Een goede voedings-
bodem om te groeien

Interview met Brenda Bruinenberg over onderwijs

Wie is Brenda en wat heeft zij met onderwijs?

Brenda is een vrouw die positief en krachtig in het leven staat en een hart heeft voor de ontwikkeling van kinderen en onderwijs. Brenda werkt als leerkracht in het basisonderwijs en is schoolopleider binnen Stichting Meerwerf Basisscholen. Ze heeft daarnaast een eigen coachingspraktijk MindKindz, waarin ze volwassenen en kinderen begeleidt op basis van mindfulness.

Een vruchtbare 
bodem voor ieder kind

Volgens Brenda is het investeren in de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind van het grootste belang. Welbevinden heeft de aandacht nodig voordat een kind kan leren. Er is geen ruimte in het brein als daar nog van alles speelt wat eerst aandacht nodig heeft. Ze legt dit mooi uit aan de hand van een voorbeeld. 
 
“Kijk, ik ben zelf niet zo’n tuinierder, maar mijn buren wel. Ik plant af en toe een plantje en probeer er zo goed mogelijk voor te zorgen. Zo nu en dan geef ik het plantje water en hoop dat hij gaat groeien. Maar mijn buren die zijn echte tuinmensen. Zij geven de bodem voeding en zijn dagelijks in de tuin bezig met de verzorging van hun planten. Deze planten groeien veel beter dan de planten in mijn tuin, want er wordt gekeken naar wat ze nodig hebben en voor ze gezorgd. Dit is net zoals met kinderen. Zij hebben een goede bodem nodig om in te kunnen groeien, warme aandacht nodig om zich te kunnen ontwikkelen en ruimte en tijd om te kunnen leren.” 
 
Voorop staat het investeren in het welbevinden van kinderen én hun omgeving. Dit doe je volgens Brenda door onder andere te investeren in burgerschap, waarbij kinderen niet alleen leren over zichzelf, hun eigen gevoelens en gedachten, maar ook hoe je samenleeft, naar elkaar omkijkt en met elkaar in contact komt. Daarnaast moeten ook de mensen om een kind heen zich gezien en verbonden voelen. Ouders en opvoeders hebben het niet altijd even gemakkelijk en kunnen veel uitdagingen ervaren die verzwarend zijn voor de thuissituatie van kinderen. Ook daar moet oog voor zijn. Niet veroordelend, maar begripvol én helpend. Want hoewel we als volwassenen verantwoordelijk dragen over onze eigen keuzes, moeten we ook de kansen en mogelijkheden krijgen om die keuzes daadwerkelijk te kunnen maken. Juist door ruimte te creëren voor ontmoeting tussen ouders en opvoeders, versterken we de onderlinge verbinding en het gevoel er niet alleen voor te staan. Voor die ontmoeting mag meer aandacht voor komen, omdat dit kan bij dragen aan het welbevinden van zowel ouders als kinderen.
 
“Ouders en de omgeving van kinderen zijn de grondstoffen van de voedingsbodem waar kinderen zich in gaan ontwikkelen. Ervaren ouders stress, staan ze er alleen voor met hun problemen en overleven ze meer dan dat ze genieten van het leven? Dan is dit te vergelijken met een schrale bodem waar planten moeilijk in groeien. Hebben ouders het gevoel dat ze alles onder controle hebben, een groep mensen die hen steunen en genieten ze van het leven? Dan kan je dit vergelijken met een rijke en vruchtbare voedingsbodem voor planten waar ze optimaal groeien. Het is van groot belang dat we als maatschappij investeren in het welbevinden van kinderen én ouders.”

Wat is dan de taak van de leerkracht? 

