D66 Limburg wil dat provincie zich nu al voorbereidt op mogelijke identificatie d’Artagnan
D66 Limburg wil dat de provincie niet afwacht tot het DNA-onderzoek is afgerond, maar zich nu al bestuurlijk voorbereidt op de mogelijke identificatie van d’Artagnan in Maastricht. Statenlid Leon Vaessen heeft daarover donderdag schriftelijke vragen ingediend bij het College van Gedeputeerde Staten.
Aanleiding is de vondst van menselijke resten in Maastricht die mogelijk in verband worden gebracht met de beroemde Franse musketier, die in 1673 sneuvelde tijdens het beleg van Maastricht. Of het daadwerkelijk om d’Artagnan gaat, moet nog blijken uit nader onderzoek. Volgens Vaessen is juist dát reden om nu al na te denken over de mogelijke gevolgen. “Juist omdat we het nog niet zeker weten, moet je bestuurlijk vooruitdenken. Als straks uit DNA-onderzoek blijkt dat het inderdaad om d’Artagnan gaat, dan is het te laat om pas dán te beginnen met nadenken over de rol van Limburg.”
D66 benadrukt dat het niet wil speculeren over de uitkomst van het onderzoek, maar wel vindt dat de provincie voorbereid moet zijn op een scenario waarin de vondst van uitzonderlijk historisch en internationaal belang blijkt te zijn. “Dit kan veel groter worden dan een lokale archeologische vondst”, zegt Vaessen. “Dan raakt het ook aan erfgoed, cultuurhistorie, bestuurlijke afstemming, publieke belangstelling en mogelijk internationale contacten. Daar moet je als overheid niet pas over gaan nadenken als de wereld al meekijkt.”
In de schriftelijke vragen vraagt D66 onder meer welke rol de provincie voor zichzelf ziet als de identificatie inderdaad bevestigd wordt. Ook vraagt de partij of het provinciebestuur bereid is tijdig af te stemmen met onder meer de gemeente Maastricht, het Rijk en relevante erfgoedinstellingen. Daarnaast wordt de Gouverneur gevraagd of hij, indien daartoe aanleiding ontstaat, vanuit zijn verbindende rol relevante bestuurlijke en eventueel internationale lijnen wil verkennen. Vaessen zegt bewust niet te willen vervallen in sensatie of voorbarige conclusies. “Het laatste wat je moet doen, is politiek te ver op de zaken vooruit lopen terwijl het onderzoek nog loopt. Maar het andere uiterste — doen alsof dit pas een provinciale kwestie wordt ná een eventuele bevestiging — is wat mij betreft ook te makkelijk. Als dit raak blijkt, moet Limburg niet verrast worden door eigen passiviteit.”
Volgens D66 moet in deze fase niet de sensatie, maar de voorbereiding centraal staan. “Het gaat hier om menselijke resten en mogelijk om een vindplaats met grote historische betekenis. Dan moeten zorgvuldigheid, waardigheid en historische context vooropstaan. Juist daarom is het verstandig om nu al te kijken welke bestuurlijke verantwoordelijkheid en rol daarbij kan horen.”
De volledige set vragen is hier te bekijken.