Wat is je lievelingsplek in Eindhoven?
In 2019 vroeg mijn vriend (inmiddels verloofde) mij verkering op de Stratumse Heide. Dat blijft voor altijd een bijzondere plek voor ons.
Annelies Becker - Beeld: Hylke Greidanus Photography
Ik ben als kind vaak verhuisd en ik voelde me nooit verbonden aan een stad. Geboren in Rotterdam, opgegroeid in West-Brabant en Zeeland en gestudeerd in Amsterdam en Tilburg. Ik ging accentloos door het leven, zonder duidelijk antwoord op de vraag: waar kom je vandaan?
Vier jaar later is het antwoord heel duidelijk: ik kom uit Eindhoven! Ik mag hier dan niet geboren zijn, maar ik ben enorm van deze mooie en diverse stad gaan houden. Zoveel dat ik er zelfs samen met mijn verloofde een huis heb gekocht. Een droomhuis waar we onszelf oud zien worden. Verder ben ik ook onderdeel geworden van de stad. Ik lees voor op de basisschool om de hoek, schilder met ouderen in het bejaardenhuis, ik zet me samen met mijn buren in voor de wijk en elke week pak ik trots mijn fiets naar het stadhuis als raadslid. Voor het eerst heb ik wortels in een stad en die gaan niet meer weg.
Het raadswerk is prachtig. Ik zeg vaak dat ik de mooiste baan heb die er is. Je leert veel, over de stad, de inwoners, de geschiedenis en de vele ontwikkelingen. Je ontmoet de meest gepassioneerde of interessante mensen tijdens werkbezoeken. Je wordt regelmatig uit je bubbel getrokken en je perspectief wordt breder. Het is ook fantastisch om na bijna vier jaar de concrete uitwerkingen van je eigen moties of toezeggingen te zien. Zoals bijvoorbeeld de campagne tegen straatintimidatie in de bushokjes. De eerste keer dat ik het zag, kreeg ik kippenvel. Het was opeens zo tastbaar. De impact van weken aan werk.
Vier jaar geleden had ik nog geen volledig beeld van wat het raadswerk inhield. Ik kandideerde me omdat ik me wilde inzetten voor het klimaat, voor de cultuursector en om het D66-geluid te helpen verspreiden. Nog steeds met enthousiasme en passie, maar met een veel beter beeld en meer ervaring, kies ik wederom voor de raad. Ik ben nog lang niet klaar en mijn lijstje met plannen voor de stad en ideeën groeit nog steeds.
In 2019 vroeg mijn vriend (inmiddels verloofde) mij verkering op de Stratumse Heide. Dat blijft voor altijd een bijzondere plek voor ons.
We groeien enorm de komende jaren. Dit brengt uitdagingen én kansen met zich mee. Het is belangrijk dat de stad leefbaar blijft, zeker met het oog op klimaat, veiligheid en betaalbaarheid. Maar daarnaast brengt het kansen zoals de nieuwe dependance van het Rijksmuseum met zich mee. Als Eindhoven groeit, dan ook het culturele aanbod. Eindhoven designstad. Eindhoven studentenstad. Eindhoven wereldstad!
Mijn voorbeelden binnen D66 zijn Jan Terlouw en Pia Dijkstra. Het touwtje uit de voordeur-ideologie en klimaatgedachtengoed van Jan Terlouw spraken me altijd al enorm aan, maar Pia heeft me over de drempel getrokken. Toen zij zich eindeloos bleef inzetten voor de donorwet dacht ik: wauw! Dit is iemand die ergens voor staat en er ook voor gaat. Ongeacht de bergen aan kritiek en weerstand. Ik houd deze twee mensen vaak ik mijn achterhoofd als ik een motie schrijf en ook toen ik mij kandideerde. Het zijn grote schoenen om te vullen, maar ik hoop in Eindhoven de komende vier jaar dezelfde passie en doorzettingsvermogen te kunnen laten zien!
Laatst hebben we de nieuwe directeur van het Van Abbemuseum mogen ontmoeten en gesproken over de toekomst van het museum. Ik probeer elke nieuwe collectie te bekijken en dit museum blijft mij verwonderen en ontroeren. Daarnaast ben ik trotse eigenaar van een museumjaarkaart en probeer ik minimaal twee keer per maand een museum te bezoeken. Een aantal favorieten (na onze Eindhovens parels natuurlijk): Het Van Gogh museum in Amsterdam, Het Mauritshuis in Den Haag, het Bonnefanten museum in Maastricht en het Jan Cunen museum in Oss.
Ik lees veel en graag. Dit kwam van pas wanneer ik dikke raadsdossiers moest doorploeteren. Het is moeilijk kiezen tussen treffende biografieën, beeldende geschiedkundige boeken en schitterende literatuur. Maar om een top 4 te noemen:
– Liefde in de tijd van cholera van Gabriel García Márquez
– Utopia van Tomans More
– Emma van Jane Austin
– De 100 jarige man die uit het raam klom en verdween. Dit (toch vrij dikke) boek kon ik niet naast me neer leggen en liet me soms hardop lachen.