Armand van de Laar

Armand van de Laar - Beeld: Jeroen Mooijman

Armand van de Laar is namens de D66 Fractie sinds 2018 wethouder in Rijswijk, op dit moment voor
Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling, Duurzaamheid en Stadsbeheer

  • 42 jaar
  • Maastricht
  • Rijswijk
  • Hij/hem

“Wij hebben samen de afgelopen tijd de stap kunnen zetten van visie naar uitvoering. Jarenlang keken we aan tegen achterstallig onderhoud van de stad en tegen leegstand van winkels en kantoren. “

“Er werden plannen gemaakt waar vaak niks mee werd gedaan. In deze periode hebben we echt een slag geslagen in de uitvoering: nieuwe leidingen en kabels zodat de straatverlichting brandt, nieuwe asfaltering, maar ook: leegstaande kantoren en winkels slopen of vullen met een nieuwe functie.”

Wat zie jij als de grootste successen van D66 van de afgelopen periode?

De fractie en ik als wethouder hebben echt werk gemaakt van het oplossen van de woningnood, het aanpakken van de leegstand van kantoren en winkels en de vergroening van de stad. In de politiek is alles een product van samenwerking maar je kan precies aangeven waar D66 het verschil maakt. Dat wordt gemaakt door het continu blijven hameren op deze onderwerpen. Daarbij zet D66 altijd in op een groene gezonde omgeving, maar ook op levendigheid. Dat bevordert namelijk niet alleen het woonplezier, maar ook de maatschappelijke cohesie en sociale veiligheid.

Een groot verschil met andere partijen is dat D66 altijd met optimisme vooruit kijkt. Waar andere partijen teruggrijpen naar het verleden en daar vaak zonder oplossingen ook blijven hangen, accepteert D66 de verandering en legt de puzzel om de stad toekomstbestendig te maken. Het Bogaard Stadscentrum is daar hét voorbeeld van. Dat wordt nooit meer zoals het was, dus je moet vooruit en besluiten nemen die echt een antwoord geven op wat het gebied en Rijswijk als geheel nodig heeft: meer woningen, meer groen, minder verkeer en een wijk waar iedereen zich thuis voelt. De toekomst biedt alle kansen om dat daadwerkelijk te realiseren.

Het grootste succes van de afgelopen tijd is toch wel het feit dat we de stap hebben kunnen maken van visie naar uitvoering. Jarenlang keken we aan tegen achterstallig onderhoud van de stad en tegen leegstand van winkels en kantoren. Er werden plannen gemaakt waar vaak niks mee werd gedaan. In deze periode hebben we echt een slag geslagen in de uitvoering: nieuwe leidingen en kabels zodat de straatverlichting brandt, nieuwe asfaltering, maar ook: leegstaande kantoren en winkels slopen of vullen met een nieuwe functie.

Welke dossiers hebben jouw als wethouder écht gegrepen?

Dat zijn er twee: stadsontwikkeling en stadsbeheer.

Stadsontwikkeling
Als kind al vond ik nieuwe gebouwen en wegen machtig mooi. Als puber luisterde ik naar de verhalen van de vader van mijn beste vriend. Hij was gemeentesecretaris in mijn geboorteplaats Maastricht en kon heel boeiend vertellen over stadsontwikkeling. Slopen van slechte woningen, gesprekken met gerenommeerde architecten, ik vond het allemaal razend interessant.
 
Ondank deze interesse ben ik het echter nooit gaan studeren. Heel gek, maar op een of andere manier kwam het niet in me op dat je hier ook je werk van kon maken. Daarom vind ik het nu dan ook geweldig dat ik een rol mag spelen in de stadsontwikkeling van Rijswijk. Wat dat betreft is het een bijzondere periode. Er worden besluiten genomen die het aanzien van de stad voor de komende tientallen jaren verandert. Die verantwoordelijkheid geeft enorm veel energie waar je tegelijkertijd heel zorgvuldig mee moet omgaan. 
 
