Nu, tijdens de Pridemaand, is er zo veel dat me boos maakt. De mishandelingen op queer-personen in Nijmegen, Zandvoort en op Roze Maandag, de aanslag in Berlijn, hetero’s die met champagne aan de zijkant van de botenparade staan en alleen komen vieren, maar geen Pridevlag ophangen, Pridevlaggen die in de brand zijn gestoken, de maatregelen van Trump die transgender-personen discrimineren en zo kan ik nog wel even doorgaan.
Maar wat me echt woedend maakt, is dat mensen die zich zogenaamd zorgen maken, de belangrijke zorg voor transgender-kinderen in twijfel trekken. En ik weet uit eigen ervaring hoe belangrijk de zorg voor transgenderpersonen is.
Boos. Dat is het woord.
Beeld: D66 Amstelveen
Waar ik boos over ben. Eerst de feiten.
Op 25 juni kwam de Telegraaf met een verhaal van ouders die vinden dat hun inmiddels 23-jarige dochter tijdens haar transitie te snel is behandeld. Geen onderzoek, geen cijfers.
Het is het perspectief van twee ouders en hun ‘bezorgdheid’. De dochter zelf komt in het stuk niet aan het woord. Sterker nog, ze heeft het contact met haar ouders verbroken. Simpelweg omdat ze gelukkig is met wie ze is geworden.
Hertzberger schreef in NRC een stuk tegen de transgenderzorg voor jongeren. Haar punt is dat de uiteindelijke beslissing, zelfs na tientallen gesprekken en onderzoeken, nog altijd gebaseerd is op het gevoel van een kwetsbare tiener.
De Gezondheidsraad komt in het rapport “Transgenderzorg voor jongeren” tot de tegenovergestelde conclusie: het is een zorgvuldig ingericht proces, dat zorgverleners verantwoord kunnen voortzetten. Hertzberger heeft dit onderzoek zelf aangevraagd, als Kamerlid voor NSC.
Nu de uitkomst haar niet bevalt, probeert ze twijfel te zaaien.
Twee stukken die het narratief voeden dat de zorg voor deze jongeren onverantwoord zou zijn. Beide verschenen rondom de presentatie van een rapport met de alles voor zich sprekende ondertitel “Transgenderzorg voor jongeren zorgvuldig ingericht”.
Er gebeurde iets veelzeggends: de duidelijkst positieve stemmen kwamen niet van de journalistieke redacties, maar van belangenorganisaties zoals Transgender Netwerk en Transvisie.
Geen vervolgstuk bij NRC. Geen vervolgstuk bij de Telegraaf. De twijfel kreeg alle ruimte. De geruststelling kreeg niets.
Dus vertel ik het nog maar een keer, want kennelijk moet de doelgroep dat zelf doen.
Het is een traject dat begint met gesprekken en psychologisch onderzoek, en pas bij aanhoudende genderdysforie, stap voor stap, uitkomt bij puberteitsremmers en later eventueel hormonen. Operaties komen pas op latere leeftijd in beeld.
En wanneer je start met puberteitsremmers voordat een baard of borsten zich ontwikkelen, dan komen die kenmerken er simpelweg niet. En dat is fijn.
Vaak vergeten we dat niets doen ook een prijs heeft. Uitstel kan leiden tot meer psychisch lijden, tot isolement, tot schooluitval.
Wie pas later transitioneert, heeft het vaak zwaarder op de arbeidsmarkt, in relaties en financieel.
Dat is geen mening van mij. Dat staat in verschillende rapporten.
Waarom ik terecht boos ben. Het gevoel.
Ik ben zelf een vrouw met een transgenderachtergrond. Ik weet dus niet alleen uit een rapport, maar uit ervaring, wat vroege zorg had kunnen betekenen.
Had ik puberteitsremmers gekregen, dan had ik nu geen stem gehad waar ik me voor schaam als ik tegen een onbekende moet praten.
Dat klinkt klein. Dat is het niet.
Het is elke dag opnieuw een moment van aarzeling, van niet het gesprek aangaan, jezelf afvragen of iemand aan je stem hoort dat je transgender bent, terwijl je niet wilt dat dat het eerste is wat zij over je denken. Vroege zorg had dat weggenomen.
Dus nee, dit gaat niet over gevoel tegenover wetenschap. Ik ben boos dat twijfel een podium krijgt. Geruststelling niet. En dat de doelgroep zelf deze geruststelling naar buiten moet brengen. Nu hebben we onze bondgenoten nodig.
Het begint niet bij een groot gebaar, maar bij iets simpels: hang een vlag op, niet alleen in juni. Loop mee in de Pride Walk. Spreek je uit tegen haat, ook als het je niet direct raakt. Corrigeer die collega of dat familielid.
Deel de feiten, naast het gevoel. En steun die kleine 1.900 kinderen waar het hier over gaat.
Ik kreeg die stem niet op tijd. Laten we er samen voor zorgen dat zij die wel krijgen.