Beleidsplan Schuldhulpverlening

Wie met schulden te maken krijgt, verliest niet alleen financieel overzicht, maar vaak ook mentale ruimte om vooruit te kijken. Juist daarom is een goede schuldhulpverlening nodig. Voor D66 geldt: schuldhulpverlening is pas succesvol als mensen niet alleen schuldenvrij zijn, maar ook weer toekomst durven maken. De gemeente moet zich ruimhartig opstellen in de armoedebestrijding.

De problematiek neemt
toe: 7,7% huishoudens heeft schulden

Wij zien in het beleidskader Schuldhulpverlening 2026–2029 een duidelijke en herkenbare koers, gebaseerd op eerdere praktijkervaringen. Tegelijkertijd vraagt diezelfde praktijk nu om scherpere keuzes. De problematiek neemt toe: 7,7% van de huishoudens heeft schulden. De schuldregelingen zijn landelijk verkort naar 18 maanden. Dat betekent: minder tijd om schulden af te lossen, maar méér intensiteit in begeleiding. En dat legt extra druk op consulenten en op de kwaliteit van de uitvoering, terwijl de budgetten komende jaren gelijk blijven.

Hoe borgt het college dat de personele capaciteit toereikend is voor deze intensievere begeleiding?

Is er een nulmeting of specifieke monitoring ingericht om terugval na 18-maanden-trajecten inzichtelijk te maken?

De fase van nazorg
is cruciaal voor
duurzaam herstel.

Voor D66 zit daar een cruciale spanning. Want juist in de fase ná afronding van een schuldregeling ontstaat de rust waarin mensen weer kunnen leren, plannen en vooruitkijken. Toch lijkt het dat de nazorg in het beleidskader formeel beperkt wordt tot zes maanden.

Waarom is gekozen voor zes maanden nazorg, terwijl juist de fase daarna cruciaal is voor duurzaam herstel?

Is het college bereid om, waar nodig, een langere totale begeleidingsduur expliciet mogelijk en toetsbaar vast te leggen?

Eurobankbiljetten en briefgeld als symbool voor financiën en gemeentebegroting.

Beeld: D66

Monitoring is erg belangrijk

Terwijl de informatienota’s laten zien dat het college in de praktijk inzet op doorlopende coaching, hulp van het Geldloket en actieve terugvalpreventie. Dat vinden wij positief, maar we missen nog de politieke borging daarvan.

Beschikt het college over actuele recidivecijfers van inwoners die de afgelopen drie jaar een 36-maanden traject hebben doorlopen?

Ook op monitoring en capaciteit blijft het beleid terughoudend. We lezen over ambities, maar zien nog weinig harde afspraken over hoe we terugval meten, hoe we leren van resultaten en hoe we voorkomen dat wachttijden ontstaan. Tot slot:

Is het college bereid de raad jaarlijks te rapporteren over de effectiviteit van deze kortere schuldregelingen?