Rede foar de geast

Op 11 oktober 2026 sprak D66-EuroparlementarIiër Raquel García Hermida-van der Walle de Rede foar de Geast uit in Nes.

Gesproken woord geldt.

Goedemiddag, goeiemiddei, buenas tardes, good afternoon.

Dank voor de warme welkomstwoorden. In het bijzonder dank aan Arjen Droog, die mij heeft voorgedragen voor deze Rede. Warmte is immers wat ik altijd van jou, Arjen, heb mogen ontvangen, sinds onze paden voor het eerst elkaar kruisten in de aanloop naar de Europese Verkiezingen in 2019. Vanuit Fryslân naar Europa en weer terug. Een kronkelige weg, zoals de meeste wegen zijn.

Vandaag neem ik u mee op reis. Langs één van die vele wegen. Even zoveel wegen als er ooit mensenlevens zijn geweest en er ooit zullen zijn.

U hoort het aan mijn accent, mijn weg begon in Madrid. 28 jaar lang was Madrid thuis. Zelfs in de drie jaar die ik doorbracht in de Verenigde Staten, de inkt op mijn bacherlorsdiploma nog vers, bleef Madrid thuis. In het mooie, dynamische Washington DC lukte het mij niet te aarden. De vriendschappen waren vluchtig, gehaast, iedereen was “in transit”, op weg naar de volgende baan, de volgende bestemming. De gesprekken bij borrels and “happy hours” waren, althans voor mijn gevoel, hoofdzakelijk transactioneel. “What do you do for work?” was verreweg de meest gestelde vraag. In een stad gedreven door macht en toegang tot macht weet je immers maar nooit waar en wanneer je dat zeer gewilde visitekaartje zou kunnen scoren.
Twee keer per jaar mocht ik terug naar Madrid. Een weekje in de zomer, een weekje voor kerst. Iedere keer bleef er nog een stukje van mijn ziel achter. Voor gemis kun je afleiding zoeken, maar die gaten krijg je maar niet dicht. En dus besloot ik terug te keren. Terug naar mijn familie, mijn vrienden, mijn stad, mijn gemeenschap. Daar wilde ik zijn. Daar wilde ik blijven.

En toen de eerste bocht. Zoals de Spaanse dichter Antonio Machado schreef, “wandelaar, er is geen weg, de weg maak je al lopende”. Linksaf of rechtsaf kan de rest van je leven bepalen (weten ze in Den Haag ook intussen). En zo leidde een eerdere vlucht, omdat die goedkoper was, tot een geheel toevallige ontmoeting in een hotel lobby in Barcelona. Met een groep hele grote mannen die een hele vreemde taal spraken, eentje die ik nooit had gehoord. En ook Engels gelukkig.

Dus kies uw taal maar. Doe de ogen dicht. We gaan.

Een koude, mistige ochtend in februari 2011. Een voetbalkantine. De tweede moet spelen, mijn gastheer speelt mee. Nog een beetje licht in het hoofd van al die biertjes de avond daarvoor, eerst bij Abe Lenstra, daarna in de kroeg. Geen idee wat ik tijdens de wedstrijd moet doen, daar in mijn eentje. Is het de bedoeling dat ik langs de lijn ga aanmoedigen? Of zit men binnen, waar het aangenamer is? Voor de zekerheid maar een boek meegenomen, over de Spaanse burgeroorlog. Misschien kan ik gewoon een kopje koffie bestellen en in een hoekje ongestoord gaan lezen. Zo doen we dat in Madrid.
Ik krijg niet eens een kans. Want zodra een van de mannen aan de bar mij ziet, roept die in zijn allerbeste Engels en twee dorpen verderop te horen: “Ah, you are Sander’s Spaanse vriendin! Come come, we go outside. Voetballen!” Niemand die mij vroeg wat ik voor werk deed; althans, niet omdat ze iets van mij wilden.

Welkom in Gorredijk. Buiten was het kil. Binnen was alles warmte.

Liefde op het eerste gezicht. Maar ook vriendschap. Zoals Harry Mulisch zei: “Vriendschap is liefde op het eerste woord”. De man, het dorp, de provincie, het land.

Koffer open, koffer dicht, afscheid nemen, vliegen, dagen weer aftellen. Uit ervaring wist ik hoe het was om ergens een stukje van je ziel achter te laten. Ik herkende het gevoel. Thuis was niet meer thuis.

Steeds meer lonkte ik naar de wandeling langs de wal, onaangekondigd bij mensen een bakje gaan drinken, gewoon via de achterdeur naar binnen lopen. De Deelen en Skutsjesielen. Leeuwarden vanuit de Oldehove en het  Tjeukemeer vanaf de A6. Nieuwe vrienden die voelen als oude. Woorden die steeds bekender klinken. Losse zinnen die langzaam maar zeker betekenis krijgen. Gesprekken die ik steeds vaker kan verstaan, eerst in een nieuwe taal en daarna in nog andere. Een nieuwe identiteit die groeit, niet ten koste van wie ik was, maar als áánvulling.

En na een tijdje: Besluiten. Vertellen. Ouders die denken “daar gaat ze weer”. Met verdriet,  met begrip, en met het vermoeden dat ik deze keer wat langer weg zou blijven.

Inpakken en gaan. Gelukszoeker. Wel zonder visum en zonder mijn baan of mijn studie te hoeven opgeven. Met dank aan dat wonder dat de Europese Unie heet.

