Het Utrechts Programma Landelijk Gebied

Waar staan we en wat vinden we ervan?

Beeld: D66

Het politieke seizoen komt snel op stoom dit jaar. Dezer dagen behandelen we het Programma Landelijk Gebied – misschien wel het belangrijkste onderwerp deze Statenperiode. In elk geval voor de portefeuilles van mij en Marianne. In het UPLG komen alle onderwerpen samen die van belang zijn voor, inderdaad, het landelijk gebied: water, natuur, bodem, klimaat en landbouw.
Waar gaat het dan precies over? De komende jaren wil de provincie nieuwe natuur realiseren en bestaande natuur herstellen. Het Natuurnetwerk wordt afgemaakt, er wordt bos aangeplant, de verdroging op de Utrechtse Heuvelrug wordt aangepakt, de Natura 2000-gebieden worden hersteld en de bescherming ervan verbeterd.
Dat is nog niet alles. Ook waterkwaliteit heeft een prominente plaats in het UPLG. In brede zin: schoon water als voorwaarde voor gezonde natuur, maar ook schoon water als voorwaarde voor schoon drinkwater. En er is meer, zoals klimaatadaptatie (denk aan meer groen in de stad om hittestress te voorkomen, of meer ruimte voor waterberging om overstromingen te voorkomen), en klimaatmitigatie (het terugdringen van CO2- en methaanuitstoot bijvoorbeeld, zodat we klimaatverandering maximaal beperken).

Landbouwopgave

Het UPLG gaat dus eigenlijk overal over. Tegelijkertijd is het logisch dat de discussie voornamelijk gaat over het UPLG als landbouwopgave. Veel van wat ik hierboven omschrijf raakt linksom of rechtsom aan de landbouw. In het veenweidegebied moeten boeren gaan werken met hogere waterpeilen, om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Boeren en fruittelers moeten minder (of andere) gewasbeschermingsmiddelen gaan gebruiken, om het grondwater (en daarmee ons drinkwater) te beschermen. En natuurlijk komt alles samen in het stikstofdossier. Alleen als de landbouw erin slaagt om de emissie van stikstof te reduceren, kan de natuur zich herstellen. En alleen als die stikstofreductie een feit is, kan de vergunningverlening op gang komen. Dat is superbelangrijk. Niet alleen voor boeren die nu zonder een geldige vergunning zitten (denk aan de PAS-melders) of die willen uitbreiden, maar ook voor alle andere dingen waarvoor een natuurvergunning nodig is.
Niet gek dus dat het gesprek afgelopen 6 januari bij Praten met de Staten voornamelijk daar over ging. De uitdaging is een nieuwe, natuurinclusieve landbouwsector vorm te geven, die minder op zo hoog mogelijke productiviteit is gericht en daarmee een minder grote impact heeft op de omgeving en het milieu.

Verplicht

Anders dan voorheen is deelname aan dat doel niet langer alleen maar vrijwillig. De komende jaren kunnen boeren met ondersteuning van de provincie op hun eigen manier aan de slag met hun opgave, maar aan het einde van de rit zijn de doelen wel verplicht. Wij staan daar achter. De afgelopen jaren is gebleken dat een zuiver vrijwillige benadering niet leidt tot natuurherstel (en we dus ook niet van het ‘stikstofslot’ komen). Bovendien: alleen door doelen verplicht te stellen, kunnen we de rechter overtuigen van de haalbaarheid van die doelen. En alleen zo kunnen we dus voorkomen dat vergunningen na verloop van tijd weer worden ingetrokken. De PAS-melders kunnen erover meepraten wat er gebeurt als je opeens zonder geldige vergunning zit.
Een deel van de insprekers – en daar waren ook boeren bij – was enthousiast over de plannen. Ze werken vanuit hun dagelijkse praktijk ook nu al hard aan stikstofreductie en natuurverbetering. Andere boeren die we spraken zijn welwillend, maar maken zich zorgen over de haalbaarheid – voor hun eigen bedrijf en voor de sector – en voor de gevolgen als ze niet zouden kunnen voldoen aan de (uiteindelijke) verplichtingen. Weer anderen zijn niet overtuigd van de urgentie van het stikstofprobleem, en daarmee dus ook niet van de noodzaak van de ingrijpende maatregelen.

Financiering

Bij zowel voor- en tegenstanders bestaan zorgen over de betaalbaarheid, de financiering en het verdienvermogen. Die zorgen zijn natuurlijk begrijpelijk. De transitie naar natuurinclusieve landbouw gaat heel veel geld kosten. Die kosten kunnen boeren niet alleen dragen. En het is logisch dat ze geen vertrouwen hebben in het langetermijnperspectief. De korte termijn regeert al een tijdje in ons land.
Er ligt ongeveer 280 miljoen klaar om het UPLG te financieren. Maar dat is op die langere termijn niet genoeg en de provincie kan de kosten dan niet meer dragen. Het is cruciaal dat een nieuw kabinet flink de portemonnee trekt om de transitie van de landbouw te ondersteunen. En dat ook navolgende kabinetten dat blijven doen. Want alleen dan kan onze provincie langlopende beheercontracten afsluiten met boeren voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer, en dat ANLB volledig vergoeden. Alleen dan houden we de landbouwsector aantrekkelijk houden voor partijen als de Rabobank en ABN AMRO om in te investeren. En alleen dan krijgen boeren de kans om te verduurzamen en tegelijkertijd winstgevend te blijven – of zelfs winstgevender te worden. En, last but not least, alleen dan kunnen we het vertrouwen van de boeren in de politiek herstellen. Met consistent beleid, consistente financiering en consistente regelgeving.
Ook dan blijft de uitvoering van het UPLG voor sommige boeren een hard gelag. Boeren die niet geloven in de noodzaak, zullen toch mee moeten in de transitie. Maar ook voor boeren die nu al natuurinclusief werken, zijn de gevolgen soms bitter. Stel, je hebt een boerenbedrijf, je zet nu al vol in op natuurbeheer en je werkt al op allerlei manieren aan stikstofreductie, dan nog kan het zo zijn dat je je bedrijf niet kan doorzetten. Of in elk geval niet op dezelfde plek.
Dat lot dreigt voor een aantal boeren die vlakbij een Natura 2000-gebied zitten. Tijdens Praten met de Staten kwamen er twee aan het woord. Wij hebben er vertrouwen in dat de provincie er alles aan zal doen om samen met die boeren een goede oplossing te vinden, maar we kunnen ons de frustraties en het verdriet goed voorstellen. Hoe noodzakelijk ook, deze transitie kent helaas ook verliezers.

Maatwerk

‘Samen met de boeren’ is trouwens in alles het credo. Het komt erop aan de papieren werkelijkheid van het UPLG om te zetten in echte veranderingen. Dat kan alleen in nauwe samenwerking tussen boeren, natuurbeheerders, waterschappen en de provincie. Met een aanpak die per gebied (of zelfs per boerenbedrijf) anders zal zijn. Want ook al kan het lijken alsof het plan over de boeren wordt uitgestort, de uitvoering is altijd maatwerk.