Stadsbeheer
Stadsbeheer is in de verdeling tussen de wethouders redelijk toevallig bij mij terecht gekomen. Ik had er nog nooit zo bij stil gestaan maar het is een ontzettend mooi en belangrijk vak. Afval, groenbeheer, wegen: het is de basis van de stad. Het is ook het eerste wat inwoners van de gemeente ervaren. Dat moet dus goed zijn.
 
Regelmatig ga ik een ochtend mee met de mannen en vrouwen van de buitendienst. De ene keer bijvoorbeeld afval ophalen, de andere keer met het groenbeheer. Het is ontzettend leerzaam. Zelf iets doen is namelijk iets anders dan er over praten of schrijven. Als mij er dan vragen over gesteld worden kan ik vanuit mijn eigen ervaring een realistisch antwoord geven of beleid maken. Maar het mooist van deze ochtenden is het kameraadschap onderling. Je werkt fysiek samen aan een mooie stad, je ziet concreet resultaat, maar deelt ook lief en leed met elkaar. Tijdens het schoffelen komen allerlei verhalen voorbij, over vakanties, maar ook over een moeilijke jeugd, problemen in de familie of in de wijk. Ik leer hier veel van en word er een completer mens van. Het zijn voor mij nieuwe perspectieven die ik ook meeneem in de politieke besluitvorming, als ik weer moet praten en schrijven..

Welke kansen zie jij voor Rijswijk?

De komende tien tot twintig jaar komen er zo’n 20.000 nieuwe Rijswijkers bij. Dat biedt kansen voor onze winkelcentra, verenigingen, buurthuizen en andere voorzieningen. Met meer inwoners wordt het voor NS/Prorail ook interessanter om te investeren in het huidige station. Dat moet écht worden opgeknapt. Vanuit dit centrale punt kunnen alle verbindingen voor fiets en openbaar vervoer beter worden gemaakt.

Ook specifiek alle regionale en nationale aandacht voor het oplossen van de woningnood biedt voor Rijswijk kansen. Veel plekken zijn verouderd. Sommige gebieden dreigen zelfs te verloederen of zijn dat al. Niets anders dan woningbouw kan de herontwikkeling en het opknappen van deze gebieden financieren. Zo hebben we heel concreet van de minister van BZK, D66’er Kajsa Ollongren, 7,2 miljoen euro gekregen voor de bouw van betaalbare woningen in het nieuwe Bogaard Stadscentrum en bijna een miljoen voor studentenwoningen in de Plaspoelpolder. Niet alleen is er behoefte aan woningen maar de ruimte voor bedrijven wordt ook steeds schaarser. Met die schaarste ontstaat er een dynamiek waarmee we ook onze bedrijventerreinen kunnen opknappen en toekomstbestendig maken.

Lievelingsplek in Rijswijk?

Ik kom ontzettend graag in Museum Rijswijk. Niet alleen voor de mooie tentoonstellingen (ik hou van kunst), maar vaak ook voor afspraken in het nieuwe museum café, in de zomer in de prachtige tuin of in het zitje achterin bij de Historische Vereniging. Hier zit je heerlijk en een goeie setting voor een goed gesprek – als het niet te druk is!

Verder kom ik erg graag in de Landgoederenzone. Deze kent zo veel verschillende plekken en landschappen. Van bos, parken tot waterpartijen: het is heerlijk om er te wandelen of hardlopen. Met de grote landhuizen en oude parken voel je ook de historie: hier is Rijswijk ontstaan. Het is daarom geweldig dat de raad heeft besloten 3,5 miljoen in dit gebied te investeren en dat we met natuurorganisatie het Zuid-Hollands Landschap hebben afgesproken dat landhuis De Voorde wordt opgeknapt. Het is heel bijzonder om als inwoner van het gebied te genieten en als wethouder er invloed op kunnen uitoefenen.