Het liberalisme is al vaak doodverklaard. Ten onrechte, beweert Alexandre Lefebvre in zijn boek: het liberalisme is juist springlevend en biedt uitstekende levenslessen
door Gijs Toussaint
Is de begrafenis van het liberalisme aanstaande? Is het tijd dat we een grafrede gaan opstellen? Moet het orkest het requiem gaan
inzetten? Politiek-filosoof Alexandre Lefebvre zou ons deze mistroostigheid niet kwalijk nemen. Maar hij zou ons ook ongelijk geven. In Liberalism as a Way of Life (Princeton University Press, 2024) presenteert Lefebvre juist een liberalisme vol leven. Daarvoor is volgens hem wel een hernieuwde blik op de liberale traditie nodig: een leven vol liberalisme.
Het gaat niet goed met het liberalisme, dat ziet Lefebvre ook. Onbegrensd kapitalisme maakt samenlevingen en hun inwoners individualistisch en materialistisch. Populisme heeft de overhand in verschillende democratieën, nationalisme voert de boventoon op het
internationale toneel en racisme en het patriarchaat benadelen nog altijd grote groepen mensen structureel. En toch maakt liberalisme westerse mensen nog steeds tot wie ze zijn. Wat we grappig vinden, wat we schandalig vinden, waar we betekenis aan geven; voor westerse mensen is het liberalisme overal aanwezig. Lefebvre durft de stelling aan dat de meeste van zijn lezers door en door liberaal zijn, of ze dat nou doorhebben of niet. Deze mensen wil hij helpen. Met het liberalisme als ethische gids kunnen liberalen de crises van onze tijd het hoofd bieden en een leuk, gelukkig en waardevol leven leiden. Geïnspireerd door een vernieuwende interpretatie van de bekende sociaal-liberale filosoof John Rawls wil Lefebvre ons daar de handvatten voor bieden. Dat maakt Liberalism as a Way of Life een zelfhulpboek voor liberalen.
John Rawls
Om de lezer ervan te overtuigen dat het liberale leven waardevol kan zijn, moet Lefebvre in de eerste plaats aantonen dat het liberalisme de bron kan zijn voor de invulling van het persoonlijk leven. Daarvoor grijpt hij naar John Rawls. Dat is opvallend. Deze legende van de hedendaagse politieke filosofie wordt namelijk door veel mensen als de beschermheilige van het politieke liberalisme gezien. In die stroming is het liberalisme geen gids voor de spirituele en ethische invulling van het leven, maar een handleiding voor het inrichten van de staat en de democratie.
Rawls is volgens Lefebvre juist ‘de moralist die we vandaag nodig hebben’. Lefebvre blaast het stof van A Theory of Justice (Belknap Press, 1971), het magnum opus van Rawls uit 1971, en onthult een gids voor een leuk leven. Dat ligt binnen handbereik voor alle liberalen die het willen omarmen. Het werk van Rawls vertegenwoordigt op deze manier niet alleen een politieke filosofie voor een rechtvaardige sociale en politieke orde, maar ook een morele psychologie over wat het betekent om een liberaal te zijn. Tussen alle technische en filosofische taal van Rawls is de ook taal van de zielskunst te lezen. Rawls schrijft niet alleen over de institutionele en politieke voordelen van liberalisme, maar laat ook zien hoe je er een gelukkiger mens van wordt. Lefebvre vertolkt deze taal met een toewijding die aan liefde grenst. Lefebvre plaatst Rawls zo in de traditie van achttiende en negentiende-eeuwse denkers als Montesquieu en Tocqueville, die het liberalisme als een ethisch project bij uitstek zagen.
Om het boek van Lefebvre beter te begrijpen, is ook een ander inzicht uit zijn lezing van Rawls belangrijk. Dat heeft te maken met de richting waarin het liberalisme werkt. Het centrale idee in A Theory of Justice is dat de samenleving moet worden opgevat als een eerlijk systeem van samenwerking. Belangrijk daarbij is dat dit voor Rawls geen voorstel was, maar een observatie. Het eerlijke systeem van samenwerking is de basis van hoe westerse burgers de samenleving en zichzelf zien, een gedeeld ideaal. Dit systeem is de vruchtbare grond; het liberalisme de vrucht die daaruit groeit. Onze moderne liberale instituties zijn dus niet van boven opgelegde structuren, maar het product van een gedeeld liberaal zelfbeeld, aldus Rawls. Lefebvre voegt iets aan dit idee toe. Volgens hem is niet alleen onze staatsinrichting, maar onze hele cultuur liberaal. Iedereen die na de Tweede Wereldoorlog in een westerse democratie opgroeide, is volgens Lefebvre ten diepste liberaal. Liberalisme is het water waarin we zwemmen.
