‘Relaties eerst, dan pas de inhoud’

Formatieonderhandelingen tot een goed einde brengen? Zorg dat je van elkaar weet wat je belangrijk vindt, stelt Wouter Koolmees. Als ervaringsdeskundige weet de NS-topman hoe het formatiespel gespeeld wordt. Wat doe je als de verkiezingsuitslag een haast onmogelijke opgave lijkt te geven? ‘Mijn eerste vraag is altijd: waar zit de overlap? Verschillen kun je eindeloos uitvergroten, maar dan kom je er nooit uit.’

Door Daniël Schut en Sara Visser

 ‘Die informatie van 2017, toen eerst een poging met GroenLinks werd gedaan en later de ChristenUnie aan tafel kwam, dat is natuurlijk ook één groot spel geweest’, vertelt Wouter Koolmees geanimeerd. We zitten tegenover elkaar aan een vergadertafel op het Landelijk Bureau van D66, kort voordat het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD wordt gepresenteerd. Koolmees staat op om te wijzen op een foto die schuin achter hem hangt, van Alexander Pechtold, Gert-Jan Segers, Carola Schouten en Koolmees zelf, in het Indonesische restaurant Garoeda. ‘Alle journalisten die erbij stonden, waren door Alexander getipt dat we daar gingen zitten. Beeldregie.’ 

Dit soort ‘spelletjes’ zijn precies de dingen waar Koolmees – na de verkenningsfase een relatieve buitenstaander – ook op heeft gelet tijdens de formatie van kabinet-Jetten. ‘Het moment dat er veel lekkages ontstaan (informatie naar buiten lekt, red.), dan weet je al: dit is geen goed teken. Dan zijn partijen op zoek naar externe reuring om het proces binnenskamers kapot te maken.’ Op zulke onderhandelingen zit ontzettend veel druk, vertelt hij. Je maakt lange dagen en slaapt weinig. Daar zit het tweede risico. ‘Er zitten allemaal mensen in je nek te hijgen die iets van je willen, fractieleden met eigen portefeuilles die belang hebben bij bepaalde thema’s in het coalitieakkoord, noem maar op. Tegelijkertijd loop je elke dag in en uit, langs die haag van journalisten met een spervuur van vragen. Daar kun je heel snel een faux pas maken, met gevolgen voor het proces binnenskamers.’ Koolmees lacht. ‘Je weet eigenlijk dat het goed gaat, als het tergend saai wordt om naar te kijken.’ 

Hij kan het weten. De afgelopen jaren heeft hij een flink trackrecord opgebouwd op het gebied van formaties. Zo was hij secondant van Pechtold bij de onderhandelingen voor Rutte III en verkenner en later informateur voor Rutte IV. In 2022 wist hij op lokaal niveau als informateur in Rotterdam een unieke coalitie te smeden tussen Leefbaar Rotterdam, D66, VVD en DENK, waar hij veel lof voor heeft gekregen. En recent was hij dus verkenner voor de formatie van kabinet-Jetten. 

Op de uitslagenavond wist Koolmees meteen dat deze formatie lastig zou worden: ‘In een appgroepje met een paar oudgedienden heb ik diezelfde avond gezegd: ‘Gefeliciteerd, knappe prestatie. Maar jeetje, wat is dit ingewikkeld.’’

Hoe heeft u dat als verkenner aangepakt?
‘Als verkenner heb je een vragenlijst, we noemen die altijd de ‘Herman Tjeenk Willink-afvinklijst’. Daarmee breng je systematisch in kaart wat de partijen willen. In de eerste ronde gaven ze allemaal aan een meerderheidskabinet te willen. Maar wat in de campagne was gezegd, dat bleef staan. Dus de blokkade van VVD op GroenLinks-PvdA, maar ook zaken als de hypotheekrenteaftrek of medisch-ethische kwesties bij ChristenUnie en SGP. Zo krijg je vrij snel een totaalbeeld en moet je je afvragen waar de overlap zit. Ik constateerde heel snel: die is er niet.’ 

Blokkades kunnen na verloop van tijd verdwijnen, toch?
‘Daarom heb ik een extra ronde gesprekken gevoerd om te kijken of de blokkades die bestaan, hard zijn. Dat was het geval. Op dat moment alsnog vier partijen — D66, VVD, CDA + 1 — bij elkaar zetten, had geen zin. Met GroenLinks-PvdA had Dilan Yeşilgöz na twee dagen gezegd: ik ga het niet doen. En de variant met JA21 zou in de kortste tijd inhoudelijk uit elkaar zijn gelopen. Het alsnog proberen zou hebben geleid tot verzuurde verhoudingen. In de variant van JA21 had VVD waarschijnlijk gezegd: Rob heeft Joost van tafel gepest. Andersom had Jesse Klaver gezegd: Dilan heeft mij van tafel gepest. Zo’n poging betekent niet alleen tijdverlies, maar ook verlies van energie. En het beperkt de bewegingsruimte voor het vervolg.

