Interview met Serv Wiemers

‘Zonder open informatie geen serieuze democratie’

‘De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen’, zegt de Grondwet sinds 1983 in Artikel 110. Na de toeslagenaffaire en een gesuggereerde functie elders voor een bepaald Kamerlid, kwamen openbaarheid van informatie en bestuur nadrukkelijk in de publieke belangstelling te staan. Een organisatie die zich al een decennium met niets anders bezighoudt is de Open State Foundation. Idee sprak met directeur Serv Wiemers.

Door Duane van Diest

Serv Wiemers is directeur van de Open State Foundation, een onafhankelijke stichting die bijdraagt aan een digitaal transparante overheid en daarmee een controleerbare en vitale democratie.
 
Om direct met de deur in huis te vallen: mensen maken zich zorgen over het klimaat, inflatie, inkomensverschillen, immigratie, betaalbare woningen, geopolitieke conflicten…is open data in die context, oneerbiedig gezegd, geen luxe-discussie? ‘Integendeel. De onvrede is groot en de crises – nationaal en internationaal – stapelen zich inderdaad op. Een open overheid is in deze onzekere tijd de essentie van waar de staat zich mee bezig moet houden. Uiteindelijk gaat het idee van een open bestuur er mijns inziens namelijk over dat je als burger niet één keer in de vier jaar de macht overdraagt aan de regering via een verkiezing, maar dat je als burger en als maatschappelijk middenveld doorlopend betrokken bent en kunt zijn bij de manier waarop je wordt bestuurd. En dat moet op basis van openbaarheid en dus ook van open data.
 
En dat gaat nu niet goed? ‘Helaas niet, nee. Door digitalisering en het internet zijn de mogelijkheden voor transparantie en openbaarheid van bestuur groter dan ooit. Een goed opgeleide en digitaal vaardige bevolking, met interesse in politieke besluitvorming, kan de vruchten plukken van een transparante en open overheid en vice versa. Maar we zien iets anders gebeuren: een groeiende informatiedisbalans tussen overheid en burgers, die leidt tot een zorgwekkende machtsdisbalans.’
 
Wiemers ziet het als zijn taak – en die van zijn Open State Foundation – om te helpen die balans terug te brengen. Juist in onzekere tijden waarin de crises zich lijken op te stapelen. Hij komt tijdens het gesprek voortdurend terug op die verhouding tussen burger en overheid – ‘zoals jullie in Idee ook steevast doen’ – specifiek in het informatiedomein. ‘Digitalisering heeft nog niet geleid tot beter inzicht van de burger in het handelen van de overheid, terwijl het in extreme mate heeft geleid tot beter inzicht van de overheid in het handelen van de burger. Dit draagt vanzelfsprekend bij aan wantrouwen en onvrede. Een open overheid is voor mij de grondstof voor een democratie waarin het vertrouwen moet worden hersteld.’
 
Het Sociaal Cultureel Planbureau signaleerde in het voorjaar ‘een versombering in ons land’, waarbij zestig procent van de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de politiek. In vergelijking met de afgelopen vijftien jaar oordelen Nederlanders ‘zeer negatief’ over de toestand van het land en de politiek. U snapt waarom? ‘Ik snap inderdaad waar het vandaan komt. Mensen krijgen onvoldoende inzicht en toegang tot besluitvorming, omdat de overheid mensen onvoldoende vertrouwt. Nederland doet het simpelweg niet goed genoeg.’
 
Wiemers wijst op de internationale ‘Right to Information Rating’ van het Centre for Law and Democracy, waarop Nederland al jaren matig scoort – we staan wereldwijd op de 75e plaats. Ministeries beantwoorden verzoeken om informatie structureel (veel) te laat; Open State heeft hier uitvoerig onderzoek naar verricht. En de Raad van Europa concludeerde in een rapport over ons land ‘a culture among government agencies to consider information not public, unless there was a good reason to make it public (rather than the other way around).’
 
‘Ik heb zelf onderzoek gedaan naar Noorwegen, het Verenigd Koninkrijk en Taiwan’, zegt Wiemers. ‘In Noorwegen zit die openheid er al heel lang goed in, als daar een WOB of WOO verzoek bij een ambtenaar binnen komt, krijgt dat prioriteit, vanuit het besef dat zij of hij daar vanuit de burger zit, daar doe je het voor. Die mentaliteit zie je in de Nederlandse ambtenarij veel minder; daar komt vaak de bestuurder eerst, en daarna pas de burger. In Taiwan hebben ze nu een minister voor digitalisering, en die is spectaculair bezig. Bijna al haar gesprekken worden gewoon live gestreamd. Ik wilde haar een keer interviewen, en dat vond ze prima, en suggereerde daarbovenop dat ik al die vragen online op een special platform zou zetten, zodat andere mensen konden meekijken, en suggesties aan mij doen. Heel anders dan Nederlandse ministers die hun agenda bijna niet willen openbaren. Het kan, maar je moet wel durven.’
 
