Op vrijdag 14 augustus gingen Provinciale Staten (PS) van Noord-Brabant in debat over het voornemen van Gedeputeerde Staten (GS) om uiterlijk 1 oktober 2026 de natuurvergunningen in te trekken van vijf pluimveebedrijven. Dat voornemen vloeit voort uit rechterlijke uitspraken uit april 2025 en betreft piekbelasters: bedrijven die een zeer grote uitstoot van stikstof veroorzaken op nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De vijf bedrijven stoten samen jaarlijks ruim 84.000 kilo ammoniak (NH₃) uit. Ter vergelijking: een gemiddeld Brabants pluimveebedrijf zit op zo’n 5.000 kilo, een melkveebedrijf op 1.600 kilo.
Het kabinet heeft een grote stap gezet met een maatregelenpakket om uit de stikstofimpasse te komen, en wij hopen op een snelle wettelijke verankering daarvan. Zolang die verankering er niet is, handelt de provincie binnen de wet zoals die vandaag geldt en voert zij de uitspraken uit van de rechtbank Oost-Brabant én van de Raad van State. De hoogste rechter had de provincie tot 10 juli van dit jaar gegeven om te handelen.
Het is een juridisch en technisch complexe kwestie, die zich niet in een paar oneliners laat vatten. En het is bovenal een kwestie met een menselijke kant, die als eerste aandacht verdient. Achter deze vijf bedrijven staan ondernemers en gezinnen die hun levenswerk, hun bedrijf en hun toekomst op het spel zien staan.
GS zijn hier niet over één nacht ijs gegaan: eerdere plannen van de ondernemers zijn wel degelijk beoordeeld en er is juridisch advies ingewonnen. Helaas blijken de plannen onvoldoende te zijn naar het oordeel van GS en zullen deze ongewijzigd hoogstwaarschijnlijk niet voor de rechter standhouden. De communicatie vanuit het provinciebestuur hierover had beter gekund, maar de uitkomst zou inhoudelijk hetzelfde zijn gebleven.
De slotsom van het PS-debat is dat GS en de ondernemers nogmaals gaan kijken naar een oplossing die realistisch én juridisch houdbaar is, en die tegelijk zorgt voor een blijvende, substantiële daling van de stikstofdepositie op de natuurgebieden in de Peel en de Kampina.
Komt het uiteindelijk toch tot intrekking van de natuurvergunningen, dan komen de ondernemers in aanmerking voor nadeelcompensatie: een financiële vergoeding voor de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten op de betreffende locatie. Zo hebben we het immers met elkaar afgesproken in de rechtsstaat Nederland.
Momenteel gaat het over vijf pluimveebedrijven, omdat de rechter daarover heeft geoordeeld. Maar aan de natuurherstelopgave levert iedereen een bijdrage: de landbouw, de industrie én het verkeer. D66 wil voorkomen dat boeren, natuur en vergunningverlening telkens opnieuw tegenover elkaar komen te staan. Daar is niemand mee geholpen: de boer niet, de natuur niet, Brabant niet. Alleen met een herstellende natuur ontstaat er weer ruimte om te vergunnen, ook voor boeren.
De volledige bijdrage van D66 aan het debat lees je hier.
Matthijs van Miltenburg
Fractievoorzitter D66 Brabant
D66 Brabant zet in op natuurherstel zodat Brabant weer in beweging komt
Provinciale Staten debatteerden op 14 augustus over de natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven. Fractievoorzitter Matthijs van Miltenburg licht toe wat er speelt, en waar D66 staat.
Matthijs van Miltenburg - Beeld: D66 Noord-Brabant