Beoogde wethouders presenteren zich aan de commissie

Tijdens de commissievergadering van woensdagavond werden de zes beoogde wethouders bevraagd door de commissieleden. Na een persoonlijke introductie kregen de fracties de gelegenheid om vragen te stellen over hun drijfveren, ervaring, portefeuille en visie op het besturen van Purmerend.

Mark Intres namens D66

Namens D66 presenteerde fractievoorzitter Mark Intres zich als beoogd wethouder. In zijn persoonlijke verhaal vertelde hij waarom hij bewust kiest voor het wethouderschap.

“Ik geef hier namelijk een ontzettend leuke baan voor op, ik beëindig ook mijn eigen onderneming en ik stop als raadslid. Allemaal dingen die ik heel graag deed. En toch wil ik het doen.”

Hij vertelde over zijn sterke verbondenheid met Purmerend, de stad waar hij opgroeide, naar school ging en zijn gezin stichtte. Vanuit die verbondenheid wil hij bijdragen aan een gemeente waarin ook toekomstige generaties prettig kunnen wonen, werken en opgroeien.

Intres benadrukte daarnaast de ervaringen die hij meebrengt vanuit zijn loopbaan. Als voormalig journalist leerde hij verschillende perspectieven te zien, vragen te stellen en zorgvuldig afwegingen te maken. De afgelopen jaren werkte hij in bestuurlijke omgevingen bij onder meer de Metropoolregio Amsterdam en als strategisch communicatieadviseur tijdens crisissituaties. Die ervaring met samenwerking tussen overheden en bestuurders wil hij inzetten voor Purmerend.

Toekomstgerichtheid als rode draad

Op de vraag wat hem persoonlijk aanspreekt in zijn portefeuille hoefde Intres niet lang na te denken.

“Ik ben ontzettend blij met de beoogde portefeuille zoals die wordt voorgesteld. Het is een samenhangend pakket met als rode draad de toekomstgerichtheid. Ik wil het graag voor toekomstige generaties beter maken. Met een portefeuille waarin jeugd, onderwijs en duurzaamheid samenkomen ben ik ontzettend blij.”

Open bestuurscultuur

Over de samenwerking binnen een coalitie van zeven partijen gaf Intres aan dat bestuurlijke kwaliteit niet alleen een verantwoordelijkheid van het college is.

“Ik kijk uit naar hoe we met die open bestuurscultuur omgaan en wisselende meerderheden gaan zoeken. Dat vraagt iets van wethouders; die moeten naar de raad toe. De raad is uiteindelijk de baas. Dat vraagt bestuurlijk vakmanschap.”

Ook ziet hij de regionale samenwerking en de bestuurlijke toekomst van Purmerend als een van de grootste uitdagingen van de komende bestuursperiode.

Tijdens de raadsvergadering van donderdag 25 juni besluit de gemeenteraad over de benoeming van het nieuwe college.

Beeld: D66