Door Roos van Keulen en Jordy van Rijsingen
Zestig jaar geleden schreef D66 een Appèl tegen een vastgelopen politiek. Een haperende democratie, maatschappelijke segmentatie en politici die het belang van de burgers niet meer centraal zetten.
Het antwoord was democratische vernieuwing, liberalisering en ontzuiling. Het idee hierachter was simpel: de samenleving is een meritocratie. De burger is verantwoordelijk voor zijn eigen
succes. De overheid zorgt enkel voor een gelijk speelveld.
Zestig jaar later, in 2026, zijn verregaande hervormingen doorgevoerd. Dat heeft echter weer andere (politieke) uitdagingen opgeleverd. Er is nog steeds woningnood. Maar ook: doorgeslagen
marktwerking, hyperindividualisme en de op komst van populisme en (rechts-)extremisme.
Iedereen zijn eigen zuil
Ontzuiling en neoliberalisme hebben een hyperindividualistische samenleving gecreëerd. We zijn onszelf gaan identificeren als individuele projecten die permanent gemeten, getoetst en
geoptimaliseerd moeten worden. Onze prestaties worden vervolgens bijna dogmatisch geregistreerd en vergeleken op sociale media: ons zakelijk succes op LinkedIn, onze sportprestaties op Strava en onze perfecte privélevens op Instagram. In tien jaar tijd is het aantal leefstijlcoaches volgens de KvK met een factor elf toegenomen. Tegelijkertijd wonen inmiddels 3,3 miljoen mensen volgens het
CBS alleen en voelt bijna de helft van de Nederlanders zich eenzaam.
Extreem efficiëntiedenken – ook in technologische ontwikkelingen – zijn katalyserende factoren voor deze ontworteling. We werken thuis, lopen een ommetje met onze koptelefoon op, rekenen onze boodschappen af bij de zelfscankassa en halen onze pakketjes op bij de automatische afhaalpunten. We moeten ons best doen om wel sociale interacties te hebben op een doordeweekse dag.
Niet in mijn achtertuin
Het resultaat is een samenleving die niet langer een gemeenschap is waarbij we vooral bezig zijn met ons eigen belang. Windmolens om de klimaatcrisis aan te pakken? Goed idee, maar niet in mijn achtertuin. Een nieuwbouwwijk om de woningnood aan te pakken? Prima, maar niet in mijn buurt. Arbeidsmigranten voor de banen die wij te min vinden? Heel handig, maar ze mogen onze woningen niet afpakken. We vinden dat anderen hun steentje bij moeten dragen aan
de samenleving en zich moeten schikken naar het collectief belang, maar maken daar voor onszelf graag een uitzondering. We erkennen de maatschappelijke problemen, maar we weigeren om ons eigen aandeel in te zien. Als we onszelf niet in de spiegel durven aan te
kijken. Als wij niet de oorzaak van de problemen zijn en we geen zin hebben om bij te dragen aan de oplossing, dan rest de vraag: wiens schuld is het dan wel en wie gaat het voor ons oplossen?
Populistische partijen geven gretig antwoord op die vraag: door het construeren van een fictief wij, afgezet tegen een vijandige zij. Wie de zondebok is in het narratief maakt niet zoveel uit – de migrant, de elite, de vrouw – zolang het maar de ander betreft. Een simplistisch, gevaarlijk en vaak ongefundeerd verhaal waarbij ontevreden burgers
achterover mogen leunen en de vinger naar een ander kunnen wijzen; we slikken het als zoete koek. Anderen zijn de oorzaak van mijn problemen, anderen moeten ze dan maar ook oplossen. Een verhaal van uitsluiting en haat, gevoed door angst, woede en wantrouwen.
Politieke liefde
Het is van belang om daar een redelijker narratief tegenover te stellen, zonder zondebok, waarbij gemeenschapsgevoel en empathie centraal worden gesteld. Filosoof Martha Nussbaum noemt het in
Political Emotions: Why Love Matters for Justice (Belknap Press, 2015) politieke liefde: het gedeelde gevoel dat we iets met elkaar delen wat groter is dan onszelf. Democratieën overleven niet op wetten en instituties alleen, ze hebben ook gedeelde emoties nodig. Deze emoties moeten ook worden gevoed: via onderwijs, kunst en gedeelde publieke ruimten. Zij helpen ons herinneren dat het leven
prettiger, mooier en rijker is als we het delen met anderen.
Dit narratief moet ons aanmoedigen om onze eigen belangen opzij te zetten en anderen te helpen. Om ons te doen beseffen dat niet alles transactioneel hoeft te zijn; we mogen ook een bijdrage leveren aan de maatschappij zonder daar een persoonlijk gewin voor terug te eisen.
Het winnende essay van de Van Mierlo Essaywedstrijd: Ik is een ander
Met trots kondigen we de winnaar aan van de Van Mierlo-essaywedstrijd 2026. De jury oordeelde dat het winnende essay boven de andere vijftig (!) inzendingen uitstak, omdat het inhoudelijk het meest vernieuwend en origineel was, zeer goed aansloot bij het sociaal-liberale gedachtegoed en het zowel diepgravend als concreet was, met praktische, invoelbare voorbeelden.
Veel dank aan de jury, bestaande uit Winnie Sorgdrager, Sara Visser en Laura de Vries. Felicaties aan de winnende auteurs, en we kijken nu al uit naar de bijdragen voor de essaywedstrijd volgend jaar!