Liberaal water
Twee jonge vissen zwemmen samen en komen een oudere vis tegen. ‘Goedemorgen jongens, hoe is het water?’ vraagt de oudere vis. De twee jonge vissen zwemmen verder, tot de een aan de ander vraagt: ‘Wat is water in godsnaam?’. Met deze fabel legt Lefebvre uit hoe hij naar het liberalisme kijkt. Zijn stelling is dat het waardesysteem van het liberalisme in de afgelopen decennia zijn grip op westerse samenlevingen heeft geconsolideerd. Het heeft niet alleen de media, populaire cultuur en de universiteit geïnfiltreerd, maar ook
fundamentele aspecten van het persoonlijke leven, zoals humor, vriendschap en seksualiteit. Liberalisme heeft de ultieme verdwijntruc uitgehaald: onzichtbaar worden door overal te zijn.
Om deze stelling kracht bij te zetten, haalt Lefebvre verschillende voorbeelden uit onze cultuur aan, zoals scheldwoorden. Wanneer zou Rob Jetten een groter probleem hebben? Als hij een keer in de buurt van een microfoon ‘godverdomme’ laat vallen, of als hij een vrouwelijke collega een ‘kutwijf’ noemt? Het is duidelijk het tweede, terwijl het honderd jaar geleden waarschijnlijk andersom zou zijn geweest. Dat heeft volgens Lefebvre alles te maken met het liberalisme. Waar vroeger godslastering de grootste zonde was, is
dat nu de afbreuk van de gelijke waarde van ieder individu. Daarom staan woorden als ‘nicht’, ‘mongool’ of het ‘n-woord’ tegenwoordig veel hoger op de lijst van verboden woorden.
Zijn er dan geen zaken in onze cultuur die duidelijk niet liberaal zijn Jawel, zegt Lefebvre, maar ook die uitingen bewijzen dat we in liberaal water zwemmen. Het punt is namelijk niet dat alles in onze cultuur het liberalisme ondersteunt, maar dat het onleesbaar zou zijn zonder onze liberale achtergrondcultuur. Lefebvre grijpt naar een
prikkelend voorbeeld: stieffamilieporno. Deze vorm van incest zou iedere liberaal tegen de borst moeten stoten, toch is het een ontzettend populair genre. Dat komt volgens Lefebvre omdat deze porno het taboe van de meritocratie verbreekt. In de liberale wereld krijg je alleen wat je wil als beloning voor talent en hard werken. In de fantasiewereld van de stieffamilieporno wordt dit omgedraaid. Seks
hoeft niet verdiend te worden maar komt de consument zonder voorwaarden toe. Daar zit misschien iets in, maar Lefebvre geeft geen overtuigende verklaring voor de rol van de stieffamilie. Seksuele fantasieën die niet tegen incest aanschuren kunnen toch net zo goed het taboe van de meritocratie doorbreken? Het is volgens Lefebvre een van de vele voorbeelden van liberale hypocrisie. Een groot deel van zijn boek gaat over die hypocrisie. Liberalisme is weliswaar onze culturele hoeksteen; het echte liberale leven leiden we nog lang niet. De excessen van kapitalisme, de dominantie van populisme en nationalisme, de onrechtvaardigheid van racisme en het patriarchaat: dat alles maakt dat we niet in het liberalisme maar in het ‘liberaaldom’ leven. Deze lastig te vertalen term leent Lefebvre van Kierkegaard, de negentiende-eeuwse Deense filosoof die de christelijke leiders van zijn tijd ervan beschuldigde geen echt christelijk beleid te voeren. Liberaaldom is de hypocriete, verziekte versie van het liberalisme.
