Zeeland over 24 jaar

Hoe zorgen we dat alle ambities ook daadwerkelijk passen in Zeeland?

Beeld: Mika van den Berg

Zeeland 2050: ambitieuze plannen vragen om duidelijke keuzes

Hoe ziet Zeeland eruit in 2050? Dat is de centrale vraag bij de Strategische Agenda Zeeland 2050. D66 onderschrijft de ambitie om op lange termijn te werken aan een sterk, leefbaar en toekomstbestendig Zeeland. Het is goed dat Rijk en regio daarbij gezamenlijk kijken naar thema’s als natuur, landbouw, woningbouw, bereikbaarheid, energie en economie.

Maar grote ambities vragen ook om duidelijke keuzes. Zeeland heeft immers geen onbeperkte ruimte. Daarom stelde D66 in de commissie Strategische Opgaven een aantal vragen over de verdere uitwerking van Zeeland 2050.

Bereikbaarheid als randvoorwaarde

Als Zeeland meer inwoners krijgt en tegelijkertijd een grotere rol krijgt op het gebied van energie, industrie en defensie, zal de druk op onze infrastructuur toenemen. De Midden-Zeelandroute, het spoor en hoogwaardig openbaar vervoer zijn daarom van groot belang.

D66 vroeg GS of bereikbaarheid niet als een van de belangrijkste randvoorwaarden moet worden gezien voordat we verdere schaalsprongen maken. We moeten voorkomen dat we eerst grote ambities vastleggen en pas daarna constateren dat de infrastructuur onvoldoende kan meegroeien.

Een gezonde leefomgeving

D66 is positief over de aandacht voor natuurherstel, stikstof, waterkwaliteit, zoetwater en klimaatadaptatie. Een stevig natuurlijk fundament is noodzakelijk voor verdere ontwikkeling.

Tegelijkertijd vinden wij dat een gezonde leefomgeving breder moet worden bekeken. Ook bodem-, water- en luchtkwaliteit en het voorkomen van nieuwe vervuiling horen daarbij. De recente aandacht voor PFAS in Zeeuws-Vlaanderen onderstreept dat dit niet alleen een ecologisch vraagstuk is, maar ook gaat over volksgezondheid en leefbaarheid.

Daarom vroegen wij GS om bij de verdere uitwerking van het natuurlijke fundament ook een bredere aanpak van milieukwaliteit mee te nemen.

Welke ruimte houden we voor landbouw?

De Strategische Agenda benoemt vruchtbare Zeeuwse landbouwgrond als onderdeel van het fundament van Zeeland. Tegelijkertijd zijn er grote ruimteclaims voor woningbouw, energie, industrie, natuur, defensie en infrastructuur.

Dat roept voor D66 een principiële vraag op: welke ruimte willen we in Zeeland behouden voor voedselproductie?

GS gaf aan dat de verschillende belangen in de verdere uitvoeringsfase gezamenlijk moeten worden afgewogen. Voor D66 is daarbij belangrijk dat landbouwgrond niet automatisch het sluitstuk van de ruimtelijke puzzel wordt. Als ruimte schaars is, moeten we daadwerkelijk durven kiezen.

Meer aandacht voor zonne-energie

De agenda besteedt veel aandacht aan kernenergie, wind op zee, waterstof en de ontwikkeling van de Clean Energy Port. D66 vindt het belangrijk dat Zeeland bijdraagt aan de energietransitie, maar mist in de agenda een bredere uitwerking van zonne-energie.

Juist wanneer ruimte schaars is, ligt het voor de hand om eerst bestaande ruimte zo goed mogelijk te benutten. Denk bijvoorbeeld aan de daken van woningen en bedrijven.

GS gaf aan dat het benutten van daken voor zonne-energie al onderdeel is van bestaand beleid, maar dat er nog mogelijkheden zijn om hier verdere stappen in te zetten.

Kernenergie als sleutelproject

Tot slot vroegen we aandacht voor de grote rol die kernenergie in de Strategische Agenda inneemt. De ontwikkeling van een nieuwe kerncentrale is aangewezen als een van de sleutelprojecten, terwijl hierover nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden.

D66 vindt het belangrijk om daarbij oog te houden voor de kwetsbaarheid van een agenda die voor een belangrijk deel afhankelijk is van een ontwikkeling waarover nog besluiten moeten worden genomen.

Zeeland 2050 vraagt om keuzes

D66 onderschrijft de ambitie om Zeeland klaar te maken voor 2050. Maar een toekomstbestendig Zeeland ontstaat niet alleen door meer ambities op elkaar te stapelen. Het vraagt ook om keuzes over ruimte, bereikbaarheid, landbouw, leefomgeving en energie.

Voor ons staat daarbij één vraag centraal: hoe zorgen we ervoor dat de verschillende ambities niet alleen afzonderlijk haalbaar lijken, maar ook daadwerkelijk samen passen in Zeeland?