Hanza!

D66 vindt dat democratie voortdurend onderhoud vraagt en dat participatie daarbij steeds belangrijker wordt. Fractievoorzitter Marco spreekt waardering uit voor de manier waarop Zwolle investeert in Hanza! en participatie. Tegelijkertijd herkent hij de kritische punten uit de evaluatie over communicatie, verwachtingen en transparantie. D66 pleit voor duidelijke spelregels en een betere verankering van het uitdaagrecht. Ook vraagt Marco om heldere kaders om het succes van participatie te kunnen meten.

Democratie vraagt
onderhoud

Voor D66 staat vast dat democratie voortdurend onderhoud vraagt. En dat participatie een steeds belangrijker instrument is geworden om inwoners, ondernemers en partnerorganisaties te betrekken bij moeilijke beslissingen. Beslissingen die genomen worden in het algemeen belang, maar die maatschappelijke gevolgen hebben voor een grote groep, of soms zelfs voor al onze inwoners. En zeker wanneer groepen in de samenleving zich onvoldoende vertegenwoordigd voelen door de in deze raad democratische gekozen partijen, is participatie erg belangrijk.  
 
De kern van Hanza! is dat het inwoner gericht is en een lerende aanpak is. Dat past bij de ontwikkeling van participatie als instrument. Ik beschreef het zojuist. En ik kom voor mijn werk bij veel gemeenten over de vloer. Ik zie dat Zwolle heel erg veel tijd, capaciteit en geld investeert in participatie. In Zwolle wordt participatie heel belangrijk gevonden en serieus aangepast en dat verdient allereerst een compliment. Kunnen bepaalde dingen dan niet beter? Zeker wel! Daarom is in het kader van de lerende aanpak en onderhoud de Zwolse Hanza! aanpak nu geëvalueerd. Dat is goed en belangrijk.  

Cultuur, houding
en gedrag

Inhoudelijk is de evaluatie behoorlijk kritisch. We herkennen de punten over communicatie, verwachtingsmanagement en transparantie. In het kader van de lerende aanpak kunnen we daarmee aan de slag en een aangescherpte aanpak maken en die dan voor de zomer vaststellen. 
 
Mede ingegeven door die belangrijkste kritiekpunten uit de evaluatie ziet D66 graag drie dingen verbeterd:

1) Bij participatie gaat het voor D66 om cultuur, houding en gedrag. En om de mensgerichtheid van de organisaties. Gemeente en andere initiatiefnemers. Een participatietraject kan namelijk procesmatig of technisch wel kloppen, als de deelnemers zich niet gehoord of serieus genomen voelen, ze niet het idee hebben dat hun ideeën van waarde zijn, dan is inzet – in alle redelijkheid – beperkt. D66 zou graag in de volgende evaluatie terugzien/ teruglezen dat niet alleen de instrumenten en de techniek wordt geëvalueerd, maar dat ook regelmatig op de inzet én mensgerichtheid van de organisaties wordt gereflecteerd

2) Deelnemers geven aan meer duidelijkheid te willen en dat is begrijpelijk. Immers, heldere spelregels zorgen voor duidelijk verwachtingsmanagement en voorkomen teleurstelling. Daarom pleit D66 ervoor om bij ieder participatietraject een ‘HanzA-4tje’ op te stellen waarin overzichtelijk wordt opgenomen:  
– Waarover deelnemers participeren; 
– Wat de mate van invloed en beslissingsbevoegdheid is; 
– Waarom er wat met de uitkomsten van het participatieproces wordt gedaan.

3) Ten derde willen wij graag dat het uitdaagrecht breder wordt verankerd in de nieuwe participatieverordening. Er is veel kennis en ervaring bij onze inwoners, ondernemers en partners. Laten we hen de ruimte en het vertrouwen geven door dit mogelijk te maken.

We horen graag hoe de wethouder aankijkt tegen onze drie concrete voorstellen. 

Wanneer is participatie
geslaagd?

Voor D66 is participatie een middel om verschillen te overbruggen en samen met inwoners, ondernemers en organisaties te werken aan complexe vraagstukken én oplossingen vanuit het algemeen belang. We hebben hiervoor alleen geen norm. Geen gezamenlijke geformuleerd uitgangspunten of kpi’s waarop we de inzet van Hanza kunnen meten. Zou het niet goed zijn om met elkaar hier kaders voor op te stellen? Want dan is ook voor iedereen duidelijk waar we het succes van een participatietraject aan afmeten en wanneer participatie geslaagd is, of niet. We overwegen hiervoor een motie.

Ik rond af. En dat doe ik met een oproep. Want mede door de groei van de stad zullen moeilijke beslissingen blijven komen. Met mogelijk grote impact voor onze inwoners. En in een tijd waarin inwoners voelen dat de politiek niet dichtbij is en de toon van ‘wij-zij’ door sommigen vaker en liever wordt toegepast dan de toon van samenwerken en verbinden kan participatie een stok worden om mee te slaan. En dan ontbreekt nuance, dan ontbreekt begrip en dan ontbreekt een goed gesprek. Niet alleen buiten, ook hier in de raadzaal. En daar helpen we niemand mee.