Frans Poot (77): fysiotherapeut, raadslid en bruggenbouwer in De Bilt


Op 15 februari werd Frans Poot 77 jaar. Wie in De Bilt woont, kent zijn naam vrijwel zeker. Als fysiotherapeut hielp hij duizenden inwoners letterlijk weer op de been. Als raadslid en lijsttrekker voor D66 gaf hij richting aan belangrijke keuzes in de gemeente, van ontmoetingsplekken in het centrum tot voorzieningen in de wijken. Voorafgaand aan zijn verjaardag ontving hij mij thuis voor een gesprek over zijn loopbaan, zijn politieke drijfveren en zijn blijvende betrokkenheid bij de samenleving.
Wat volgt is het verhaal van een man die zijn vak en zijn politieke overtuiging altijd met elkaar wist te verbinden: mensen ondersteunen waar nodig, maar vooral helpen om zelfstandig en sterk te worden.

Frans Poot - Beeld: D66 De Bilt

Ik wilde mensen helpen om op eigen benen te staan

U begon uw loopbaan als fysiotherapeut. Hoe is dat begonnen?

Ik ben in 1972 begonnen, aanvankelijk bij een praktijk op de Kerklaan in De Bilt. Ik had eigenlijk plannen om naar het buitenland te gaan, want Nederlandse fysiotherapeuten stonden internationaal goed aangeschreven. Maar het beviel me hier zo goed dat ik bleef. Na een jaar werd ik mede-eigenaar, en later heb ik de praktijk helemaal overgenomen.

De praktijk groeide snel. Wat was uw visie?

We kregen steeds meer patiënten. Ik nam collega’s aan, en mijn voorwaarde was dat ieder van hen zich in een specialisme zou verdiepen dat we nog niet hadden. Zo bouwden we een brede praktijk op. Later maakten we er een maatschap van, zodat anderen mede-eigenaar konden worden. Die praktijk bestaat nog steeds.

U was ook betrokken bij de ontwikkeling van het gezondheidscentrum. Waarom vond u dat belangrijk?

We wilden de zorg beter organiseren. Daarom verhuisden we met huisartsen en een apotheek naar het gezondheidscentrum aan de Henrica van Erpweg. Door samen te werken konden we patiënten beter helpen en sneller overleggen.

Sociaal waar het moet, liberaal waar het kan

U was al vroeg betrokken bij D66. Wat trok u aan in die partij?

Het sociaal-liberalisme sprak mij altijd aan. Sociaal steunen waar het moet, maar mensen ook helpen om zelfstandig te worden. Dat deed ik als fysiotherapeut ook. Je helpt iemand eerst, maar daarna geef je oefeningen zodat iemand zelf sterk blijft. Die gedachte past precies bij D66.

U heeft zelfs
bijgedragen aan landelijke beleidsontwikkeling,
samen met
minister Els Borst.
Hoe ging dat?

Els Borst woonde hier vlakbij. Ze vroeg mij op een congres om advies over fysiotherapie en de kosten daarvan. Ik stelde voor om een maximum aantal behandelingen te hanteren, met uitzonderingen voor chronische patiënten zoals mensen met MS. Die uitzonderingen zijn uiteindelijk in de wet opgenomen. Daarmee werd fysiotherapie behouden binnen de zorgverzekering.

Dat moet een bijzonder moment zijn geweest.

Zeker. Sommige collega’s waren eerst kritisch, maar later zagen ze dat het juist het vak heeft gered. Het zorgde voor professionalisering en betere zorg.

Dat moet een bijzonder moment zijn geweest.

Zeker. Sommige collega’s waren eerst kritisch, maar later zagen ze dat het juist het vak heeft gered. Het zorgde voor professionalisering en betere zorg.

De gemeenteraad kan echt verschil maken

In 1994 werd u raadslid voor D66. Wat motiveerde u om de politiek in te gaan?

Ik wilde bijdragen aan de gemeenschap. Als fysiotherapeut hoorde ik veel verhalen van mensen in de wachtkamer. Over problemen in de wijk, overlast, of voorzieningen die ontbraken. Dat gaf mij inzicht in wat er speelde.

Kunt u een voorbeeld geven van een concreet resultaat?

Neem het centrum van Bilthoven. Dat was vroeger één grote parkeerplaats. Ik heb gezegd: het lijkt wel alsof Bilthoven pleinvrees heeft. We hebben een plein nodig waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, met horeca eromheen. Uiteindelijk kwam er een parkeergarage en werd het centrum opnieuw ingericht. Dat zijn besluiten waar de gemeenteraad echt invloed op heeft.

Politiek begint met luisteren

Uw werk als fysiotherapeut hielp u dus ook als politicus?

Absoluut. Mensen vertelden mij wat er speelde. Als er overlast was, gaf ik mijn telefoonnummer en ging ik in gesprek. Niet om te straffen, maar om oplossingen te vinden. Soms betekende dat ook opkomen voor jongeren, bijvoorbeeld om een betere plek voor hen te realiseren.

U was zes periodes raadslid en daarvan vier keer lijsttrekker. Wat is uw grootste trots?

Dat we steeds het vertrouwen van inwoners kregen. We groeiden van drie naar zes zetels. Dat gebeurt niet vaak. Het laat zien dat mensen zich gehoord voelden.

De samenleving maak je samen

U bent in 2018 gestopt met de gemeenteraad. Hoe kijkt u terug op uw politieke loopbaan?

Met veel voldoening. Ik heb altijd geprobeerd mensen bij elkaar te brengen en oplossingen te vinden. Niet vanuit tegenstellingen, maar vanuit samenwerking.

Wat zou u huidige en toekomstige politici willen meegeven?

Blijf luisteren naar mensen. Ga in gesprek. Politiek gaat niet om gelijk krijgen, maar om samen vooruitkomen.

Een leven in dienst van anderen –
Het verhaal van Frans Poot laat zien dat maatschappelijke betrokkenheid vele vormen kan aannemen. Als fysiotherapeut hielp hij mensen letterlijk vooruit. Als politicus werkte hij aan een gemeente waarin mensen elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen.
Zijn boodschap is even eenvoudig als krachtig: een sterke samenleving ontstaat wanneer mensen naar elkaar luisteren, elkaar helpen waar nodig, en elkaar vervolgens de ruimte geven om zelfstandig verder te gaan.
Juist dat maakt zijn levenswerk nog altijd actueel.