‘Noem mij maar Kartini’

Door Amy van den Broek

Waarom viert Nederland op 21 april geen Kartinidag? De kans is groot dat Raden Adjeng Kartini je niets zegt, maar in Indonesië is ze een nationale held en wordt haar geboortedag, 21 april 1879, jaarlijks gevierd. Ze was een Javaanse adellijke vrouw uit het begin van de twintigste eeuw die via brieven schreef over ongelijkheid, vrouwenrechten, onderwijs, huwelijkswetgeving en kolonialisme. Hoe kan het dat een vrouw die zich uitsprak tegen ongelijkheid, zich verzette tegen diepgewortelde tradities en kritisch nadacht over koloniale machtsverhoudingen, zo weinig bekend is in het land dat zo nauw verweven was met haar leven?

Kartini laat zich moeilijk vangen in één verhaal. In het publieke debat en collectieve geheugen worden historische figuren vaak in duidelijke rollen gegoten als progressief of conservatief, rebels of gehoorzaam. Zulke labels zeggen echter weinig over hoe Kartini’s keuzes tot stand kwamen. Met vooruitstrevende ideeën zat ze nog steeds vast aan de traditionele rol van de vrouw als moeder en echtgenoot die de samenleving haar had toebedeeld. Keuzevrijheid had Kartini nauwelijks, dus zocht ze ruimte om haar medemens te helpen binnen de beperkingen die toenmalig Nederlands-Indië onder het koloniaal bewind van Nederland aan haar oplegde.  

Ze zag hoe vrouwen nauwelijks ruimte hadden hun eigen leven vorm te geven. Ongetrouwde vrouwen moesten hun vader gehoorzamen, getrouwde vrouwen hun echtgenoot. In haar eigen woorden:  
 
“En ‘t huwelijk hier, o, ellendig is hier nog een te zachte uitdrukking voor! Hoe kan ‘t ook anders zijn, als de wetten zijn gemaakt àlles voor den man en nièts, nièts voor de vrouw – als wet en leer beide zijn vóór de man – als hem àlles, àlles is geoorloofd?”
 
Toch trouwde ze, omdat familie, traditie en sociale verwachtingen zich niet aan de kant lieten schuiven, zelfs niet door iemand met zo’n sterke wil als Kartini.

In haar brieven van 1899 tot en met 1903 werkte Kartini een visie op onderwijs uit die afweek van de praktijk van haar tijd. In Nederlands-Indië kregen meisjes in deze periode nauwelijks toegang tot onderwijs. Toen Kartini in 1885 naar de lagere school ging, waren daar nog maar weinig Javaanse meisjes te vinden. Het onderwijs werd vooral gedragen door Europese vrouwen. Kartini schreef over haar schooltijd: 
 
“De Hollanders lachen en bespotten onze domheid, maar als wij ons trachten te ontwikkelen, dan nemen ze eene uitdagende houding tegenover ons aan. Wat had ik veel verdriet gehad op school! Waar de onderwijzers en vele medescholieren ons zoo vijandig gezind waren. […] ‘T viel menig onderwijzer hard aan een Javaansch kind, het hoogste nummer hoe wel verdiend ook, uit te reiken.”
 
De vijandige houding van docenten en medescholieren vanwege Kartini’s ras is slechts één voorbeeld van verweer tegen Kartini’s ontwikkeling als Javaanse vrouw. Kartini beschouwde onderwijs als een middel om een kritische geest te vormen en vrouwen in staat te stellen een zelfstandig bestaan op te bouwen. Dit botste met de norm van haar tijd waarin financiële onafhankelijkheid voor vrouwen werd gezien als ongepast, omdat het de bestaande rolverdeling binnen gezin en samenleving kon ondermijnen. Dat Kartini haar ideeën hierover publiceerde, leverde kritiek op: 
 
“Er zijn er die met leede ogen aanzien, dat ik schrijf; en er is mij een wek gegeven om daarmede op te houden. Het is niet ‘pantes’ voor een meisje om voor het publiek te schrijven. O, foei, een ongetrouwde vrouw, wier naam links en rechts wordt genoemd […]!”
 
Toch bleef ze schrijven. Als dochter van het districtshoofd van Jepara bevond Kartini zich in een bevoorrechte positie waardoor ze toegang kreeg tot onderwijs, Nederlands leerde en zo kon corresponderen met feministen buiten haar leefwereld. In haar eerdere brieven klinkt bewondering door voor Nederland, omdat ze het land vanwege haar Westerse onderwijs als voorbeeld zag voor emancipatie van vrouwen.  
Ze zag Nederland als land vol mogelijkheden, maar gaandeweg verschoof haar perspectief en trok ze in twijfel hoe Nederland dan wel over Java dacht. Zo schreef ze: 
 
“Hier voor je liggen de gedachten bloot van iemand, die tot het geminachte bruine ras behoort. Wat kunnen zij oordeelen over ons, ons doen en laten? Kennen zij ons?”
 
