College geeft duidelijkheid over dijkverlaging Lateraalkanaal

Het college van B&W heeft de vragen van raadslid Rinke de Wit (D66) beantwoord over de plannen rond de dijkverlaging langs het Lateraalkanaal. De belangrijkste boodschap: Leudal is betrokken en er zijn voorwaarden gesteld om risico’s voor onze gemeente te beperken.
Aanleiding voor de vragen was een bericht op de website VML Nieuws over een overeenkomst tussen de gemeente Roermond met de rijksoverheid, de provincie en Rijkswaterstaat. Daarin werd niets gezegd over de mogelijke gevolgen voor Leudal. Voor D66 reden om opheldering te vragen.

Lateraalkanaal bij Horn - Beeld: Leo Schouten

Leudal betrokken, maar geen hoofdrol

Volgens het college is Leudal wel degelijk betrokken bij het dossier. De gemeente is agendalid in het bestuurlijk overleg en wordt zowel ambtelijk als bestuurlijk meegenomen in de plannen. Ook heeft Leudal zelf actief aangedrongen op betrokkenheid.
De definitieve overeenkomst is echter gesloten tussen Rijkswaterstaat en de gemeente Roermond.

Voorwaarden om risico’s te beperken

Voor D66 is het cruciaal dat mogelijke risico’s voor inwoners serieus worden genomen. Het college geeft aan dat dit ook is gebeurd.
Zo is afgesproken dat eerst maatregelen worden genomen aan de kant van Leudal:
-> ophoging van de dam bij Horn; en
-> versterking van de dijk bij Buggenum.
Pas daarna mag de verlaging van de dam aan de Roermondse kant plaatsvinden.

Belangen van Horn centraal

De mogelijke gevolgen voor met name Horn waren aanleiding om scherp te blijven. Volgens het college zijn deze risico’s expliciet meegewogen en is dat ook de reden geweest om voorwaarden te stellen.

D66 blijft kritisch volgen

Het college blijft betrokken bij de uitvoering en zal ingrijpen wanneer dat nodig is. Ook wordt de gemeenteraad “volledig en transparant” geïnformeerd.
D66 blijft dit dossier kritisch volgen. Voor ons staat voorop dat de veiligheid en belangen van inwoners van Leudal, en in het bijzonder Horn, goed geborgd zijn.