Beleidsonderwerpen gewasbeschermingsmiddelen
Opnieuw spraken we over gewasbeschermingsmiddelen. Niet vanuit een eigen beleidskeuze om mens, dier, plant en water beter te beschermen, maar omdat de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State GS hiertoe heeft gedwongen.
Wederom zijn vele documenten en adviezen toegevoegd. D66 constateert dat daarin vooral ruimte is gezocht om geen duidelijke keuzes te maken. Ondertussen groeit bij elke bespreking de lijst van verontruste inwoners en organisaties. Ditmaal hebben ook recreatieondernemers hun zorgen kenbaar gemaakt.
D66 vindt dat GS met dit voorstel onvoldoende uitvoering geeft aan de uitspraak van de Raad van State en opnieuw kiest voor het voeren van gerechtelijke procedures. Uit de vraag van GS aan Trip Advocaten – ”welke mogelijkheden zijn er om van handhaving tegen lelietelers af te zien?” – blijkt wat ons betreft dat vooral is gezocht naar manieren om onder de uitvoering van de uitspraak uit te komen.
De drie voorliggende besluiten
1. Uitvoeringskeuzes
De uitspraak van de Raad van State is helder: er geldt een natuurvergunningplicht.
Een eerder, door GS gevraagd advies stelt dat het uitvoeren van een natuurvergunningplichtig project zonder natuurvergunning een overtreding is. Dat betekent dat GS verplicht is handhavend op te treden.
Nu blijkt dat een voortoets nog niet mogelijk is, zullen telers over een natuurvergunning moeten beschikken. D66 is van mening dat hier geen andere conclusie mogelijk is.
2. Actualisatie handhavingsbeleid vergunningplicht
D66 vindt het onbegrijpelijk dat GS van indieners van een handhavingsverzoek bewijzen verlangt. Daarmee wordt feitelijk een omgekeerde bewijslast gehanteerd.
In het advies van Trip staat letterlijk dat een handhavingsverzoek niet het bewijs hoeft te bevatten dat tot handhaving moet worden overgegaan. Ieder voldoende concreet verzoek moet in behandeling worden genomen.
Toch wil GS:
– Zelf bepalen welke verzoeken wel of niet worden opgepakt;
– termijnen overschrijven;
– inwoners én telers opnieuw geen duidelijkheid of perspectief bieden.
De uitspraak betreft bestrijdingsmiddelen in brede zin – alle bestrijdingsmiddelen. GS stelt nu voor slechts vijf middelen (van de minstens dertig die worden gebruikt) als relevant aan te merken. Deze beperkte en volgens D66 twijfelachtige selectie wil GS vervolgens gebruiken als basis voor vergunningverlening.
De uitspraak van de Raad van State spreekt echter over een vergunningplicht voor alle bestrijdingsmiddelen.
3. Driftreductie
Driftreductie is slechts één onderdeel van het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen. Effecten voor verwaaiing, verdamping en uitspoeling van bassins blijven buiten beschouwing. D66 vindt dat de schadelijke effecten hiervan voor mens, dier, plant en water onvoldoende worden erkend.
Oproep
Samenvattend heeft D66 GS geadviseerd dit voorstel in te trekken. Wij roepen de nieuwe gedeputeerde Landbouw en de nieuwe gedeputeerde Handhaving op om met een nieuw voorstel te komen, gebaseerd op de adviezen van Schuttelaar & Partners en Trip Advocaten, zodat daadwerkelijk uitvoering wordt gegeven aan de inmiddels ruim een jaar oude uitspraak.
In tweede termijn heeft D66 uitgesproken het onbegrijpelijk te vinden dat GS het voorstel handhaaft en daarmee opnieuw kiest voor juridische procedures in plaats van duidelijkheid en perspectief.