Degenen die de macht hebben om te oordelen, zijn niet degenen die de werkelijkheid leven waarover dat oordeel gaat. Mensen die op afstand naar Java kijken, denken Kartini’s samenleving te begrijpen, terwijl ze haar slechts door hun eigen kaders en aannames kunnen zien. Ditzelfde geldt voor Kartini’s begrip van Nederland. 

Nog voordat haar huwelijk plaatsvond en terwijl ze in huisarrest moest wachten op een gearrangeerd huwelijk, begon ze al met het lesgeven aan dochters van mensen die voor haar vader werkten. Binnen de beperkte ruimte die haar werd gegund, kreeg haar idee van onderwijs daarmee voor het eerst vorm:  
 
“De kinderen […] leren schrijven, lezen en handwerken en koken.”
 
Hiermee gaf Kartini deze meisjes een kans zichzelf te ontwikkelen buiten de rol die de samenleving voor hen voor ogen had gehad, al was het binnen de beperkte mogelijkheden van het huis waar zij in huisarrest verbleef in afwachting van een echtgenoot.

Binnen haar familie speelden verwachtingen en verplichtingen een grote rol. Haar vader stemde na enig overleg in met een studie in Nederland, in de hoop dat Kartini daarmee zou bijdragen aan de ontwikkeling van Java. Desondanks waren er obstakels. Toen haar broer Kartono in Nederland in moeilijkheden raakte, stemde ze in met een huwelijk op voorwaarde dat hij in Nederland kon blijven om zijn toekomst te herstellen en zij haar onderwijsactiviteiten in Nederlands-Indië mocht voortzetten. Uiteindelijk bleek het offer niet nodig. Een familievriend van haar vader bood hulp aan Kartono, waardoor hij in Nederland kon blijven.

Opnieuw weerhield een ander obstakel Kartini ervan in Nederland te studeren. Haar vader had namelijk geen geld om haar gehele studie, reiskosten en verblijf te financiëren. Ze zocht naar een oplossing: 
 
“[…] wil U aan Mijnheer vragen, of Z.E.d. niet zou kunnen bewerken, dat ik geheel op ‘s lands kosten tot onderwijzeres voor de op te richten Inl. meisjesschool word opgeleid? […] Staat de Regeering dat verzoek niet toe, welnu, dan zal ik wel van de onderwijzeresstudie moeten afzien.”
 
Terwijl een antwoord van de regering op zich liet wachten, groeide bij Kartini de twijfel of ze wel serieus genomen zou worden als onderwijzeres met een Nederlandse opleiding op een Inlandse Meisjesschool. Ze had het er ook steeds moeilijker mee haar vader achter te laten vanwege hun goede band en zijn kwetsbare gezondheid. Toen ruim twee jaar later, in januari 1903, het nieuws volgde dat de regering haar verzoek goed had gekeurd, wilde Kartini niet meer gaan: 
 
“Wij horen nu ons zelf niet meer toe, wij hooren de zaak toe. Op ‘t oogenblik dienen wij haar ‘t beste door in ‘t land te blijven. Het publiek […] moet ons nog leeren kennen; gaan wij nu weg, dan zullen wij ons daarvan vervreemden.”
 
Later dat jaar trouwde Kartini. Als vrouw van het districtshoofd van Rembang, ten oosten van Jepara, begon ze aan een nieuwe fase in haar leven waarin onderwijs centraal bleef staan. Ze breidde haar eerdere schooltje uit en al snel meldden ouders hun dochters aan. Opnieuw moest ze haar droom op een laag pitje zetten toen ze zwanger geraakte met haar eerste kindje. Over haar school schreef Kartini gedurende deze tijd minder. Haar zoontje zelf onderwijzen of opvoeden, heeft ze nooit kunnen doen. Ze stierf in 1904, vier dagen na de geboorte van haar zoon. Kartini was 25 jaar oud.

Haar leven laat zien hoe nauw onderwijs en emancipatie met elkaar verweven zijn. Onderwijs was voor haar niet alleen kennisoverdracht, maar een middel om vrouwen in staat te stellen een eigen leven te leiden en minder afhankelijk te zijn van de rol die voor hen was bedacht. Juist daarom is haar werk zowel persoonlijk als politiek.

Misschien is de vraag dus niet zozeer waarom Nederland geen Kartinidag viert, maar waarom we haar verhaal nog steeds niet vanzelfsprekend onderdeel laten zijn van onze eigen geschiedenis. Kartini bewoog zich voortdurend tussen Java en Nederland via haar brieven en gepubliceerde artikelen waarin ze zich uitsprak over onderwijs, vrouwenrechten en ongelijkheid. Wie krijgt toegang tot onderwijs? Wie wordt gehoord wanneer die spreekt? Kartini-dag nodigt ons uit om die vragen te blijven stellen en niet te vergeten dat de strijd om gelijkheid nooit vanzelf is gegaan. 

Geschreven door Amy van den Broek. Amy is stagiair bij de Van Mierlo Stichting en werkt op dit moment onder andere aan een boekuitgave voor het project Hemelbestormende Vrouwen waar Kartini onderdeel van zal worden. De verwachting is dat dit boek begin 2027 zal verschijnen