‘Je moet altijd oog hebben voor het langere spel. Ook al kom je niet bij elkaar in de coalitie, je moet een open houding naar elkaar houden. Er komt namelijk altijd een moment dat partijen elkaar weer nodig hebben. Dus als je in conflict blijft, dan wordt besturen heel ingewikkeld. Persoonlijke verhoudingen spelen daarbij een grote rol.’

Dat lijkt zeker tussen Jetten en Bontenbal wel goed te zitten. 
‘Ja, tussen Rob en Henri zit echt chemie. Ik ben ook trots dat de opdracht die ik ze had meegegeven is gelukt; dat ze met die positieve agenda kwamen. Dat gaf een goede vibe – al is dat ook iets waar je voor moet oppassen. Ik herinner me nog Samsom en Rutte bij Pauw & Witteman, waar het misschien iets té gezellig was. Maar het tweede effect van die positieve agenda was dat partijen daar inhoudelijk op moesten reageren, waardoor je niet meer blijft hangen in het spelletje ‘wie wil met wie’. Bovendien waren ze in twee weken al klaar, de eerste positieve verrassing. De tweede positieve verrassing was dat D66, VVD en CDA in januari al snel zeiden met z’n drieën door te gaan. Al dacht ik wel gelijk: oei… 66 zetels. Hoe ga je andere partijen verleiden?’

Vertel, hoe moeten ze dat doen?
‘De crux zit bij de begrotingen. Daar komt alles bij elkaar. Voor voldoende draagvlak moet je de komende maanden daarom met het maatschappelijk middenveld om tafel. Als het gaat over pensioenen, werkgelegenheid, investeringsklimaat of stikstof – daar moet je een agenda op maken waarvan ook de vakbonden en werkgevers zeggen: zo maar doen dan. Waardoor het voor andere partijen heel ingewikkeld wordt om te zeggen dat ze niet meedoen. Dat is mijn ervaring met het pensioenakkoord. In Rutte III had ik op zich een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar ik wist ook: als de vakbonden niet meegaan, dan gaan GroenLinks en PvdA nooit mee, en heb ik straks een probleem in de Eerste Kamer. Dus aan de voorkant moest ik er zeker van zijn dat de vakbonden aan boord waren.’

Als drukmiddel?
‘Het is geen drukmiddel denk ik. Het is andersom. Je wilt een zo’n breed mogelijk draagvlak voor grote veranderingen. Niet alleen voor meerderheden, maar ook voor stabiliteit en voorspelbaarheid voor de lange termijn. Tuurlijk, uiteindelijk zijn het de partijen die ergens voor of tegen stemmen. Maar de kans dat je een stem vóór krijgt, is groter als ook vakbonden, werkgeversorganisaties, Vereniging Nederlandse Gemeenten, et cetera, meedoen. En het beleid wordt er beter van.

‘Wat ik bijvoorbeeld zelf had meegemaakt met de Inburgeringswet: dat was best ideologisch gedreven en was helemaal dichtgetimmerd in het regeerakkoord. Maar deskundigen van buiten wezen op haakjes in het beleid waardoor het minder goed zou werken. Had ik dan vastgehouden aan de precieze afspraak in het coalitieakkoord, dan had het beleid niet gewerkt. Terwijl als je dus rekening houdt met inbreng van buiten, van deskundigen, wetenschappers en ook van partijen van buiten de coalitie, dan haal je die haakjes weg, en heb je misschien een grotere kans dat het beleid beter wordt.’

Is ideologie een hindernis?
‘Ja, ideologie kan in de weg staan van een akkoord. In de campagne benadruk je ideologische verschillen, om je achterban te enthousiasmeren. Maar na de verkiezingen is altijd mijn eerste vraag: waar zit de overlap? Verschillen kun je eindeloos uitvergroten, maar dan kom je er nooit uit.’

Natuurlijk zijn er legitieme blokkades, stelt Koolmees. Als democratische partij kun je niet samenwerken met een antidemocratische partij. ‘Daarnaast zijn er ook goede redenen voor partijen om te zeggen: dit gaat mijn morele grens over. Maar ik vind wel dat we onszelf te vaak opnaaien om dit over alles te zeggen dat ter sprake komt.’

