De onroerendzaakbelasting aanstippen in een partijcolumn lijkt linke soep. Want vrijwel altijd gaat het om een verhoging. Meer betalen dus als inwoner. En ja, dat is ook in Rheden het geval.
Van de OZB wordt vaak gezegd dat het voor gemeenten de ‘enige knop is om aan te draaien’ om hun inkomsten te verhogen. Inkomsten die bijvoorbeeld nodig zijn voor het in stand houden van dorpshuizen en de bieb. In Rheden gaat de OZB in 2026 met bijna 20 procent omhoog. Hoe halen ze het in hun hoofd, denkt u nu misschien. Toch heeft een raadsmeerderheid vóór deze verhoging gestemd. Wij ook.
Een belangrijke kanttekening is dat onze OZB jarenlang fors lager was dan in andere gemeenten. Ook met het nieuwe tarief blijven we onder het Gelders gemiddelde. Een tweede kanttekening is dat de OZB een sociale belasting is: alleen woningeigenaren betalen OZB, en mensen met een duur huis betalen meer. De sterkste schouders leveren dus een bijdrage aan goede voorzieningen.
Iets concreter nog: waar gaat het over in geld? Voor een gemiddelde woning is de OZB in 2026 580 euro. De oppositie stemde tegen de begroting omdat de raad de verhoging van de OZB niet met 1½ procent wilde verminderen. Weet u wat die 1½ procent voor de gemiddelde woning betekent? Zeven euro vijftig! Niet per week of per maand. Nee, per jaar. Zeg nou zelf.
Column over OZB
Deze column is ook verschenen in de Regiobode