Rob, dank je wel. Wat geweldig dat je hier bent, met alles wat op je bord ligt. En je waanzinnige schema.
Samen met duizenden D66’ers heb je laten zien dat het wél kan. Naar mensen luisteren, ideeën bespreken en positieve politiek bedrijven.
Het contrast was groot: terwijl Geert en Caroline over koekjes kibbelden, vertelde jij rustig hoe je wél een land vooruit kunt brengen. Welke keuzes daarbij horen. En daarmee leidde jij D66 naar een uitslag van grootste partij in Nederland, voor het eerst in onze geschiedenis! Wij kennen elkaar al bijna twintig jaar. Van de Jonge Democraten. Van lange avonden, grote plannen.
Wat me is bijgebleven van een van die avonden, en ik zal maar niet vertellen hoeveel we die avond gedronken hebben: Rob blijkt over een uitstekende Amsterdamse tongval te beschikken. Dat stelt me gerust. Want dit is – fingers crossed – de aankomend premier van het land. En dan is het fijn dat hij de taal van de mooiste stad spreekt.
Amsterdam kan altijd alle liefde uit Den Haag gebruiken.
Democraten, beste aanwezigen,
Een tijdje geleden fietste ik door de stad naar huis. Ik was nog maar net de Staalmeesterstraat uit of ik hoorde iemand roepen:
“Melanie! Wethouder! Mevrouw Van der Horst!”
Nou heet ik toevallig zo, dus ik keek achterom en zag een zwarte taxibus komen aanrijden. De chauffeur leunde uit zijn raam. “Kan ik even met u praten?” Natuurlijk! Leuk zelfs. Na een paar minuten klagen over wegwerkzaamheden, kwam hij tot de kern:
“Heeft u niet ergens een huis voor me?”
Hij is 29. Geboren en getogen in Amsterdam. Werkt hier. Woont bij zijn moeder. Zorgt voor zijn zieke vader. Houdt van deze stad.
“Hier hoor ik,” zei hij. “Maar het lukt gewoon niet.”
Dat gesprek bleef hangen. Omdat het niet ging over beleid, maar over leven. Over een vraag die veel meer Amsterdammers elke dag opnieuw bezighoudt. Over vastzitten in je eigen stad, terwijl je dolgraag vooruit wil. En precies dáár begint politiek voor mij. Bij dit soort gesprekken. Dit soort verhalen staan nooit op zichzelf. Ze zeggen iets over onze stad. Over ons DNA.
Onze stad, ons Amsterdam, is de straat waar je opgroeit. Het is de school om de hoek, de club waar je danst, het buurthuis waar ouderen samen koffiedrinken. Het voetbalveld waar
iedereen samenwerkt aan één doel. De kroket waar je midden in de nacht zin in hebt. Maar het is ook de stad, waar je door het afval de schoonheid soms niet meer ziet. Waar kinderen naar huis worden gestuurd omdat er niet genoeg leraren zijn. Waar mensen in tochtige schimmelwoningen vastzitten.
Als stadsdeelbestuurder in West, en later als wethouder, heb ik veel woningen van binnen gezien. Woningen met schimmel. Met muren die zwart uitslaan. Slaapkamers waar kinderen elke nacht in hun bed liggen. Ik denk aan die aardige man die begon te huilen toen hij vertelde dat hij uit schaamte geen bezoek meer ontving.
En aan die alleenstaande moeder met drie kinderen. Eén van hen had inmiddels astma. Van de dokter moest dat kind in de enige schimmelvrije slaapkamer slapen. De andere twee lagen nog steeds in de schimmel. Misschien ook op weg naar astma.
Dit heeft me de afgelopen jaren wakker gehouden. Letterlijk. Het kan me emotioneel maken. En het motiveert me. Hoe kan dit? In deze tijd, in dit land, in deze stad? Wie helpt deze mensen? Wie beschermt deze kinderen? Ik ben de politiek ingegaan om het leven voor Amsterdammers beter te maken. Om te luisteren naar mensen die niet genoeg worden gehoord. Dat gaat me echt aan het hart.
Er is een omslag nodig. Als we blijven doen wat we deden, krijgen deze mensen geen oplossing. Ze hebben ons nodig.
Want voor echte doorbraken hebben we geen ideologische loopgraven nodig. Maar een politiek die keuzes maakt. Vanuit ons progressieve midden. Voor mensen. Daarom geloof ik zo sterk in wie wij zijn als partij.