Die ideologische thema’s spelen op lokaal niveau een kleinere rol, meent Koolmees. Medische ethiek is bijvoorbeeld geen thema in de gemeenteraad. ‘Dat is één van de verschillen die maakt dat het makkelijker is om op lokaal niveau in verschillende varianten samen te werken.’  Zoals de unieke variant in Rotterdam tussen Leefbaar Rotterdam, D66, VVD en DENK. Koolmees: ‘Het verschil tussen Leefbaar en DENK lijkt natuurlijk heel groot, hè? Op het gebied van moslims, discriminatie: ideologie. Wat ik zelf opvallend vond, was dat er inhoudelijk tegelijkertijd veel overlap was: woningen, parkeerbeleid, openbaar vervoer, armoedebeleid. Het moet gaan om die overlap.’

Welke verschillen zijn er lokaal nog meer ten opzichte van landelijke formaties?
‘Het grootste verschil is de aandacht. In Den Haag staan tientallen camera’s en journalisten voor de deur. Toen ik in Rotterdam informateur was, liep er bij wijze van spreken één journalist van het Algemeen Dagblad rond en af en toe één van Radio Rijnmond. Dat zorgt voor een andere dynamiek. Die formatierisico’s – het gaat lekken of je loopt in een valkuil – zijn er daardoor minder. Dat is fijn, want dat zorgt voor minder afleiding. Aan de andere kant is het ook zorgelijk, want je wordt nergens op afgerekend. De controlekracht van de lokale media is echt wel beperkt.

‘Een ander fundamenteel verschil is dat partijen na de verkiezingen er vier jaar zitten. Tussentijdse verkiezingen zijn niet mogelijk. Daardoor bestaat er vergeleken met Den Haag minder een strategische prikkel om de boel op te blazen voor nieuwe verkiezingen. Dan zal je namelijk vanuit dezelfde samenstelling weer een nieuw college moeten vormen. You’re in this together. Dat betekent een fundamenteel verschil in tactiek én verhoudingen. Mijn ervaring in Rotterdam is dat er meer collegiaal wordt samengewerkt, omdat je tot elkaar veroordeeld bent.’

Wat betekent dit voor die verhoudingen?
‘Het is op lokaal niveau extra belangrijk om te investeren in relaties met andere partijen. Eigenlijk vóór de verkiezingen al. Bespreek met elkaar dat je verschillen gaat uitvergroten in campagnetijd, maar je realiseert dat je daarna ook weer zult moeten samenwerken. Check bij elkaar waar gevoeligheden liggen, op welke onderwerpen je elkaar heel moet laten of elkaar wat moet gunnen. Op die manier kun je ook machtsverhoudingen en krachtsverhoudingen aftasten. Zo’n gesprek voeren met een kopje thee erbij, kan ik iedereen aanraden.’

Heeft u nog andere adviezen voor iedereen die na de gemeenteraadsverkiezingen gaat formeren?
‘Wacht niet te lang met de posten en poppetjes. De standaardtheorie is dat je niet van tevoren al bepaalde thema’s aan partijen wil geven, zodat partijen niet te vroeg het bredere plaatje uit het oog verliezen en zich gaan focussen op de eigen agenda. Maar de eigen agenda speelt wel degelijk een rol. Binnen partijen zijn er wethouders en adviescommissies en mensen die vinden dat ze aan de beurt zijn. Partijleiders die gezamenlijk een coalitie moeten vormen, moeten durven om ergens in het begin al het gesprek hierover te openen. Al is het maar om verwachtingen te managen en een beeld te krijgen van elkaars wensen. Dat helpt om tot elkaar te komen.’

Uiteindelijk is formeren mensenwerk?
‘Ja, relaties komen eerst. Je in elkaar verplaatsen is cruciaal. ‘Waar maak je je het meest zorgen over? Waar lig je in deze variant ’s nachts wakker van? Waar moet ik op letten?’ Als je elkaar zo benadert, kweek je vertrouwen. En als dat er is en je weet wat voor elkaar en voor elkaars partijen belangrijk is, dan komt de inhoud makkelijker. Je kunt wel tactische spelletjes blijven spelen, maar dat levert nooit winst op lange termijn op. Het is namelijk niet klaar als je een coalitieakkoord hebt gesloten. Dan begint het pas.’

Daniël Schut is hoofdredacteur van Idee en wetenschappelijk medewerker bij de Mr. Hans van Mierlo Stichting.
Sara Visser is journalist bij omroep HUMAN en lid van de redactie van idee.
 
Wouter Koolmees is president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, en was Tweede Kamerlid en daarna minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor D66. Hij was verder onder andere in de formatie van 2017 secondant van Alexander Pechtold bij de onderhandelingen, in 2021 informateur voor een kabinet, in 2022 informateur voor een coalitie tussen Leefbaar Rotterdam, D66, VVD en DENK, en in 2025 verkenner voor de coalitie tussen D66, CDA en VVD.