Hoe werkt slimme straatverlichting?
Slimme lantaarnpalen zijn eigenlijk kleine computers die kunnen “zien” of er iemand aankomt. Ze zijn uitgerust met bewegingssensoren, radar of soms infraroodcamera’s die registreren of er een voetganger, fietser of auto nadert. Wanneer er niemand in de buurt is, dimt de verlichting automatisch naar een laag energieniveau, bijvoorbeeld 20% of 30%. Daardoor bespaar je enorm veel energie zonder dat de straat donker aanvoelt of onveilig wordt.
Zodra iemand nadert, gaat de verlichting direct weer naar volle sterkte voor goed zicht en een veilig gevoel. Het is zelfs mogelijk dat een hele rij lantaarnpalen meeschakelt, zodat iemand altijd in een verlichte zone loopt of fietst.
In sommige steden kan de verlichting ook van kleur veranderen bij noodsituaties, wegwerkzaamheden of evenementen. Zo wordt licht een onderdeel van slimme openbare ruimte.