Voorzitter,
Den Haag is mijn stad. Hier ben ik geboren, het is mijn thuis. Daarom ben ik vereerd dat ik hier voor mijn stad in de gemeenteraad mag zitten en ik iets terug kan doen voor de stad die mij zoveel gegeven heeft en die mijn hart groen/geel heeft gekleurd.
Voor D66 staat voorop dat iedereen zich thuis en vrij voelt in deze stad en dat iedereen veilig over straat kan, maar met name voor vrouwen en meisjes is dit niet altijd vanzelfsprekend. Als moeder van een Haags mensje van vier jaar hoop ik dat zij zich hier straks ook zo thuis voelt zoals ik: welkom, veilig en vrij. En dat er voor haar ook voldoende plekken zijn in de stad die je onthoudt. Plekken waar je wacht en afspreekt. Waar je je onderdeel voelt van het leven om je heen.
Het Koningin Julianaplein is zo’n plek. Ik loop erlangs op weg naar mijn sportschool, of onderweg van werk naar huis. En vroeger sprak ik er af met mijn vriendinnen, als we weer eens gingen tienertouren door Nederland. Voorzitter, u zou het misschien niet zeggen, maar dat was nog in de tijd voordat iedereen een mobiele telefoon had. En dan was één zin genoeg: “we zien elkaar bij de zebraklok”.
De Zebraklok is zwart en wit. Niet omdat de kunstenaar aan een dier dacht, maar om rust te brengen in een drukke omgeving. De regelmatige strepen waren bedoeld als tegenwicht voor de wirwar van lijnen, palen en beweging rondom het station. Een vast punt, midden in de stroom. En dat is precies wat kunst in de openbare ruimte doet. Ze ordent. Ze vertraagt. Ze verbindt.
Voor generaties Hagenaars en Hagenezen is de Zebraklok geen stil object. Het is een ontmoetingsplek en een herkenningspunt. Een Haags icoon. Als woordvoerder stedelijke ontwikkeling én kunst en cultuur ben ik dan ook erg blij dat dit kunstwerk na 20 jaar weer terugkeert naar haar eigen plekje.
Voorzitter, juist omdat het Koningin Julianaplein iets betekent voor zoveel Hagenaars, is het belangrijk hoe dit plein er straks uit komt te zien. Ik kijk met waardering naar dit voorontwerp. Het plein wordt steeds meer een verblijfsplek in plaats van alleen een doorgang en dat is positief. Tegelijkertijd stel ik mijzelf en het college de vraag: voor wie en van wie wordt dit plein straks echt? Voelt het dan ook veilig, toegankelijk en uitnodigend genoeg voor iedereen, op ieder moment van de dag?
Voorzitter, ik heb daarom een aantal vragen.
Ten eerste over de toegankelijkheid en veiligheid van het plein.
In het ontwerp wordt gesproken over sfeervolle en zorgvuldig gekozen verlichting…romantisch zelfs. Dat klinkt mooi, maar draagt deze verlichting ook bij aan het gevoel en de realiteit van veiligheid, juist in de avond en nacht?
De overkapping van het nieuwe gebouw op het plein doet mij ook een beetje denken aan het Bollendak in Utrecht, een plek die de wethouder ongetwijfeld kent. Een overdekte plek is aantrekkelijk in een regenachtig landje, maar kan ook overlast aantrekken en niet altijd veilig voelen, met name voor vrouwen. Hoe zorgen we ervoor dat het Koningin Julianaplein een plek wordt die niet alleen mooi is, maar ook veilig blijft voelen voor iedereen, op ieder moment van de dag? Mijn fractie vindt dit een erg belangrijk onderwerp. Mijn collega Mostert heeft een initiatiefvoorstel geschreven met als titel ‘Vrouwelijk oog op Haagse stations’. Kan het college toezeggen dat hier in het Definitief Ontwerp rekening mee wordt gehouden en dat veiligheid hier expliciet en zichtbaar in terugkomt?
