Minder regels, meer ruimte om te ondernemen
Een opiniestuk door Mardge Pascaud
Beeld: Jonathan Vos Photography
Wie een winkel opent, een terras wil aanpassen of een bedrijf wil uitbreiden, wil vooral één ding: aan de slag. Toch horen we van ondernemers te vaak dat een goed idee eerst langs verschillende afdelingen, procedures en regels moet. Regels zijn nodig. Voor veiligheid, een goede leefomgeving en eerlijke concurrentie. Maar een regel moet wel een doel hebben. En een ondernemer moet kunnen begrijpen wat er van hem of haar wordt gevraagd.
Daarom wil D66 dat Maastricht veel praktischer naar ondernemerschap gaat kijken. Niet minder overheid om het minderen, maar een gemeente die sneller duidelijkheid geeft en verantwoordelijkheid neemt. Team Ondernemen Maastricht is nu al het centrale aanspreekpunt voor ondernemers. Wat ons betreft zetten we de volgende stap: één contactpersoon die een ondernemer van begin tot eind helpt, ook als meerdere gemeentelijke afdelingen nodig zijn. Niet: “daarvoor moet u bij een andere afdeling zijn”, maar: “wij regelen dat dit bij de juiste collega terechtkomt.”
En we kunnen meer doen. In ons verkiezingsprogramma kiezen we voor regelluwe zones, minder beperkingen voor terrassen en openingstijden en meer ruimte om te experimenteren. We willen meer kleine bedrijfsruimtes en flexibele huurconstructies, zodat een starter niet meteen een groot pand en lang huurcontract nodig heeft. Ook moeten gemeentelijke aanbestedingen beter toegankelijk worden voor lokale en kleinere bedrijven; eisen die alleen grote ondernemingen kunnen dragen, moeten eruit als ze niet noodzakelijk zijn.
Dat geldt bovendien niet alleen voor de binnenstad. Een fietsenmaker, kapper, kleine producent of andere ondernemer in Malberg, Heer of De Heeg is net zo goed onderdeel van de Maastrichtse economie. Daarom willen we per wijk kijken welke ruimte er nodig is voor kleine bedrijven, werkplekken en buurtdiensten.
Hoe belangrijk duidelijke regels zijn, zagen we onlangs bij het Ronald McDonald Huis. Het ontwerp voor de verbouwing kwam volgens berichtgeving zes keer terug bij de Welstands- en Monumentencommissie. Uiteindelijk verleende het college op 18 september toch de vergunning en week het daarbij af van het welstandsadvies. Dat dossier gaat niet over ondernemen, maar de les is dezelfde: zorgvuldig toetsen is goed, eindeloos blijven toetsen niet. Zoals ik in mijn maidenspeech hier dinsdag over betoogde: als een initiatief vastloopt, moet iemand verantwoordelijkheid nemen en een knoop doorhakken.
Ook bij mijn initiatief samen met Gabrielle Heine van het CDA over winterse sfeerverlichting speelt dat. Ondernemers die hun pand of straat in de winter willen verlichten, moeten vooraf weten wat kan. Natuurlijk stellen we eisen aan veiligheid, toegankelijkheid en erfgoed. Maar binnen die grenzen moet het uitgangspunt zijn: mogelijk maken waar het kan, begrenzen waar
het moet.
Dat is voor mij de kern. Als ondernemer in hart en nieren wil ik mijn steentje bijdragen aan het praktischer inrichten van de stad. Maastricht hoeft niet regelvrij te worden. Wel moeten we vaker durven vragen: waarom hebben we deze regel, kan het eenvoudiger en wie heeft er last van als wij maanden nodig hebben voor een antwoord?
Ondernemers nemen risico, investeren geld en zorgen voor banen en levendigheid. Daar mag iets tegenover staan: een gemeente die niet alleen controleert, maar ook helpt om plannen voor elkaar te krijgen. Minder formulieren. Sneller duidelijkheid. En vooral: meer ruimte om gewoon te beginnen.