Wie de zondebok is in het narratief maakt niet zoveel uit – de migrant, de elite, de vrouw – zolang het maar de ander betreft
Dit narratief van politieke liefde kan zich richten op de tekenen van hoop in onze samenleving waaruit blijkt dat we ons gemeenschapsgevoel nog niet helemaal zijn verloren. We zeggen immers nog steeds netjes ‘dag’ en ‘dankjewel’ tegen de buschauffeur als we uitstappen. De verkeersregelaar die elke dag door weer en wind bij Den Haag centraal staat, geeft alle voorbijrijdende fietsers
een high five. In wijken door heel het land staan straatbibliotheken, gezamenlijke moestuinen en buurthuizen die gratis computer- of taallessen aanbieden: gegeven voor en door buurtbewoners.
In tijden van extremisme, populisme en fascisme zijn dergelijke initiatieven het krachtigste tegengewicht dat er is. De overheid zou ze moeten koesteren.
Zonder wrijving geen glans
Dit appèl is daarom ook geen oproep voor specifieke hervormingen of beleidskeuzes. Er zijn al stapels rapporten met analyses over de crises waar we in zitten – en hoe we deze rechtvaardig kunnen oplossen. Wat ontbreekt is de politieke moed om deze rechtvaardige, maar soms onpopulaire keuzes te maken. Maar ook de bereidheid van
een samenleving om de consequenties van deze keuzes te dragen.
Zo betekent een rechtvaardiger belastingstelsel – zonder hypotheekrenteaftrek en met hogere erfbelasting – dat wie veel vermogen heeft meer bijdraagt, ook als dit jouw kapitaal betreft. Meer huizen betekent dat er gebouwd zal worden, ook in jouw wijk. En rekeningrijden zou de fileproblematiek oplossen, CO²-uitstoot verminderen en het openbaar vervoer financieren. Een politieke
partij die dit hardop uitspreekt, riskeert echter een electorale afstraffing bij de volgende verkiezing. Egocentrisch kortetermijndenken prevaleert.
Dat is ook te wijten aan de vicieuze cirkel waar veel burgers in zitten: we willen niet als enige of eerste iets opofferen, zeker als de ander dat ook niet doet. Komt er na een demonstratie toch geen azc in een bepaalde gemeente? Dan gaan wij ook demonstreren. Of andersom: als er bepaalde mazen in de wet zitten die we in ons voordeel kunnen gebruiken, ook al gaat dat ten koste van maatschappelijke belangen, dan houdt ons moreel kompas ons niet tegen. Zo weten we allemaal dat hypotheekrenteaftrek afschaffen eerlijker zou zijn ten opzichte van niet-huizenbezitters, maar maken we er gretig gebruik van zolang het er nog is. Zolang we op deze manier blijven denken, en niet
bereid zijn te kiezen voor het collectief, zijn politieke ideeën zoals referenda en directe democratie zeer gevaarlijke routes waarvoor we als samenleving nu nog te onvolwassen blijken te zijn.
Een overheid met een sluier van onwetendheid
Dit appèl draagt de politiek daarom in eerste instantie op om het egocentrisme aan banden te leggen en het collectiviteitsgevoel te cultiveren, of desnoods op te leggen. Door burgers echte verantwoordelijkheid te geven en te laten inzien dat bijdragen aan iets groters geen opoffering is. Het is juist, tegen alle verwachtingen in, een bron van voldoening. Politici moeten daarin ook het goede voorbeeld geven. Ze zouden moeten handelen naar wat filosoof John Rawls ‘de sluier van onwetendheid’ noemt. Keuzes maken waarbij je je persoonlijke situatie – zoals geslacht, afkomst of opleidingsniveau – tijdelijk vergeet. Om te zorgen dat je een fijn en gelukkig leven kunt leiden, kom je vanzelf tot de meest rechtvaardige keuzes en creëer je een zo eerlijk mogelijke samenleving. Dat betekent voor politici ook: afstand doen van het fulltime in campagnemodus staan. Geen drama
genereren tijdens debatten om meer stemmen te winnen. Geen scorebordpolitiek. Geen uitslagen van moties op sociale media.
Ik is een ander
Politieke liefde zit al in onze samenleving: het gevoel bestaat. Het heeft in tijden van verharding en polarisatie alleen ruimte nodig om te groeien. Dat vereist een andere houding van politici, de media én de burger. Niet eindeloos procederen tegen een nieuwbouwwijk, maar accepteren dat je huis wellicht in waarde daalt. Leg zonnepanelen aan, ook zonder de duurzaamheidssubsidie. Overweeg om vrijwilligerswerk te doen als je daar de tijd voor hebt. Maar bovenal: vertrouw dat echte verandering een kwestie van een lange adem is, straf niet bij elke nieuwe verkiezing de huidige bestuurders af door op zoek te gaan naar een nieuwe Messias die gouden bergen belooft.
Dit appèl is daarom met name gericht aan ons, als samenleving. Zie in hoe belangrijk de maatschappij voor ons allen is. Sta open om daaraan een bijdrage te leveren. En accepteer dat soms de zege
van het collectief ook iets waard is, ook al moet je daar zelf op persoonlijk vlak voor inbinden. Onze identiteit kan niet los gezien worden van onze buren, familie en vrienden. Zij, de ander beïnvloeden wie we zijn; onze meningen, behoeften en
dromen.
Zoals de Franse dichter Arthur Rimbaud schreef:
Je est un autre. Ik is een ander
Roos (33 jaar) en Jordy (31 jaar) kennen elkaar sinds hun bachelorstudie in Middelburg en zijn beiden inmiddels ruim zeven jaar
rijksambtenaar. Jordy heeft een academische achtergrond in
internationale betrekkingen en Roos is daarnaast ook neerlandica
en jurist. Samen schreven ze het winnende essay van de
Van Mierlo-essaywedstrijd van 2026.