te nemen in de afweging: tien miljoen Euro.
 
Tijdens de laatste Praten met de Staten is er een alternatief naar voren gebracht: een houten brug die goedkoper zou zijn. Dat klinkt aantrekkelijk in termen van duurzaamheid en uitstraling. Maar tot op heden ontbreekt een onderbouwing die antwoord geeft op de kernvragen die daarbij horen. Is het technisch haalbaar binnen deze overspanning en belasting?

Is het werkelijk goedkoper qua levensduur, als we onderhoud en vervanging meenemen? En minstens zo belangrijk: hoe zit het met brandveiligheid, duurzaamheid onder intensief gebruik en de structurele onderhoudslast over decennia? Zonder die onderbouwing blijft het een interessante gedachte, maar geen volwaardig alternatief om een besluit op te baseren.

Op werkbezoek

De variantenstudie laat zien dat er zorgvuldig is gekeken naar inpassing, natuurwaarden, cultuurhistorie en gebruik. De verschillen tussen de varianten zitten niet alleen in geld, maar juist in effecten op landschap, proceduretijd en uitvoerbaarheid. Dat maakt de afweging complex, maar ook des te belangrijker dat we die zorgvuldig en transparant maken.
 
Daarom is het goed dat Provinciale Staten binnenkort zelf op werkbezoek gaan. Niet om nog meer meningen op te halen, maar om met eigen ogen te zien waar de keuzes over gaan: de ruimte, de omgeving, de knelpunten en de mogelijkheden. We zullen dan ook goed kijken naar de inpassing van de toekomstige burg met het oog op cultuurhistorische waarden van het omliggende gebied. Juist dat helpt om een besluit te nemen dat niet alleen technisch klopt, maar ook maatschappelijk te dragen is.

Uiteindelijk is dit precies waar provinciaal bestuur voor staat: niet de makkelijkste weg kiezen, maar de beste weg voor de lange termijn. En mocht de fiets- en wandelbrug er gaan komen dan weet ik ook al een mooie naam, waarvan ik hoop dat hij hem zelf komt openen, voor deze duurzame verbinding met het oog op honderd jaar: de Robert Strijkbrug.