Financiële uitgangspunten

Een gezonde financiële huishouding is de basis voor goed lokaal bestuur. Elke euro die de gemeente uitgeeft, moet bijdragen aan een duurzame, leefbare en sociale stad en regio. D66 kiest voor solidariteit, transparantie en toekomstgericht investeren. Wij willen dat de begroting structureel sluitend is, zonder bezuinigingen op de fundamenten van onze samenleving: duurzaamheid, leefbaarheid en sociale zekerheid.

De inkomsten van gemeenten bestaan grotendeels uit het gemeentefonds, subsidies, lokale belastingen en opbrengsten uit grondexploitaties en dividenden. Met de herziening van het gemeentefonds gaat de gemeente Leiden erop vooruit, terwijl Leiderdorp en andere buurgemeenten inleveren en scherpere keuzes moeten maken. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen, vooral bij voorzieningen als sporthallen, zwembaden en buurthuizen.

– Investeringen worden vooral gericht op toekomstbestendigheid;
– Belangrijke voorzieningen blijven behouden;
– Er wordt realistisch geraamd voor de begroting (geen ‘lucht’ in de budgetten);
– Meevallers vallen vrij naar de algemene middelen; tegenvallers worden opgevangen in het eigen begrotingshoofdstuk; de gemeente kan hier -goed gemotiveerd- van afwijken;
– Subsidies zijn geen recht en worden in principe alleen verstrekt voor een afgebakende periode en als de ontvanger aantoonbaar bijdraagt aan gemeentelijke doelen. Bovendien gebeurt de verstrekking van alle subsidies in openbaarheid en volgens dezelfde beleidsregels.
– De gemeente brengt financiële risico’s en beheersingsmaatregelen in kaart.

Op financieel gebied bereikt D66.

Een structureel gezonde begroting en buffers: we zorgen voor een meerjarenbegroting die structureel sluitend is en bouwen reserves op om schokken op te vangen.
  
Solidariteit tussen gemeenten: voorzieningen worden zoveel mogelijk gedeeld. Alle gemeenten dragen bij aan voorzieningen die buiten de eigen grenzen gebruikt worden, voor zover dat niet vanuit het gemeentefonds wordt vergoed. Bij de voorbereiding en planning van die voorzieningen worden andere gemeenten vroegtijdig betrokken.
 
We onderzoeken hoe we onze gezamenlijke financiële weerbaarheid kunnen versterken.
  
Transparantie en verantwoording: inwoners moeten eenvoudig kunnen zien waar hun belastinggeld naartoe gaat. We vergroten inzicht door helder te communiceren en te verantwoorden.
  
Eerlijke lastenverdeling: de lasten worden zo verdeeld dat mensen met een smalle beurs niet onevenredig zwaar worden geraakt. We zetten in op ruimhartig gebruik van kwijtscheldingsregelingen voor deze doelgroep.

Duurzaamheid, leefbaarheid en sociale zekerheid gaan voor: als er gekozen moet worden, verhogen we liever de belastingen dan dat we bezuinigen op deze kernwaarden.

Stimuleren van duurzaamheid: we stimuleren het maken van duurzame keuzes door voorlichting en financiële prikkels o.a. in afvaltarieven.
  
Investeren in de toekomst: we investeren gericht in woningbouw, verduurzaming en vergroening, verkeer en vervoer, en onderwijs. Daarbij benutten we innovatieve financieringsvormen zoals revolverende fondsen, zodat opbrengsten uit duurzame investeringen opnieuw kunnen worden ingezet.
  
Bescherming van kwetsbaren: uitkeringen en andere ondersteunende maatregelen blijven op peil. We kijken daarbij niet alleen naar de instroom, maar ook naar de uitstroom: niet langer behandelen dan nodig en effectief is. We willen verder meer preventie en meer en betere samenwerking tussen partners in het sociaal domein bij de ondersteuning aan inwoners. De stem van de kinderen en ouders speelt daarin een belangrijke rol.
  
Regionale samenwerking: Door samen te werken kunnen we het potentieel van de hele regio benutten om het leven van iedereen in de Leidse regio beter te maken. Door samenwerking besparen we kosten, kunnen we meer geld aantrekken en kunnen we gericht investeren in de ontwikkeling van bijvoorbeeld het brainport. We stellen hierbij duidelijke plafonds zodat gemeenten zeggenschap houden.
  
Voorzieningen zorgvuldig afwegen: elke gemeente bepaalt welke voorzieningen prioriteit hebben en zoekt combinaties waar mogelijk, zoals het delen of samenvoegen van sport-, cultuur- en maatschappelijke voorzieningen.
  
Publiek geld = publieke waarde: opbrengsten uit deelnemingen, grondexploitatie of dividenden zetten we uitsluitend in voor maatschappelijke doelen zoals duurzaamheid, leefbaarheid en sociale zekerheid.

Digitale efficiëntie: we investeren in digitalisering en efficiënte processen, zodat we middelen vrij spelen voor voorzieningen en ondersteuning van inwoners.
  
Kostenbewuste subsidies: subsidies toetsen we periodiek op effectiviteit. Wat niet meer bijdraagt aan maatschappelijke doelen, wordt afgebouwd.
  
Duurzaam en sociaal inkopen: bij aanbestedingen kijken we niet alleen naar prijs, maar ook naar maatschappelijke en ecologische waarde.
  
De inwoner wordt betrokken: inwoners krijgen meer invloed op de begroting, bijvoorbeeld via participatief budgetteren voor wijkprojecten en voorzieningen.