Hier is Lefebvre op zijn minst overtuigend. Allereerst plaatst hij een fundamentele paradox in zijn boek. Aan de ene kant is het liberalisme de dominante achtergrondcultuur, maar aan de andere kant is het de remedie voor de zieke geest van onze tijd. Daarnaast is zijn bewijs voor de culturele dominantie van het liberalisme lastig te volgen. Aan tegenliggers herkent men de juiste weg, lijkt Lefebvre te zeggen. Aan de stiefmoeder in lingerie herkent hij het liberale water. Met deze redenering vormt Lefebvre elk bewijs tegen zijn stelling om tot een bewijs ervoor. Daarmee wordt het onmogelijk te falsifiëren. Een wetenschapper zou toch beter moeten weten. Maar ach, Lefebvre is niet de eerste politicoloog die er goed aan had gedaan een paar colleges geesteswetenschappen te volgen.
De voordelen van het liberale leven
Lefebvre is op zijn sterkst wanneer hij voorschrijft wat het liberalisme kan zijn. Liberalism as a Way of Life is namelijk ook praktisch. Met behulp van het werk van de Franse filosoof Pierre Hadot schrijft Lefebvre ‘spirituele oefeningen’ voor waarmee liberalen de lessen van John Rawls tot leven kunnen brengen. Dat doet Lefebvre op wonderbaarlijk natuurlijke wijze, alsof de connectie tussen A Theory of Justice en de praktische toepassing in het dagelijks leven altijd al
voor het oprapen lag. Neem bijvoorbeeld de sluier van onwetendheid,
het beroemde gedachte-experiment van Rawls. Dat is volgens Lefebvre prima toe te passen in het dagelijks leven. Je sluit de ogen, haalt een paar keer diep adem en stelt je voor dat je de samenleving opnieuw moet inrichten, zonder te weten wat voor sociale positie jij
zelf in die samenleving krijgt. Dat is niet alleen een leuke meditatie, maar kan ons ook concreet helpen met het nemen van beslissingen. Voor wie met deze oefeningen aan de slag wil, is het lezen van Lefebvres boek zeker de moeite waard. Het belooft namelijk veel
goeds. Wie de oefeningen toepast wordt autonoom, staat met meer dankbaarheid in het leven, kent meervreugde, wordt toleranter, standvastiger en kan zelfs tot verlossing komen. Lefebvre durft de stelling aan dat het liberalisme ons uit de sleur van het dagelijks leven kan verheffen; een belofte van religieuze proporties.
Magnificat
Als liberalen zullen we ons er waarschijnlijk bij moeten neerleggen dat ons gedachtegoed lang niet zo dominant is als we zouden willen. De uitwassen van het liberaaldom zijn overal om ons heen. Is ons requiem ingezet?
Wie Liberalism as a Way of Life leest, komt waarschijnlijk tot de tegenovergestelde conclusie: het is tijd voor het Magnificat, de liberale lofzang. Liberalen, zo luidt de oproep van Lefebvre, treed naar voren en verkondig het goede woord. Verheug u. Autonomie, dankbaarheid, vreugde, tolerantie, standvastigheid, ja, zelfs een
vorm van verlossing liggen binnen handbereik voor wie het liberale leven omarmt. Verkondig liberalisme als manier van leven luid en duidelijk, van Tweede Kamer en bestuurskamer tot het kleine vuurtje diep in de eigen ziel. John Rawls die in de hemel zijt, geef ons heden ons eerlijke systeem van samenwerking. Halleluja.
Liberalisme als een religie. Lefebvre schuurt er tegenaan. Dat zal niet voor iedereen een comfortabel verhaal zijn, maar het is wel het deel waarin Liberalism as a Way of Life op zijn best is. Lefebvre laat zien dat het liberalisme niet alleen voor positieve politieke uitkomsten kan zorgen, maar ook intrinsieke waarde heeft. Bevlogen presenteert hij een liberalisme om trots op te zijn. Hij schrijft als een trein en vliegt daarbij soms uit de bocht. Maar bovenal laat Lefebvre zien waarom verzet tegen antiliberale krachten zo urgent is: niet alleen onze dierbare politieke instituties staan onder druk, voor wie liberalisme echt omarmt staat een manier van leven op het spel
Gijs Toussaint is projectmedewerker bij de Van Mierlo Stichting.