Dat wonder. Geen ongeluk van de geschiedenis, geen toeval, geen vanzelfsprekendheid. Gebouwd op de ruïnes van een continent dat nooit in vrede was met zichzelf. Gebouwd door mensen die voor altijd getekend waren door het kwaad van nationalisme. Mensen die hun ideologische verschillen opzij schoven om steen voor steen aan een droom te werken.

Communisten, christendemocraten, socialisten, liberalen, praktiserende katholieken en atheïstische humanisten sloten de vreemdste politieke vriendschappen met één gedachte: Dit. Nooit. Weer.

Hannah Arendt schreef: “Geweld begint waar het gesprek stopt.”

Ze gingen praten, en pratende, stapsgewijs, gaven ze 450 miljoen mensen meer vrede, meer welvaart en meer vrijheid, dan ze ooit hadden gekend.

Een tweede scherpe bocht. Een relatie die strandt, ondanks de liefde. Veel verdriet. En de vraag, “en nu?”. Maar dan.. Een dorp dat het gat vult. In de koude wintermaanden, weer warmte om de stamtafel in de kroeg. Vage bekenden die kwamen helpen bij een verhuizing. Mienskip laat zich lastig omschrijven. Maar je kunt het voelen. It takes a village.

Vrijheid. Onbevattelijk groot. Of aandoenlijk klein. Vrijheid te gaan, en vrijheid te blijven. Daar waar onze wieg stond of waar we nieuwe wortels schieten.

Spanjaard van geboorte, Nederlander en Friezin door keuze. Drie dochters die mij er dagelijks aan herinneren hoe dit mogelijk is. Mijn Europese mirakels. Dat wonder weer. Iets wat verdediging verdient.

De derde bocht. Een zachte landing.

Sinds een paar jaar heb ik de grote eer dat wonder te dienen, en dag in, dag uit te verdedigen. Dat kleine meisje uit Madrid, geboren een krappe acht jaar na het einde van een donkere, meedogenloze dictatuur, kreeg alle kansen die een continent te bieden had.

“Wat drijft je?” is een vraag die mij vaak wordt gesteld.
Mijn antwoord is dit: De Europese Unie telt zo’n 450 miljoen inwoners. Om de vijf jaar kiezen we, met z’n allen, 720 daarvan om ons te vertegenwoordigen in het Europees Parlement. 31 komen uit Nederland. En ik mag daar één van zijn. Ik mag, dankzij het vertrouwen van de kiezers, letterlijk in de voetsporen van reuzen lopen. In gebouwen en vergaderzalen die de namen dragen van die mensen die Europa hebben gemaakt tot wat het vandaag is. Met gebreken, jazeker, en toch nog steeds de beste politieke uitvinding ooit.
Dat gevoel van bewondering helpt mij door de mindere momenten. En die zijn er. In mijn politieke werk, en in mijn privé leven. Als ik om maandagochtend mijn dochters uitzwaai en in de auto stap om naar het treinstation te rijden, doet dat nog altijd een beetje pijn in mijn hart. Pas donderdag, soms vrijdag zie ik ze weer. Opgeteld zal ik, aan het einde van de rit, nogal wat jaren van hun levens hebben gemist. Overigens is dat an sich niet zo bijzonder. Denk aan vrachtwagenchauffeurs, vissers, defensiepersoneel of mensen in de binnenvaart. Relativeren blijft nodig, juist als politicus.

En relativeren, dat kunnen Friezen als de beste. In Brussel en Straatsburg ben ik mevrouw García Hermida-van der Walle, die met de lange naam en de twee nationaliteiten. De vraagstukken zijn groot en de verantwoordelijkheid weegt zwaar.
Maar als ik het Tjeukemeer oversteek, Heerenveen achter mij laat, de afslag neem en de zon zie ondergaan achter de weilanden, voel ik mij als het ware lichter. Want in Gorredijk, op het schoolplein, in de supermarkt, in de kantine of langs de lijn, ben ik alleen maar Raquel. En van Raquel weet men dat ze ietwat excentriek is, en vindt men het niet zo raar dat er twee posters op haar kantoor hangen met een ongewoon advies: “Have a panic attack. You’ve earned it” en, deels in het Nedersaksich, “Hok (feest) like nobody’s watching”.
Er is die gelaagdheid, een onbedoeld product van al die bochten en kronkels op de weg. Er is dat politieke project die het mogelijk maakt. En er zijn al die mensen die mij dagelijks eraan herinneren en die mij nooit hebben laten vallen. Hier heb ik mijn bestemming gevonden.

Bestemming. Zingeving. Psychiater en hoogleraar Rogier Hoenders zei een paar weken geleden in de Leeuwarder Courant:

“Zingeving helpt je om eerder stil te staan bij de eindigheid van het leven of het belang ervan, We hebben nodig wat Joseph Campbell bliss noemt: voldoening. Bliss betekent dat je je verbonden weet met anderen, met de natuur, met het heilige, in een staat van kalmte en dankbaarheid.”

En: “We hebben een groter verhaal nodig om ons eigen leven binnen te kunnen plaatsen: hoop houvast, geloof in het goede van mensen, elkaar vasthouden.”

Voldoening. Verbondenheid. Vriendschap. Vrijheid.
Voor mij is dat altijd Europa. En nergens is Europa voor mij mooier, krachtiger, tastbaarder en echter dan in Fryslân.
Dankuwel. Gracias. Thank you. Tige tank.

Theaterkerk Nes, 11 oktober 2026

Muzikale begeleiding door Peter Krako – Leaving on a Jet Plane, De Weg, In Nije Dei