Ondanks dat ik meerdere keren voor uw raad het woord heb mogen voeren, voelt dit toch als een soort quasi-maidenspeech. Waar ik de vorige twee keer nog samen met oud-raadslid Mark Oldengarm stond, sta ik hier nu zelf. Gelukkig doe ik dat samen met drie enorm fijne collega-raadsleden en vier fantastische burgerleden.
Vandaag kijken we terug op 2025 via de jaarrekening én hoe zien we
de eerste maanden van 2026 in de bestuursrapportage? En vooral: wat zegt dat over onze controlerende rol als raad? Die rol schuiven we soms opzij, omdat we liever vooruitkijken en mooie ambities met elkaar formuleren. Vandaag de controlerende feiten, de uitvoering en de grip. Later deze maand zal het ongetwijfeld gaan over verdere ambities, vooruitkijken en politieke wil.
Jaarstukken
D66 is positief over de gezonde financiële positie van Zwolle, maar ziet ook belangrijke aandachtspunten. Daarom vraagt ons raadslid Wander om duidelijke keuzes, realistische prioriteiten en meer grip op de uitvoering. Zo kan de gemeente blijven investeren in wat echt belangrijk is voor Zwolle.
Jaarrekening 2025
Als we de jaarrekening(en) en accountantsverslagen over de afgelopen jaren naast elkaar leggen, zien we een consistent beeld en een rode draad. Of eigenlijk een joekel van ene rode kabel… De basis is op orde. Zwolle heeft een sterke financiële positie, met een weerstandsvermogen dat structureel boven de risico’s ligt. Ook de resultaten zijn positief. Maar onder die solide basis zit ook
spanning. Die zit wat onze fractie betreft op drie plekken.
Ten eerste: de realisatiekracht. We houden geld over omdat we plannen niet (of niet op tijd) uitvoeren. Dat zien we terug in lagere lasten en een groeiend eigen vermogen. Dat klinkt positief, maar is het niet automatisch. Uitgestelde plannen zijn ook gemiste maatschappelijke impact.
Ten tweede: de investeringen. Die groeien (€97,5 miljoen naar €119,6 miljoen) en dat is goed. Daar constateren wij dat de slagkracht in de organisatie groeit, een compliment. Maar onze ambities groeien sneller dan onze uitvoeringskracht. We willen van alles, maar kunnen niet alles. En de scherpte in prioritering ontbreekt nog (te) vaak.
En ten derde: het sociaal domein, specifiek de jeugdzorg. Dat is de lakmoesproef van onze organisatie, het debat twee weken geleden liet dit goed zien. We zien toenemende zorgzwaarte en structurele druk op de jeugdzorg. Tegelijk zien we geen extreme kwantatieve groei in de vraag en zijn er geen signalen van onrechtmatigheid of fraude. Dat is ook belangrijk om te benoemen. Maar het systeem zelf lijkt te piepen en kraken, en daar is de jeugd en ouders die het zo
hard nodig heeft, de dupe van. Daar tegenover staat dat voor de arbeidsparticipatie er niet hoeft worden bijgeplust, want dan wel weer een compliment waard is.
Wat D66 betreft zijn dit geen losse observaties, maar één samenhangend vraagstuk: doet organisatie wat deze raad vraagt? En geven wij als raad wel scherp genoeg kaders mee aan het college wat er écht prioriteit heeft?
De organisatie verdient ook een compliment. De beheersing is verbeterd, de interne controle is op orde en er is meer inzicht dan voorheen. Instrumenten zoals VINF en data-analyse helpen om te sturen en te prioriteren. Maar het echte werk begint daarna: keuzes maken. Als organisatie, als college én als raad. Het zou dan helpen om met elkaar beter vast te stellen welke inzichten ik als raad nodig hebben om onze controlerende taken goed uit te voeren.
Concluderend over de jaarrekening, die kunnen wij vaststellen. Ook de voorgestelde resultaatbestemming is navolgbaar. Maar laten we eerlijk zijn: het overschot zegt niet alleen iets over financiële degelijkheid, meer over de uitvoeringskracht.