Wiemers ziet de huidige noodzaak voor openbaarheid van bestuur ook in historisch perspectief. De constellaties die overheid, maatschappelijk middenveld en individuen door de tijd heen hebben gekend, stellen specifieke eisen aan de manier waarop de overheid met de burger omgaat, ook ten aanzien van informatie. Wiemers: ‘Tijdens de verzuiling waren het de elites van de zuilen die de dienst uitmaakten. Na de ontzuiling werd het standaardmodel voor maatschappelijke conflictbeslechting de polder: werkgevers, werknemers en overheid, op zoek naar consensus in doorlopend overleg. Maar nu zijn we weer een stap verder! De zuil is er niet meer, de polder is er niet meer, de samenleving is sterk geatomiseerd, maar de overheid is nog steeds heel sterk. Daar moet iets tegenover staan, en dat moet nu de burger zelf zijn.
 
En dat lukt nu niet? ‘Nauwelijks. Kijk naar de Digital Government Index van de OESO: qua digitalisering staat Nederland in de top, maar als het gaat om het betrekken van de gebruiker bij die digitalisering staat Nederland op plek 26 van 33 landen. Kijk naar de Wet Open Overheid. Daar is tien jaar over gepraat voordat deze daadwerkelijk in werking trad. Daar komt bij: we moeten ook een onderscheid maken tussen transparantie en openheid. Transparantie alleen is mooi, maar niet voldoende. Transparantie is een glazen wand, openheid is een open deur. En die openheid is noodzakelijker dan ooit.
 
Een veelzeggende en veelgeciteerde zin die uit een WOB-verzoek van Open State Foundation naar de ambtelijke gang van zaken rond de Wet Open Overheid naar voren kwam, onderschrijft Wiemers’ punt. Nadat de Tweede Kamer de initiatiefwet van GroenLinks en D66 had aangenomen, besloot het kabinet een onderzoek in te stellen naar de kosten van de WOO. Uit de ‘gewobte’ stukken kwam een ambtelijke e-mail naar buiten met de zin ‘Bedenk dat we bezig zijn met een exercitie die mede tot doel heeft te voorkomen dat er een wet komt die als zodanig een onbehapbare werklast met zich zou brengen.’ Het is niet de eerste keer dat dergelijke bevindingen worden gedaan door de organisatie, die in 2012 ontstond uit een fusie tussen Het Nieuwe Stemmen, een stichting opgericht in 2006, en Hack de Overheid, een collectief opgericht in 2008.
 
Uw organisatie pleit voor radicale openheid. Maar niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden om met die data om te gaan. Hoe zorgen we ervoor dat dan niet het recht van de sterkste gaat gelden in het gebruik en in de analyse van die data? ‘Dat is uiteraard altijd een risico. Ik denk dat we dat risico alleen kunnen ondervangen met openheid zelf. Als informatie zich half achter een overheidsmuur verschuilt, is misbruik ook minder goed controleerbaar. Pure transparantie zorgt voor betere controleerbaarheid. We kunnen er ook voor zorgen dat dit niet alleen geldt voor getrainde techneuten, maar voor het gewone publiek. Ook daarin heeft de overheid een rol. Het antwoord op mogelijke of hypothetische vervelende bijeffecten kan niet zijn dat je dan maar de boel sluit, dat je dan de luiken dichtgooit.
 
Volgens Wiemers is dit niet alleen symptomatisch in de discussie over openheid, maar een onwenselijk kenmerk van de huidige politieke cultuur. Er wordt gehandeld om kleine risico’s te beheersen, zonder dat daarbij rekenschap wordt gegeven aan de langetermijngevolgen van dat handelen. In het informatiedomein betekent dit dat informatie heel lang bij de overheid blijft liggen, waardoor de schade alleen maar oploopt en mensen met steeds meer ontevredenheid naar de overheid kijken. In combinatie met een overheid die nog altijd regels stelt, maar zelf steeds verder terugtreedt uit de samenleving, moet de burger op een andere manier worden versterkt en bediend. ‘Anders doe je niks anders dan het populisme voeden.’
 
Is er een risico dat door open data, digitalisering en nog meer informatie en data in spreadsheets en staafdiagrammen te stoppen de burger juist verder komt af te staan in het denken van bestuurders en topambtenaren, dat die burger daarmee nog abstracter wordt? ‘Ik denk dat je twee bewegingen moet maken, enerzijds moet de overheid altijd benaderbaar zijn, ook persoonlijk benaderbaar zijn. Als het gaat om algoritmes, willen wij een algoritme-register waarin een persoon uiteindelijk aanspreekbaar is. Er moet een mens zijn die een besluit neemt. Maar anderzijds zijn er juist heel veel overheidstaken die meer geautomatiseerd kunnen worden, zodat besluiten juist op basis van goede informatie worden genomen, en niet op basis van andere voorkeuren. En in ons model, ben je dan als overheid ook beter controleerbaar en afrekenbaar.
 
Tijdens het gesprek lijkt het soms alsof Wiemers transparantie en openheid een doel op zich vindt, in plaats van een kenmerk van een uitkomst van een integere rechtsstatelijke overheid. Desgevraagd erkent hij dit. ‘Ik denk inderdaad dat je dit specifiek en geïsoleerd moet najagen. Het kan niet anders, je kunt alleen een serieuze rechtsstaat hebben, een serieuze democratie, als je uitgaat van open informatie.’
 
Is jullie missie dan ooit klaar? ‘Natuurlijk willen we onszelf graag overbodig maken. Maar ik weet niet wanneer het klaar is.’