Leefbaarheid betekent wonen en leven in een omgeving met veel groen, schoon water en een goede luchtkwaliteit, waar ruimte is voor ontspanning en waar letterlijk ruimte is. Een dergelijke omgeving vergroot het welzijn van inwoners en nodigt uit om te spelen, te wandelen, te fietsen, samen te komen en te recreëren. Bij de inrichting van nieuwe wijken moet het criterium leefbaarheid als uitgangspunt gelden. 

Dit vereist keuzes en bewust beleid. Door klimaatverandering wordt het steeds vaker (erg) warm en regent het vaker en ook heftiger, daar moet bij het ontwerpen van de leefomgeving rekening mee worden gehouden. De energietransitie en de aanpak van de woningnood vereisen grote veranderingen die allemaal ruimte opeisen, ruimte die ten koste kan gaan van de natuur. D66 wil vraagstukken in samenhang bekijken en keuzes maken waarbij de ruimte optimaal wordt benut, zonder dat dit ten koste gaat van het groen.

Vergroening binnen de
bebouwde kom

D66 vindt het van belang dat binnen de bebouwde kom veel ruimte is voor groen. Denk bijvoorbeeld aan parken, tuinen, bomen, groene daken, gevelgroen en waterpartijen. Stedelijk groen heeft vele voordelen, allereerst bevordert het de gezondheid. Het vermindert stress, draagt bij aan mentaal welzijn, stimuleert bewegen en verhoogt de luchtkwaliteit. Vergroening zorgt voor verkoeling, vermindert hittestress en zorgt ervoor dat overvloedig regenwater weg kan lopen. Stedelijk groen verhoogt de biodiversiteit. Parken en groene ontmoetingsplekken, zoals gemeenschappelijke tuinen, versterken bovendien de sociale cohesie.Kortom: vergroenen is noodzaak. Niet iedere lege plek in wijken en dorpen mag worden volgebouwd. Dit leidt immers tot verdichting van de bebouwing, gaat ten koste van het groen, en daarmee van de leefbaarheid. 
Verder willen we dat bestaande parken in hun huidige omvang blijven bestaan, aantrekkelijk blijven of worden en moet worden onderzocht op welke plekken nieuwe parken of groene ontmoetingsplekken kunnen worden gerealiseerd. Bij de vormgeving en inrichting hiervan is het voor D66 van groot belang inwoners te betrekken en hen een actieve rol te geven. 

D66 wil investeren in waterdoorlatende bestrating, groene parkeerplaatsen en groene daken zodat regenwater niet via het riool hoeft te worden afgevoerd en overlast wordt voorkomen. In het centrum stimuleren we het parkeren in parkeergarages, zodat op straat meer ruimte komt voor vergroening. De ingezette vergroening van het centrum van zowel Alphen als Boskoop moet worden doorgezet zodat er prettige en – in de zomer – koele ontmoetingsplekken ontstaan. Ook het vergroenen van de overige dorpscentra vraagt aandacht.

Acties als ‘operatie steenbreekʼ, waarbij inwoners gestimuleerd worden om hun tuin te vergroenen, evenals leningen/subsidies die het mogelijk maken om bijvoorbeeld een regenton aan te schaffen, wil D66 continueren.

Beeld: D66 Alphen aan den Rijn

Stimuleer wandelen
en fietsen

D66 staat voor een gemeente waarin gezond leven wordt gestimuleerd. Daarom wil D66 investeren in het bevorderen van wandelen en fietsen. Dit kan bijvoorbeeld door in samenwerking met partners zoals IVN en PReT meer wandelommetjes aan te leggen, zowel in de buurt van woningen als ook op bedrijventerreinen. Verder moet het aantrekkelijk zijn en blijven om korte afstanden met de fiets af te leggen.

Verbind natuurgebieden

D66 vindt het belangrijk dat de verschillende natuurgebieden in Alphen aan den Rijn geen ‘groene eilandenʼ blijven, maar een netwerk vormen waarbinnen flora en fauna zich kunnen verplaatsen en verspreiden. Bij onderlinge verbindingen kan worden gedacht aan bloemrijke bermen, groene oevers langs sloten, houtwallen en boomrijke linten of hagen. 

Duurzame landbouw
en natuurbeheer

Hoewel veel bevoegdheden op dit terrein bij de provincie en het rijk liggen, is het van belang om met agrarische ondernemers in gesprek te gaan en te blijven. Enerzijds om hen te ondersteunen bij het zoeken naar alternatieve verdienmodellen naast de voedselproductie, en anderzijds om een gezonde vorm van landbouw te stimuleren. Denk bijvoorbeeld aan het terugdringen van het gebruik van pesticiden en kunstmest via educatie, subsidies en alternatieven (bijv. strokenteelt).

Een agrariër speelt een rol in het beheer van ons landschap. D66 ziet in agrarische ondernemers meer dan voedselproducenten. Zij zijn (potentiële) hoeders van natuur, water en bodem. We willen hen de ruimte geven om duurzaam te ondernemen en te werken aan herstel van biodiversiteit. Samen investeren we in kringlooplandbouw, natuurvriendelijke oevers en eerlijke beloningen voor agrariërs die bijdragen aan een vitaal landschap. Zo blijft het Groene Hart een open, groen gebied waar landbouw en natuur hand in hand gaan – voor huidige én toekomstige generaties.

D66 ziet agrariërs in de regio als potentiële partners bij het oplossen van problemen. Dit kan door uitdagingen in economische termen te formuleren, waaraan zij als ondernemers kunnen bijdragen. Zo is bijvoorbeeld een proef gaande waarbij biologische restproductie (schillen, bietenpulp, maispulp) door koeien wordt gegeten.
D66 wil dat de gemeente een faciliterende rol speelt bij de lokale afzet van voedsel. Concreet kan dit bijvoorbeeld door de bewegwijzering van het ‘smakelijk rondjeʼ te regelen; een campagne te organiseren om het bewustzijn te vergroten en te onderzoeken hoe en waar lokaal geproduceerd voedsel centraal kan worden aangeboden. Idealiter in samenspraak met de supermarkten maar ook het regelen van een centrale plek behoort tot de opties.

Een andere belangrijke partner met mobiliserend vermogen is het landschapsfonds. Het fonds brengt talrijke, vaak innovatieve projecten op het gebied van natuur en landschapsbeheer in de hele regio op gang. Vanwege het belangrijke vliegwieleffect van dergelijke kleine subsidies wil D66 deze graag behouden.