Terugblik Statencommissie 21 januari 2026

In de commissievergadering van 21 januari kwamen de nieuwe dienstregeling van het OV-Bureau, Agenda voor Herstel, de Boardletter van de accountant, Groningen en Partners en de Nota verbonden partijen aan bod. Lees hier wat D66 hierover heeft gezegd!

Dienstregeling OV-Bureau 2026

Voor D66 is één ding leidend bij de ontwerp-hoofdlijnen dienstregeling: betrouwbaar OV. Als de bus door beleidskeuzes op de weg structureel langzamer wordt, dan is het onacceptabel dat we dit vervolgens “oplossen” door het OV uit te kleden met minder ritten of omleidingen. 

In het ontwerp wordt duidelijk gemaakt dat het versneld verlagen van 50 naar 30 km/u in de stad Groningen extra rijtijden veroorzaakt en daarmee extra kosten veroorzaakt (geraamd op € 650.000 per jaar). Het OV-bureau is met de gemeente in gesprek over compenserende maatregelen. Maar, als die maatregelen niet of onvoldoende gerealiseerd worden, dan volgen voorbeelden die wat D66 betreft echt een stap de verkeerde kant op zijn: minder frequentie, omrijden/route-aanpassingen, en verschraling van ontsluiting van wijken.

Daarom heeft D66 gepleit bij de gedeputeerde om er alles aan te doen om zo goed mogelijk de dienstregeling in stand te houden ondanks de verlaging van de maximumsnelheid in de binnenstad.

Agenda voor Herstel

De eerste inhoudelijke indruk van de Agenda was vooral: wat een brij aan woorden die heel weinig zeggen. Veel ambities, veel containerbegrippen, maar wat doen we nu echt? Groningen heeft behoefte aan minder overleg en meer uitvoering
De Agenda zet zwaar in op samenwerking, overlegstructuren, leren en afstemming. Dat is logisch, gezien het verleden, maar opvallend is dat harde resultaatverplichtingen voor inwoners relatief weinig concreet zijn uitgewerkt.

De lokale stuurgroep wordt dé spil: prioritering, afstemming, oplossen van knelpunten, signaleren van systeemdrempels. Dit is een duidelijke koerswijziging richting decentraler sturen. Tegelijk blijft formeel mandaat grotendeels bij afzonderlijke organisaties. Veel overleglagen en veel overlegmomenten betekent risico op vertraging. Stuurgroepen, directeurenoverleg, VOG, escalaties: dit kan allemaal leiden tot lange besluitvormingstijden, en proces boven resultaat. Wij willen juist versnellen, niet vertragen. Voorkom daarom bestuurlijke spaghetti met veel overlegmomenten.

Bij de tweede actielijn staat dat we lokaal problemen oplossen en dat we afwijken van regels als dat ruimte geeft voor maatwerk. Er moet duidelijkheid zijn voor inwoners. Er moet een gelijke aanpak zijn voor iedereen. Niet afhankelijk van waar je woont. 

En een ander risico: er wordt veel gezegd over “leren van elkaar”, maar nergens staat hoe we voorkomen dat elk gebied zelf gaat pionieren zonder dat succesvolle werkwijzen echt worden opgeschaald. Dan worden inwoners afhankelijk van de plek waar ze wonen, en dat is nu precies wat we niet willen. Wat uiteindelijk het meest opvalt, is dat deze Agenda vooral procesmatig is en weinig nieuws bevat.

Boardletter accountant

We zien dat IT en digitalisering beter gaat dan wat we in de eerdere jaren hebben gelezen in de boardletter. Dat doet ons vreugd. Nu is het vooral de dreiging van cyberincidenten en nieuwe wetgeving wat toenemende aandacht vraagt. Besluitvorming over cyberdreigingen gaan ook ter kennisname naar de Provinciale Staten en dat juichen wij toe. Gedeputeerde Staten gaan veel van de aanbevelingen uitvoeren en we hopen ook dat hier tijd en geld voor wordt vrijgemaakt. 

Maar we maken ons ook wel een beetje zorgen: Medewerkers zijn zwaar belast, dit zal zeker nog een jaar zo duren. Het financieel systeem heeft een grote impact, en dat begrijpen wij, maar dit brengt wel risico’s met zich mee. Er komen grote uitdagingen aan en we moeten ook door ontwikkelen.. De accountant stelt: er liggen veel taken bij Financiën & control.  Dit leidt tot mogelijke capaciteitsproblemen. Ook later stelt de accountant: Wij adviseren u om voldoende capaciteit beschikbaar te stellen voor een soepel proces voor financieel systeem. We willen voorkomen dat er mensen uitvallen door de drukte, dus is het niet verstandig om hier vroegtijdig op in te grijpen? Moet hier geld bij? Voor ons heeft dit prioriteit. 

