De politieke cultuur kan zich dus aanpassen aan de politieke constellatie. Wat er nodig is voor een minderheidskabinet is dus meer, langer en vroeger in de beleidsvorming onderhandelen, de schotten tussen ‘coalitie’ en ‘oppositie’ opheffen, minder dossiers aan elkaar verknopen, en minder hangen aan een dichtgetimmerd regeerakkoord. Uiteindelijk leidt dat tot meer ‘dualisme’ tussen kabinet en Kamer als geheel, waarbij kabinet en Kamer elkaars kritische partners zijn, en de Kamer niet alleen maar (uitsluitend het kabinet) controleert, maar ook mede-wetgever is.
Zo’n mede-wetgevende Kamer vergt ook een meer gestructureerd en sterker commissiestelsel, zo beargumenteert Carla Hoetink in een position paper over minderheidskabinetten aan de Tweede Kamer. Hierin maakt Hoetink een onderscheid tussen drie typen debatten die Kamerleden met elkaar kunnen voeren: constructieve wetgevings- en beleidsdiscussies, getuigenisdebatten en verantwoordingsdebatten. In een beter gestructureerd commissiestelsel organiseren sterkere commissievoorzitters met meer bevoegdheden meer constructieve discussies, en vinden de getuigenis- en verantwoordingsdebatten elders plaats. Ook Corné Smit wijst op het nut van een sterker commissiestelsel bij een minderheidskabinet.
Landelijke politici en bestuurders kunnen zich hiertoe laten inspireren door de besluitvorming in gemeenten. Sinds de invoering van de wet Dualisering Gemeentebestuur in 2002 hebben lokale overheden volop geïnnoveerd met dualistische besluitvorming waarbij het strikte onderscheid tussen ‘coalitie’ en ‘oppositie’ expliciet doorbroken is, aldus Hoetink. Dat doen ze onder andere door de besluitvorming te faseren in een beeldvormende, oordeelsvormende en besluitvormende fase. Raadsleden beginnen een oordeelsvormende fase zonder of slechts met een voorlopig oordeel over een voorstel van de wethouder. Dus niet met een categorisch ‘ja’ of ‘nee’, maar met onderzoekende vragen of een onderhandelbaar ‘nee, tenzij’ of ‘ja, mits’. Zodoende wordt een oordeelsvormende commissie meer een ‘mede-wetgevende’, constructieve discussie dan een getuigenis- of verantwoordingsdebat.
Open coalitie-akkoorden, een open kabinet en een constructieve houding van een meerderheid van partijen in de Kamer, via een sterker en mede-wetgevend commissiestelsel: dat is dus concreet de politieke cultuur die nodig is om een minderheidskabinet te laten werken. En de Nederlandse politiek kan dat: ze doet het vaak al op gemeenteniveau, en heeft het landelijk al eerder gedaan. De politiek hoeft het alleen nog maar te willen.