Opinie: geen genäöl maar bouwen

19 januari 2026
Door Stef van der Velden en Remy Maessen

De discussie over woningbouw in ’t Ven-Oost, en specifiek in de Steilrandzone, werd afgelopen woensdag opnieuw geagendeerd door GroenLinks, EENLokaal en Veur Groeët Venlo. Dat mag. Het is goed dat de raad scherp kijkt naar ruimtelijke keuzes, zeker in gebieden met landschappelijke waarde.
Maar laten we ook eerlijk zijn over wat hier gebeurt. De gestelde vragen gaan niet over nieuwe informatie, maar over kaders die al zijn vastgesteld, afwegingen die al zijn gemaakt en uitgangspunten die al bestuurlijk zijn verankerd. De bespreeknotitie van de drie partijen ademt vooral terughoudendheid en twijfel, terwijl de inhoudelijke antwoorden in het Ruimtelijk en Programmatisch Kader al voorhanden zijn.

D66 Venlo wil dit daarom niet nóg een keer in een technische commissievergadering uitleggen, maar helder en transparant richting inwoners. Omdat het hier niet gaat om een abstract beleidsdebat, maar om de vraag of we in Venlo daadwerkelijk woningen willen bouwen of blijven hangen in procedures, mitsen en maren.
De vragen van GroenLinks, EENLokaal en Veur Groeët Venlo richten zich op de relatie met eerdere beleidskaders, de positionering van woningen ten opzichte van bestaande linten en de bescherming van natuur en landschap in de steilrandzone.

Dat zijn op zichzelf legitieme onderwerpen. Maar wie het Ruimtelijk en Programmatisch Kader ’t Ven-Oost daadwerkelijk leest, ziet dat deze zorgen expliciet zijn meegewogen en geadresseerd. De suggestie dat hier sprake zou zijn van onzorgvuldigheid of beleidsbreuk, houdt inhoudelijk geen stand.

Wat D66 stoort, is dat deze vragen telkens opnieuw worden gesteld, terwijl ze al zijn beantwoord. Dat leidt niet tot betere plannen, maar wel tot vertraging. En vertraging betekent in de praktijk: geen woningen, geen doorstroming en geen perspectief voor starters, gezinnen en ouderen. Dat is wat wij genäöl noemen.

Het Ruimtelijk en Programmatisch Kader is juist opgesteld om dit soort afwegingen zorgvuldig te maken. Niet om woningbouw onmogelijk te maken, maar om deze gericht, kleinschalig en landschappelijk ingepast mogelijk te maken.
Voor de Steilrandzone geldt nadrukkelijk: geen grootschalige verstedelijking, geen losstaande woonwijken, wel bouwen als middel om kwaliteit toe te voegen en met natuur, landschap en cultuurhistorie als randvoorwaarde.
Precies dát is hier aan de orde. Het gaat om beperkte aantallen woningen, zorgvuldig gepositioneerd, met hoge eisen aan beeldkwaliteit, groenstructuur en landschappelijke versterking. Dit sluit volledig aan bij de Omgevingsvisie Venlo 2040 en bij het ontwikkelpaspoort voor de Steilrandzone.

In ons verkiezingsprogramma Het kan wél zijn we daar helder over: Venlo staat voor een forse woningbouwopgave en die lossen we niet op door alles dicht te regelen of telkens opnieuw ter discussie te stellen.
D66 kiest voor bouwen met kwaliteit, bouwen met regie en bouwen op plekken waar het kan én verantwoord is. Dat vraagt bestuurlijke volwassenheid. Het vermogen om vastgestelde kaders ook daadwerkelijk toe te passen. En het lef om te zeggen: zorgvuldigheid is geen synoniem voor stilstand.

Een stad die haar woningnood serieus neemt, durft keuzes te maken. Niet elke discussie opnieuw te openen, maar besluiten uitvoeren binnen duidelijke kaders. De Steilrandzone van ’t Ven-Oost is geen verboden gebied. Het is een gebied waar, juist met visie en kwaliteit, ruimte is voor woningen én voor versterking van het landschap.
D66 Venlo blijft daarvoor staan. Ook als het lastig is. En daarom vinden we het belangrijk om dat hier uit te leggen.

Stef van der Velden
Woordvoerder Wonen D66 Venlo

Remy Maessen
Fractievoorzitter D66 Venlo

LET OP: auteursrechten ontbreken. S.v.p. de auteursrechten invullen voor deze afbeelding before using it.