Het zit hem volgens Brenda al in de naam, namelijk kinderen in hun ‘leer’ ‘kracht’ te zetten. Kinderen laten ervaren dat er van alles kan spelen in hun leven en dat je tegelijkertijd jezelf mag zijn en je aandacht mag hebben voor leren en ontwikkelen. Door leuke en leerzame dingen met elkaar te doen op school! Zelf zegt ze: “Ik ben geen leerkracht die vooral bezig is met de inhoud van het lesgeven: spelling en rekenen.” Brenda houdt zich vóór alles bezig met het welbevinden van een kind. “Hoe komt een kind de klas binnen?” Eerst oog hebben voor wat er aandacht nodig heeft en daarna kan het brein pas in de leerstand. Welbevinden komt voor haar echt op de eerste plek en hier zet zij zich dan ook voor in, als leerkracht, coach en als schoolopleider van leerkrachten in opleiding en hun praktijkbegeleiders. Leerkrachten hebben steeds meer oog voor traumasensitief lesgeven en mindfulness als vast onderdeel van onderwijs. Hierin leren kinderen omgaan met hun eigen emoties en die van anderen en worden zo steeds meer bewust van hun omgeving én waartoe ze zelf in staat zijn. Het gaat erom hoe we kinderen faciliteren om in hun eigen kracht te staan en van daaruit te leren en te ontwikkelen.
 
Het welbevinden van kinderen houdt voor Brenda niet op bij het investeren in goed onderwijs. Er zou volgens haar meer geld naar verbinders in de wijken moeten gaan. Mensen die de energie tussen inwoners kunnen aanwakkeren en ervoor zorgen dat mensen elkaar weten te vinden. Dat kan bijvoorbeeld door jongerenwerk, kunst en cultuur meer met elkaar te verbinden. Maar ook door verschillende generaties bij elkaar te brengen waarin jongeren en ouderen iets voor elkaar kunnen betekenen. Zo kunnen nieuwe contacten ontstaan, waarbij ouderen zich minder eenzaam voelen en jongeren meer mogelijkheden krijgen om mee te doen aan de maatschappij en hun talenten te ontdekken. Volgens Brenda zit de kracht in het investeren in de ontmoetingen: plekken en mensen die samen verbinding tot stand brengen. 
 
“Wat wij als Den Helder en de politiek daarbij kunnen doen, is nadenken over wat wij willen bereiken met die verbinding. Wat willen we uitstralen? Een gevoel van: wij zijn Den Helder en daar zijn we trots op! Vanuit nature wil iedereen iemand zijn. Iedereen wil het gevoel hebben dat je ertoe doet. Als wij als gemeente uitstralen dat iedereen in Den Helder en Julianadorp belangrijk is, dat we naar elkaar omkijken, zorgen voor goed onderwijs, aandacht hebben voor de natuur en een vindingrijke gemeente zijn die voor haar inwoners zorgt, dan gaan mensen dat ook voelen. Wat wij als gemeente uitstralen, heeft inlvoed op hoe mensen Den Helder ervaren en hoe zij zich met elkaar verbonden voelen. Die positieve energie is van groot belang voor het welbevinden van de mensen in onze gemeente.”

Wat halen wij als D66 Den Helder uit het gesprek met Brenda?

Dat de energie tussen mensen van grote waarde is. Goed onderwijs is belangrijk, maar een kind moet ook de ruimte hebben om van dat onderwijs te kunnen profiteren. Als er thuis veel stress is, ouders het gevoel hebben dat ze er alleen voor staan of een kind weinig mogelijkheden heeft om mee te doen, heeft dat invloed op het welbevinden en daarmee ook op de ontwikkeling van een kind.
 
Daarom moeten we verder kijken dan alleen naar wat er binnen de muren van een school gebeurt. De voedingsbodem waarop kinderen opgroeien, wordt mede gevormd door hun ouders, de buurt en de mensen om hen heen. Juist daar kan de gemeente verschil maken.
 
Dat betekent niet alleen investeren in stenen en voorzieningen, maar vooral in mensen die verbinding tot stand brengen. In jongerenwerkers, brugfunctionarissen en andere verbinders die weten wat er in een wijk speelt. In plekken waar ouders elkaar kunnen ontmoeten. In initiatieven waarin jong en oud elkaar vinden. En in kunst, cultuur en sport als manieren om mensen samen te brengen.
 
Het gesprek met Brenda laat ons daarom ook met vragen achter. Weten we voldoende wat gezinnen in onze wijken nodig hebben? Weten inwoners elkaar te vinden als zij steun nodig hebben? En geven we de mensen die verbindingen kunnen leggen voldoende ruimte en vertrouwen? Want kansengelijkheid begint niet pas in het klaslokaal. Het begint daarvoor en daarbuiten. Bij een kind dat zich goed voelt, een ouder die zich gesteund en gezien voelt en een buurt waarin mensen naar elkaar omkijken. Goed onderwijs kan vervolgens verder bouwen op die stevige basis.