Accountant vraagt ook naar blijvende aandacht voor cultuur en gedrag: Hier hebben wij het eerder ook over gehad. Maar ik zie het nu weer staan: aandacht voor cultuur en gedrag. We willen wel echt naar die verandering toe: en dit kan ook gepaard gaan met een nieuw financieel systeem, maar cultuurverandering heeft wel meer voeten in de aarde. 

Dan nij Begun: De accountant stelt dat er goede stappen worden gezet en dat de risico’s ten laste komen van de DU, niet de provincie. Dit moet goed worden vastgelegd in het convenant.

En dan de lastneming voor de subsidies: Hoe gaan we dit volgen? De accountant noemt dit een hoge prioriteit, hier kunnen we al op anticiperen. We krijgen hier wel complimenten van de accountant maar we moeten hier nu al mee beginnen. Daarom pleiten wij echt voor een gesprek over: moet er niet meer capaciteit naar F&C?

Groningen & Partners

In 2023 werd ons verteld dat het noodzakelijk was om economie los te trekken van Marketing Groningen. Dat zou focus brengen, scherpte, bestuurlijke grip. Groningen Merkpartners werd ondergebracht bij de gemeente, economie “dichter op het stuur’’. Dit is gelukt. Daarom de vraag: wat ging er mis in de oude situatie dat nu ineens wél opgelost zou zijn.

In het voorstel dat voorligt zien we verzwaarde bestuurlijke grip. Colleges van provincie en gemeente krijgen via quasi-inbesteding, deelnemersvergaderingen en toezichtstructuren een stevige vinger in de pap. Daarom de vraag: Waarom is dat nodig?

De nieuwe governance voelt niet als loslaten, maar als vastpakken. Het lijkt erop dat opdrachtgevers elkaar niet volledig vertrouwen, niemand echt de regie durft los te laten,en dat we daarom eindigen met een bestuurlijke bovenlaag boven de directie. Is dit een inhoudelijke noodzaak? Of is dit het gevolg van een gebrek aan onderling vertrouwen? En weten we wat we dan wél willen?
Er wordt gesuggereerd dat zowel provincie als gemeente zich in het oude model onvoldoende gehoord voelden. Was dat een probleem van de organisatie? Of was het een probleem van opdrachtformulering, prioriteiten en bestuurlijke verwachtingen? Want als iedere onvrede leidt tot een nieuwe governance-laag, dan zijn we eindeloos aan het reorganiseren in plaats van aan het werken. En dat terwijl we een prijswinnende organisatie hadden. Eén van de sterkste regiomarketingorganisaties van Nederland.

D66 is niet tegen Groningen & Partners. Maar we willen wel nog graag horen waarom zij zich niet gehoord voelden en hoe deze vorm onze regio wel verder helpt. We missen ook nog de NOM / Top Dutch. We hebben daar een hele goede organisatie staan: waarom doen we daar niet meer mee? Ja, de NOM sluit aan in de deelnemer tafels, maar hoe zorgen we ervoor dat we op economisch vlak niet dubbel werk gaan doen?

Nota verbonden partijen

Volgens D66 is het goed dat deze nota eindelijk is herzien, na bijna tien jaar. Het is een helder stuk en geeft duidelijke kaders voor hoe wij omgaan met verbonden partijen.
Tegelijk mist er een expliciete terugblik. We zijn benieuwd naar de evaluatie van de afgelopen jaren: hoe hebben we gewerkt met onze verbonden partijen, welke lessen zijn geleerd en wat moeten we in de toekomst juist níet meer doen? 

Positief is het opgenomen stappenplan. Dat biedt houvast en draagt bij aan zorgvuldige besluitvorming. Wij hebben op dit punt een concrete en principiële aanvulling. In de nota staat dat bij privaatrechtelijke verbonden partijen, de Provinciale Staten voorafgaand aan besluiten met ingrijpende gevolgen in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen mee te geven. Dat is goed geregeld, helder opgeschreven en terecht. 
Deze zorgvuldigheid mag geen uitzondering zijn. Die lijn moet consequent worden doorgetrokken. D66 vindt het onwenselijk dat Provinciale Staten bij publiekrechtelijke verbonden partijen een zwakkere positie hebben dan bij privaatrechtelijke. Juist waar publieke taken, publieke middelen en publieke verantwoordelijkheden samenkomen, horen we goed geïnformeerd en geconsulteerd te worden.

De Wet gemeenschappelijke regelingen biedt in artikel 10, leden 5 en 6, expliciet de mogelijkheid om in de regeling zelf vast te leggen welke besluiten vooraf aan Provinciale Staten worden voorgelegd. D66 wil dat deze mogelijkheid wordt benut bij grote of ingrijpende besluiten.