Omgevingsvisie: ruimte voor de energie van morgen
D66 zag verschillende positieve elementen in de nieuwe Omgevingsvisie. Zo sprak de fractie waardering uit voor de aandacht voor veerdiensten en voor de mogelijkheden om, in goede afstemming met gemeenten, meer ruimte te bieden voor woningbouw in het buitengebied.
Tegelijkertijd stelde D66 vast dat twee cruciale thema’s onvoldoende zijn uitgewerkt: economie en energie. Juist deze onderwerpen bepalen hoe Groningen zich de komende 25 jaar ontwikkelt. Hoewel energie als leidend principe wordt genoemd, ontbreekt volgens D66 de noodzakelijke ruimte voor een robuust energiesysteem richting 2050. De eerder door D66 ingediende en aangenomen motie ‘Ruimte voor de energie van morgen’ is volgens de fractie nog onvoldoende terug te zien in de visie.
Ook de windenergiestrategie riep vragen op. D66 wees erop dat windenergie op land als “tijdelijk” wordt omschreven, terwijl windturbines tientallen jaren meegaan en langdurige investeringen vragen. Daarnaast verschuift de focus sterk naar wind op zee, waardoor kansen voor kleinschalige lokale initiatieven uit beeld dreigen te verdwijnen.
De fractie pleitte daarom voor meer ruimte voor dorps- en erfmolens, gebaseerd op heldere voorwaarden zoals lokaal initiatief, aantoonbaar draagvlak en lokaal eigendom. Ook stelde D66 voor om 50 procent lokaal eigendom als streefwaarde te hanteren in plaats van als harde eis, zodat projecten haalbaar blijven en het draagvlak wordt vergroot.
Verder benadrukte D66 dat de energietransitie vraagt om samenhangende energiesystemen, waarin opwek, opslag, transport en gebruik met elkaar verbonden zijn. Vooral op bedrijventerreinen liggen volgens de fractie kansen voor energiehubs die helpen om netcongestie tegen te gaan en lokaal vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.
Ook vroeg D66 aandacht voor de uitbreiding van de energie-infrastructuur. De provincie moet volgens de fractie voldoende ruimte behouden in de regels voor nieuwe hoog- en middenspanningsstations en daarbij maatwerk mogelijk maken. Starre eisen voor landschappelijke inpassing zorgen voor hogere kosten en vertraging, terwijl een betaalbare en betrouwbare energievoorziening juist vraagt om realistische keuzes.