Terugblik Statenvergadering 4 maart: samenwerken aan een sterke en democratisch verankerde economie

Tijdens de Provinciale Statenvergadering van 4 maart 2026 sprak D66 zich uit over twee belangrijke economische dossiers: de toekomst van Groningen & Partners en de nieuwe Governance Economische Agenda en het rapport Sibma. Beide onderwerpen zijn van betekenis voor de economische ontwikkeling van onze provincie. Voor D66 staat daarbij één uitgangspunt centraal: een sterke economie vraagt niet alleen om investeringen en ambitie, maar ook om goede regionale samenwerking, transparante besluitvorming en een stevige democratische basis. In beide debatten benadrukte de fractie daarom het belang van zorgvuldige governance, betrokkenheid van gemeenten en Provinciale Staten, en een kritische blik op de effectiviteit van publieke investeringen.

Groningen & Partners: samenwerken met oog voor transparantie

Bij de behandeling van het voorstel rondom Groningen & Partners benadrukte D66 allereerst het belang van een zorgvuldig besluitvormingsproces. De fractie vond het ongemakkelijk dat de vacature voor een nieuwe directeur al was opengesteld, terwijl Provinciale Staten nog over het voorstel moesten besluiten. Volgens D66 moeten Statenleden daadwerkelijk de ruimte krijgen om hun controlerende en kaderstellende rol te vervullen en niet slechts achteraf instemmen met een al ingezette koers.

Daarnaast vroeg D66 aandacht voor de regionale samenwerking. Groningen & Partners is bedoeld om de hele regio te vertegenwoordigen, maar volgens de fractie waren niet alle gemeenten actief betrokken bij de totstandkoming van de nieuwe organisatie. Als de ambitie is om gezamenlijk op te trekken, moeten gemeenten vanaf het begin worden meegenomen in het proces en niet pas achteraf kunnen aansluiten.

Ook keek D66 kritisch naar de ontwikkeling van economische acquisitie in de provincie. De fractie wees op de eerdere investeringen in Top Dutch en de NOM en sprak de wens uit om deze inzet goed te evalueren voordat we hiermee stoppen. Volgens D66 hoort bij verantwoord bestuur dat niet alleen successen worden gevierd, maar ook eerlijk wordt vastgesteld wanneer een aanpak onvoldoende resultaat oplevert. Als activiteiten worden beëindigd, moet bovendien duidelijk worden waar deze taken vervolgens worden ondergebracht.

Economische Agenda: een sterke economie vraagt om een sterke democratische basis

Bij de behandeling van de nieuw gemeenschappelijke regeling voor de Economische Agenda sprak D66 waardering uit voor de brede samenwerking tussen de Statenfracties. De gezamenlijke motie laat volgens de fractie zien dat er een breed gedragen ambitie bestaat om van de Economische Agenda een stevig fundament voor de economische ontwikkeling van Groningen te maken.

Tegelijkertijd benadrukte D66 dat hiermee pas een eerste stap is gezet. De komende jaren volgen nog belangrijke besluiten over de verdere uitwerking, de governance en de uitvoering. Juist daarom riep de fractie het college op om zowel de zorgen van Provinciale Staten als die van de Groningse gemeenteraden serieus te nemen en voorstellen waar nodig aan te passen.

Een belangrijk aandachtspunt was de bestuurlijke inrichting van de nieuwe economische samenwerking. Omdat de gekozen structuur naar verwachting tientallen jaren mee zal gaan, vindt D66 dat zorgvuldigheid voorop moet staan. Daarbij pleitte de fractie voor maximale transparantie, onder andere door ook de vergaderingen van de adviescommissie zoveel mogelijk openbaar te laten plaatsvinden.

Daarnaast vroeg D66 het college om Provinciale Staten tijdig om een zienswijze te vragen bij grote of richtinggevende besluiten. Door volksvertegenwoordigers aan de voorkant te betrekken, kunnen politieke keuzes zorgvuldig worden afgewogen en wordt voorkomen dat achteraf moet worden bijgestuurd.

Ook onderstreepte D66 het belang van een brede vertegenwoordiging binnen de nieuwe governance. Wanneer relevante maatschappelijke en economische partners worden uitgesloten zoals de culturele organisaties, ontstaat volgens de fractie onnodig weerstand. Een regionale economische agenda kan alleen succesvol zijn wanneer alle belangrijke partijen in de provincie zich erin herkennen en zich mede-eigenaar voelen van de uitvoering. Daarom riep D66 op om te zorgen dat ook culturele organisaties worden betrokken in de nog op te richten stichting. 

Tot slot sprak D66 zorgen uit over de bestuurlijke complexiteit van de nieuwe structuur. Juist daarom moet de democratische controle goed worden geborgd. Volgens de fractie moet de nieuwe stichting zich richten op haar kerntaak: het organiseren van expertise en uitvoering. Zeker wanneer in de toekomst ook de sociale agenda aan deze structuur wordt gekoppeld, is het belangrijk dat het geheel overzichtelijk en bestuurbaar blijft voor zowel huidige als toekomstige Statenleden en gemeenteraadsleden.

De rode draad in de bijdrage van D66 was dat economische ontwikkeling vraagt om méér dan ambitieuze plannen alleen. Een succesvolle economische agenda ontstaat wanneer samenwerking hand in hand gaat met transparantie, democratische betrokkenheid en een bestuur dat bereid is kritisch naar zichzelf te blijven kijken.

Rapport Sibma

Het rapport Dieper graven laat zien dat er binnen de provincie geen sprake is van losse incidenten, maar van terugkerende problemen in de interne bedrijfsvoering. Termijnen worden gemist, signalen worden te laat opgepakt en de politiek-bestuurlijke sensitiviteit schiet tekort. Dat raakt uiteindelijk ook het vertrouwen van inwoners, medeoverheden en Provinciale Staten.

Voor D66 ligt de oplossing niet in nóg meer regels en processen, maar in leiderschap, voorbeeldgedrag en een open aanspreekcultuur. Die verandering moet beginnen bij de top van de organisatie en bij het college zelf. Tegelijkertijd moeten ook Provinciale Staten kritisch kijken naar wat zij van de organisatie vragen.

Interne bedrijfsvoering is geen rest portefeuille, maar de ruggengraat van goed openbaar bestuur. Daarom zijn continuïteit, duidelijke verantwoordelijkheid en bestuurlijke betrokkenheid noodzakelijk. D66 wil dat Provinciale Staten het komende jaar apart worden geïnformeerd over concrete verbeteringen. Dit rapport mag niet eindigen in een papieren uitvoeringsprogramma: inwoners en medewerkers moeten in de praktijk merken dat het echt anders gaat.