Berap 2026-I
De eerste bestuursrapportage van 2026 laat een genuanceerd beeld zien. Financieel starten we met een nadeel van €1,9 miljoen, op te vangen binnen de reserves. Dat kunnen we dragen. Maar de echte vraag is: waar zit de structurele spanning?
Die zit onmiskenbaar voor een groot deel in de jeugdzorg. Een tekort van €3,9 miljoen dit jaar en structureel €3,8 miljoen vanaf 2027. Dat komt niet door meer gebruikers, die zijn stabiel, maar door hogere kosten en complexere zorg. En ja, Zwolle stuurt actief bij met monitoring en reserves. Dat waarderen we. Maar ik vraag mij af, is een deel van de begroting (of misschien wel de ingeboekte
besparing) niet gewoonweg te ambitieus? Is het een kwestie van meer vertrouwen geven, of moeten we als raad hier ook wat in onze eigen opstelling? Wat uiteindelijk doen we het niet voor het debat hier, maar voor de gezinnen die de hulp hard nodig hebben.
Daarnaast zien we dat op andere programma’s veel posten navolgbaar zijn. Soms zelfs positief, zoals de vrijval bij versnelling sociale huur die ruimte creëert en lucht geeft. Maar ook hier geldt: incidentele meevallers zijn geen structurele oplossing.
Wat ons vooral opvalt, is hoe sterk onze investeringskracht leunt op
incidentele middelen en subsidies. Maar de meerjaren afschrijving van gerealiseerde, te onderhouden, of bij te sturen uitvoering van structureel wordt afgeschreven. Dat vraagt om meer grip en meer samenhang in keuzes.
MPV en SIA
Dat zien we ook terug in het Meerjaren Perspectief Vastgoed en de SIA. Financieel staan we er stevig voor, maar de houdbaarheid is beperkt. De realisatiegraad van 61% is simpelweg te laag. Tegelijk zien we een enorme financieringsbehoefte van circa €250 miljoen en veel projecten die nog niet volledig zijn doorgerekend. Dit is geen nieuw beeld. Daar waar prioritering en actualisatie nu wel wordt aangepast, mist mijn fractie een stuk realiteitszin bij college en bij onszelf als raad dat we simpelweg niet alles kunnen. De verwevenheid en daarmee de risico’s zijn soms niet meer volgbaar. Dat schreeuwt om keuzes, om inzicht en prioritering. Echte prioritering. Niet alles kan tegelijk. Als alles belangrijk is, is uiteindelijk niets echt belangrijk.
Ook bij projecten zien we voortgang, en het is goed dat risico’s eerlijk worden benoemd. Maar de vertaling naar harde financiële kaders en meetbare KPI’s blijft achter door veel onzekerheden. Waar sturen we op? Welke risico’s pakken we als eerste aan? Daar willen wij meer scherpte op.
Dan mijn laatste ietswat kritische noot. Van de 145 technische vragen die gesteld zijn, wordt ongeveer 63% concreet beantwoord. Maar bij 37% ontbreekt de scherpte.. dat kan soms tot daaraantoe zijn. Maar tot mijn verbazing zie ik bij 16% echt ontwijkende antwoorden. Ik noem de top 5 ontwijkende antwoorden:
– “Hier is onvoldoende data voor of is niet inzichtelijk” (n = 8)
– “Dit is lastig te beantwoorden” (n= 6)
– “Zie elders in jaarstukken” (n=4)
– “Dit is een politieke vraag en antwoorden we niet” (n=4)
– “Te omvangrijk om te beantwoorden” (n=3)
U begrijpt dat dit onze controlerende taak wel enigszins compliceert. Ik wil van het college graag horen met welke verwachting- en inspanningsverplichting we richting volgende berap en/of jaarstukken kunnen komen om dat te veranderen met elkaar als organisatie, college en raad.
Afrondend. Voor D66 zijn zes uitgangspunten leidend: een gezond financieel fundament, structureel investeren met realistische
prioriteiten, een sterke basisdienstverlening, kritisch herprioriteren, het vergroten van realisatiekracht en een eerlijke verdeling van lasten. Daar lijken we met elkaar in 2025 en begin 2026 steeds beter in te slagen, of al dan niet goed in te slagen, waarvoor dank!