door Salima Belhaj
In een tijd waarin oorlog steeds meer de norm lijkt te worden en oude internationale verhoudingen en instituties achteloos terzijde worden geschoven, klinkt praten over vrede misschien naïef. Of zelfs wereldvreemd. Maar is dat niet juist het moment waarop we dat wél moeten doen?
Ik betrapte mezelf erop dat ik opnieuw het zoveelste nieuwsbericht las over escalerende conflicten. Dat de wereld in brand staat, is evident. Oorlogen, spanningen en dreiging zijn overal. Net wanneer je
denkt: dit móét toch ergens ophouden, lopen de spanningen verder op. Zelfs tussen de Verenigde Staten en Groenland, waar expliciet wordt gesproken over annexatie en waar dreigende taal klinkt richting
iedereen die Groenland (onderdeel van het Koninkrijk Denemarken dat NAVO-lid is) zou willen beschermen.
Het nieuws wordt gedomineerd door oorlog. Het informeert ons, houdt ons op de hoogte, maar het trekt ons ook steeds dieper een narratief in waarin conflict het vertrekpunt is. Terwijl ik al die informatie tot me nam, verscheen plots een beeld uit mijn jeugd: het
schoolplein van de basisschool waar ik op zat. Ik weet niet eens meer precies wat de aanleiding was, maar er was een periode waarin ik hard werd aangepakt door een groep jongens. Schoppen, slaan en pesten. Ik was een jaar of tien, zachtmoedig van aard, dusdanig dat een voorbijvliegende vlinder me een hele dag in beroering kon brengen.
Op een gegeven moment besloot ik dat ik het niet langer kon verdragen dat het vermeende recht van de sterkste bepaalde wat er met mij en anderen gebeurde. Dat gevoel van onrecht sloeg om in vastberadenheid. Ik ging terugvechten. Niet uit agressie, maar uit noodzaak. Met een vriendelijk gezicht, maar met twee vuisten omhoog. Hard genoeg om duidelijk te maken: dit stopt hier! Niet alleen voor mij, maar ook voor een ander. De rust en vrede moesten terugkeren en dat zou niet gebeuren als ik het aan hen overliet. De drijfveer was niet geweld, maar vrede – en dat lukte.
Het gevoel dat ik als klein meisje had, kwam weer terug, toen ik nadacht over hoe wij vandaag omgaan met oorlogsverklaringen, dreiging en agressie in de wereld. Hoe we strategieën ontwikkelen, militaire inzet voorbereiden, reageren op wat anderen beginnen. Het lijkt soms alsof degenen die vrede willen, secundair zijn geworden. Alsof wij ons allemaal laten leiden door degenen die een oorlog beginnen, opzoeken of verheerlijken. Daardoor gaat al onze energie en aandacht dáárheen.
Precies dat is wat sommige dictators en gewetenloze machthebbers willen. Dat we over oorlog praten. Dat we in hun logica blijven. Dat hun dreiging het referentiepunt wordt.
Wat als we dat omdraaien? Wat als we vrede tot uitgangspunt maken. Niet als naïef ideaal, maar als leidend narratief. Dat vraagt andere woorden, andere keuzes en andere daden. Vreedzaam en met een vriendelijk gezicht, maar ook met twee vuisten omhoog.
Laten we niet vergeten om het ook over vrede te hebben. Over oorlog wordt al meer dan genoeg gezegd. Of het nu gaat om jongetjes op een schoolplein of om mannen die zijn opgegroeid met iets te veel macht en daar niet mee om kunnen gaan: het principe blijft hetzelfde.
Salima Belhaj is raadslid bij de Raad voor het Openbaar Bestuur en voormalig Tweede Kamerlid namens D66.
Vrede, met twee vuisten omhoog
Beeld: Herman Wouters