Over het nieuwe horecabeleid ontstond vorig jaar veel discussie. Aanleiding waren de voorgestelde regels voor eerdere sluitingstijden van restaurants en snackbars. Ondernemers wisten bovendien niet goed wanneer zij voor maatwerk in aanmerking zouden komen om van de regels af te wijken. Nu de concrete regels achter het horecabeleid worden vastgesteld in het Omgevingsplan, heeft D66 opnieuw zorgen geuit en vragen gesteld. Naar aanleiding daarvan geven burgemeester Halsema en wethouder Scholtes aan open te staan voor verschillende aanpassingen en verduidelijkingen.
D66 geeft Amsterdamse horeca meer ruimte en duidelijkheid: ‘houd het ook leuk hè’
Amsterdamse horecaondernemers krijgen meer duidelijkheid en ruimte. Er is een meerderheid in zicht voor verschillende aanpassingen aan de nieuwe horecaregels, nu de burgemeester daar welwillend naar lijkt te kijken. Zo wordt de definitie van een dansvloer versoepeld, komt er meer zekerheid over hoe klachtmeldingen meewegen bij de beoordeling van een zaak en worden de mogelijkheden voor snackbars om ’s nachts langer open te blijven duidelijker uitgewerkt. Hofland: “Het nieuwe horecabeleid moest ondernemers meer houvast geven. Als we vervolgens van hen horen dat verschillende regels in de praktijk anders uitpakken dan bedoeld, moeten we daar ook naar luisteren. Met deze aanpassingen geven we ondernemers meer zekerheid en maken we het horecabeleid nóg een stukje leuker.”
Beeld: ANP / Robin Utrecht
Tafels aan de kant en dansen
Een belangrijk punt was de ruimte om te dansen. Zo konden in de voorgestelde regels zaken als een dj, programmering of het regelmatig aan de kant schuiven van tafels al aanwijzingen zijn voor het aanbieden van een dansvloer. “Amsterdammers willen na een hapje eten of een gezellige borrel spontaan kunnen dansen. Iedereen weet dat de leukste avonden nooit volledig gepland zijn. Bovendien zouden ondernemers niet bang moeten zijn dat een dj of dansende bezoekers ze ineens tot een soort nachtclub maakt, doordat de regels onduidelijk zijn”, aldus D66-fractievoorzitter Rob Hofland. In een nieuwe brief erkent het college die zorg nu expliciet. Er komt daarom ruimte voor een aanpassing waarbij niet zulke losse kenmerken, maar het daadwerkelijke karakter en doel van de zaak centraal komen te staan. Ook komen er concrete voorbeelden waarmee ondernemers vooraf beter weten wat wel en niet kan.
Meer zekerheid voor ondernemers bij klachten
Bij ondernemers leefde daarnaast de angst dat alleen klachten al aanleiding zouden kunnen zijn om een ontheffing – toestemming om van de regels over sluitingstijden af te wijken – te beperken. D66 vroeg daarom om meer zekerheid voor ondernemers en of positieve ervaringen met een ondernemer ook kunnen worden meegewogen. Hofland: “Natuurlijk moet de gemeente ingrijpen als een zaak structureel overlast veroorzaakt. Maar vertrouwen werkt twee kanten op. Wie al jaren verantwoord onderneemt, goed contact met de buurt onderhoudt en problemen oplost, verdient ook een overheid die dat erkent en ruimte geeft aan wat goed gaat. Een melding is een signaal om te kijken wat er gebeurt, geen bewijs dat een ondernemer fout zit.”
Het college bevestigt nu dat klachten of overlastmeldingen op zichzelf niet genoeg zijn om een ontheffing te weigeren of in te trekken. Ze kunnen aanleiding zijn voor onderzoek, maar toezichthouders moeten objectief vaststellen wat er daadwerkelijk aan de hand is. Ook positieve ervaringen worden zogezegd meegenomen in de beoordeling en ondernemers worden tijdig op de hoogte gebracht wanneer er terugkerende klachten zijn.
‘Red de kroket’
D66 maakte zich vorig jaar met de ‘Red de kroket’-campagne hard voor de mogelijkheid om na het stappen nog ergens een kroket, döner of frietje te halen. Voor snackbars binnen 150 meter van clubs, nachtzaken en vergelijkbare uitgaanshoreca lijkt de mogelijkheid om langer open te blijven nu ruim te worden toegepast. Ook buiten die zone blijft maatwerk mogelijk. Hofland: “Er is vaker gegrapt over de late kroket, maar er zit een serieus idee achter. ‘s Nachts een open fastfoodzaak betekent buiten een lekkere snack ook dat er meer licht en ogen op straat zijn, en een plek waar je even naar binnen kunt. Net zoals we bij het nacht-OV graag kiosken openhouden om het veiligheidsgevoel te vergroten. Als de stad ’s nachts leeft, moeten er ook plekken zijn waar mensen terechtkunnen.”