Voorzitter,
Vanavond sta ik hier als raadslid van deze mooie stad. De stad waar ik ben opgegroeid. Voor mij een bijzonder moment, waar ik met trots en een gevoel van verantwoordelijkheid sta.
Raadslid zijn is voor mij méér dan alleen vergaderen, stukken lezen, bellen, veel koffie drinken en samen besluiten nemen.
Het betekent voor mij ook ontmoeten en luisteren naar de geluiden uit de samenleving, geluiden uit onze stad. Die geluiden kunnen soms luid zijn, maar juist voor mij zijn die zachte stemmen uit de samenleving eveneens belangrijk. De stem die niet vanzelfsprekend aan deze tafel komt. De stem van iemand die niet snel naar een inspraakavond gaat. Of een stem die niet de wegen kent binnen de systemen die we hebben. Die geluiden mogen we niet missen.
De betekenis van die zachte stem raakt ook mijn Molukse familiegeschiedenis. Een geschiedenis die eeuwenlang verbonden is met Nederland en niet altijd even zichtbaar of even luid aanwezig in het publieke gesprek was. Nu, na 75 jaar, heeft ook de Molukse geschiedenis en verhalen een pregnantere plek kunnen krijgen in onze samenleving. Dit laat zien dat verbinden en luisteren, óók naar die zachte stemmen uit de samenleving, altijd sterker zijn dan zwijgen en vergeten.
En de zachte stem uit de samenleving, uit onze stad betreft ook woningzoekenden. Die snakken naar huisvesting. En vanavond bespreken we de Nota parkeernorm. Deze norm zal als één van de randvoorwaarden gelden bij het bouwen van bijvoorbeeld nieuwe woningen. Voor D66 is het helder. Veel Culemborgers wachten op een woonruimte. We willen dat snel gebouwd kan worden om te voorzien in dit maatschappelijk vraagstuk.
Maar tegelijkertijd staan we ook voor beleid dat realistisch is en aansluit bij de praktijk. Zo zie ik in de stukken dat het college ervoor kiest om het beleid uit de oude nota voort te zetten, waarin dus wordt gekozen voor het hoogste kencijfer/norm binnen de banbreedte (de uitzonderingsgebieden daarbuiten gelaten).
Kan de portefeuillehouder uitleggen waarom hiervoor wordt gekozen en hoe ziet hij dit met de beperkte ruimte die we in Culemborg hebben? Moeten we juist meer inzetten op deelmobiliteit?
Dat is duurzamer én over het algemeen kan het ook kostenbesparend zijn voor mensen. Graag een reflectie van de portefeuillehouder.
En kunnen hogere parkeernormen voor voorzieningen er juist toe leiden dat gewenste voorzieningen ruimtelijk of financieel moeilijker realiseerbaar worden waardoor investeerders minder snel willen investeren in projecten? Hoe weegt hij dit af tegen de woningbouwopgave die we hebben?
Daarnaast wordt een nieuwe parkeernorm voor fietsers ingebouwd. Vanuit D66 zijn we vóór fietsen en willen we groene manier van vervoeren uiteraard stimuleren. Een hoog aantal fietsplekken op papier zegt weinig als bewoners hun fiets vervolgens niet goed, niet veilig of toegankelijk kunnen stallen. Is er ook rekening gehouden met toegankelijkheid voor bijvoorbeeld minder validen?
Daarnaast is mijn vraag aan de portefeuillehouder ‘Hoe is de voorgestelde fietsparkeernorm onderbouwd met de feitelijke fietsparkeerbehoefte in Culemborg?’
En wat als blijk dat fietsparkeerplaatsen formeel worden gerealiseerd, maar in de praktijk juist minder fietsen geparkeerd hoeven te worden?
Is de portefeuillehouder het met D66 eens dat een hoge ambitie qua fietsparkeernorm op zichzelf niet erg is, maar dat het wél onderbouwd, maatwerkgevend én daarmee realistisch moet zijn?
Kortom, de vraag is niet hoe we de maximale parkeernorm kunnen inpassen. Maar ik wil eerder de vraag stellen hoe kunnen we komen tot een realistische parkeernorm die recht doet aan de behoefte van de stad en waarbij ook oog is voor duurzame manier van vervoeren.
De zachte stemmen uit de samenleving
Maidenspeech Marvin Putuhena
Benieuwd hoe Marvin zich heeft voorbereid op zijn maidenspeech? Je ziet het hier >