En wat mij dan zo boos maakt, is dat er mensen zijn die niets anders doen pessimisme prediken en angst zaaien. Dat er politici zijn, ook hier in onze stad, die zich bij voorbaat al neer lijken te leggen bij de status quo, en oplossingen niet écht durven aan te gaan. Die zelfs spreken over het ‘temperen’ van onze woningbouwambities, terwijl zoveel Amsterdammers wanhopig op zoek zijn naar een betaalbaar huis.
D66’ers, laat ik duidelijk zijn: wij zullen ons niet neerleggen bij een politiek die de lat niet hoger wil leggen. Die denken in termen van ‘het kan niet’. Amsterdam is niet de stad van de pessimisten, maar de stad van de vooruitgangsdenkers. De stad van het homohuwelijk. De stad van Johan Cruyff, van Annie M.G. Schmidt, van Rembrandt van Rijn. Een stad die steeds opnieuw durft te kiezen voor vrijheid, kansen en vernieuwing. Die stad, is ónze stad! En voor díe stad gaan wij bij deze verkiezingen aan de slag!
2026 is een belangrijk jaar voor D66, en voor heel Amsterdam.
Voor een overheid als bondgenoot van Amsterdammers, en als partner van Amsterdamse ondernemers. Voor straten die ook voor vrouwen, kinderen, ouderen en de queer-gemeenschap veilig zijn. 24 uur per dag. Voor het allerbeste onderwijs, met werk en woning voor leraren. Amsterdam is een stad die doorbraken nodig heeft. En wie doorbraken zegt, weet ondertussen dat je bij ons moet zijn!
Om het in mooi Nederlands te zeggenwe get shit done.
Meer plekken in het PrEP-programma om hiv-besmettingen te voorkomen? Geregeld!
Veiligere straten door 30 kilometer per uur in te voeren? Geregeld!
De mammoettanker van de woningbouw de juiste richting op sturen Geregeld!
Dat laatste is mede gelukt dankzij mijn geweldige voorganger Reinier van Dantzig. Die heel de stad heeft laten zien hoe het moet, en hoe het kan!
Democraten, beste allemaal,
Een betere stad bouw je niet vanuit een bestuurskamer. Niet vanuit de Raadszaal in het Stadhuis. Een betere stad begint met gesprekken. In buurthuizen. Sportkantines. De zaaltjes. Ik houd daarvan. Het leukste van campagne voeren is luisteren, nieuwsgierig zijn. Je hoeft niet het verkiezingsprogramma op te kunnen dreunen. Ga met mensen in gesprek. Ook met mensen, die het misschien niet met ons eens zijn. Neem een voorbeeld aan onze – fingers crossed – aanstaand premier! Hij liet de afgelopen maanden zien: er is altijd wel iets in de ander dat je begrijpt. Sterker nog: vaak is het heel veel.
En kijk vooruit. Denk aan die taxichauffeur. Stel je voor dat hij over een jaar wél een eigen huis heeft. Voor zijn ouders kan zorgen. Zijn dromen kan najagen. En dat dat óók geldt voor die leraar die in Amsterdam wil wonen. Voor de starters die hun eerste baan hier hebben.
Dát is mijn beeld van Amsterdam. Een stad die groot durft te denken. En dichtbij blijft voor mensen. Daarvoor hebben we jullie nodig. Allemaal. Doe iets kleins. Of iets groots. Of iets ertussenin. Help mee in de campagne. Meld je aan via de site. Er is altijd plek voor je, en er is altijd iets te doen.
Laten we in 2026 alle progressieve en alle positieve krachten van stad verzamelen. Dan wordt D66 niet alleen de grootste partij in het parlement, maar ook in onze stad. Het Kan Wel!
Speech Melanie van der Horst | Nieuwjaarsreceptie
Op zaterdag 17 januari luidde D66 Amsterdam het nieuwe jaar knallend in met ons grootste nieuwjaarsfeest ooit! In de uitverkochte zaal van Hotel Arena sprak partijleider Melanie van der Horst het publiek toe. Ze blikte terug op het afgelopen politieke jaar, de uitdagingen waar Amsterdam voor staat en keek vooruit naar de campagne. Vanuit het geloof dat het wél kan in Amsterdam.
Lees hieronder de volledige speech terug.
LET OP: auteursrechten ontbreken. S.v.p. de auteursrechten invullen voor deze afbeelding before using it.