Over toegankelijkheid lees ik weinig concreets.
Niet in het voorontwerp en ook niet in de Leidraad Stadsentrees. Ik heb wel begrepen dat Voorall heeft meegedacht. Blijven zij betrokken in de verdere uitwerking naar een definitief ontwerp en de uiteindelijke realisatie?
Ook ben ik benieuwd naar de toegankelijkheid tijdens evenementen. We hebben regelmatig grote evenementen op het Malieveld en dan is dit plein een belangrijke route voor festivalgangers, hardlopers en concertbezoekers.
Ook de NS stelde deze vraag bij de terinzagelegging. Het antwoord vanuit het college is dat er overleg is geweest met Mojo, maar dit overleg is uit 2018. Is er inmiddels ook recenter overleg geweest? Crowdmanagement is duur, festivals staan al onder druk door gestegen kosten. Kunnen we op basis van recente ervaringen zeggen of de inrichting van het plein voldoende ruimte biedt op piekmomenten van evenementen? Ik pleit er niet voor om de vaste inrichting daar volledig op aan te passen, maar wellicht moeten we samen met de sector nadenken over slimme oplossingen waardoor het ook op drukke momenten goed blijft werken.
Dan heb ik een vraag over het paviljoen.
De wethouder heeft tijdens het debat over de Ontwikkelvisie Den Haag Centraal toegezegd om met OCKJ in gesprek te gaan over “een zo Haags mogelijke invulling” van het paviljoen. Ik ben benieuwd hoe het hiermee staat. Is dit gesprek al geweest en zo ja, wat is daarvan de uitkomst?
Daarnaast wil ik het college vragen om in dat gesprek ook andere maatschappelijke wensen mee te nemen, bijvoorbeeld door een rookvrije exploitatie als voorkeur of criterium op te nemen voor een gezonde en rookvrije generatie, geheel in lijn met het actieplan Rookvrije Stad van ons oud D66-raadslid Caroline Verduin.
Ik ben benieuwd hoe het staat met de bouw van de woningen op het KJ-plein. Iedere keer als ik er langsloop lijkt het alweer meer af. Er staan zelfs al boompjes op de balkons. Erg benieuwd wat de planning is en of we de kersverse bewoners gelijk welkom kunnen heten met een tijdelijk ingericht plein en we hen zo min mogelijk in de overlast kunnen laten zitten.
Tenslotte nog twee procesvragen. In 2018 dienden raadsleden Robert van Asten en Arjen Kapteijns (over Haagse iconen gesproken…) de motie ‘Bomenbalans’ in tijdens het debat over het Voorontwerp Stadsentree A12/malieveld en Stadsentree Koekamp (RIS298517, de stukken die de basis vormen voor dit voorontwerp. In deze motie wordt opgeroepen om bij de aanbieding van ontwerpen aan de raad voor herinrichtingen en bouwplannen altijd een kopje “bomenbalans” op te nemen in het voorstel. Dit kopje mis ik nu en zou dat meegenomen kunnen worden naar het definitief ontwerp? De herinrichting van de kruising Bezuidenhoutseweg – Rijnstraat volgt nog. Kan het college vertellen wanneer we dat kunnen verwachten?
Voorzitter,
Ik stel deze vragen niet omdat ik twijfel aan de ambitie van dit plan. Ik stel ze omdat ik hoop dat dit plein een plek wordt die generaties meegaat. Ik hoop dat over een aantal jaren mijn dochter hier ook graag kom. Dat zij tegen haar vrienden en vriendinnen zegt: we spreken af bij de zebraklok.
En dat ik haar dan met een gerust hart die kant op laat gaan.
Omdat dit plein niet alleen mooi is geworden, maar ook veilig, toegankelijk en fijne plek om te zijn.
Dat is de stad die ik haar gun.
Dank u wel.
”Een plein is pas echt geslaagd als je je dochter er met een gerust hart naartoe laat gaan”