Natuur en leefomgeving

Beeld: D66 Aalsmeer


Aalsmeer is redelijk dicht bebouwd, maar bestaat ook voor een groot deel uit natuuroppervlak.

Het Westeinderplassengebied vormt het grootste natuurgebied, maar ook het Oosteinderpoelgebied is ecologisch gezien een belangrijk natuurgebied. Verder zijn er door de gemeente heen diverse kleinere natuurpunten.

De provincie Noord-Holland is betrokken bij het verder ontwikkelen van de zogenaamde Westeinderscheg dat een natuur- en recreatielint vormt van het IJ via de Westeinderplassen tot aan de provinciegrens met Zuid-Holland.

Daarbij is Stichting de Bovenlanden een unieke organisatie die zich tot doel stelt om zowel natuur als de historische tuinbouwcultuur binnen Aalsmeer te beschermen en te ontwikkelen.

D66 wil inzetten op:

De combinatie van natuur en recreatie is goed mogelijk, maar er moet sprake zijn van een gezond evenwicht. Op dit ogenblik is er amper sprake van afgesloten natuurgebieden, maar dit is alleen voort te zetten wanneer de natuur de mogelijkheid krijgt om tijdens rustmomenten te herstellen van de verstoring door recreatie. Door de intensivering van de recreatie heeft er de laatste paar jaar een zwaardere belasting van de natuur plaats gevonden. Een gezond evenwicht dient streng bewaakt te worden; waar en wanneer nodig door het creëren van afgesloten rustgebieden.
Er moet voor het water- en bovenlanden-gebied een aparte natuurvisie worden opgesteld die de natuurontwikkeling en het natuurbehoud op de voorgrond stelt;

Waterveiligheid, waterberging en waterkwaliteit hebben invloed op ruimtelijke keuzes. Water en bodem sturend wordt daarom een leidend principe in de ruimtelijke ordening.

De Westeinderscheg is een Provinciaal initiatief om de natuur en recreatiewaarde tussen Amsterdam en de provinciegrens met Zuid-Holland te ondersteunen. Aalsmeer dient de afspraken die in dit verband zijn gedaan te gebruiken om een grootschalige natuurontwikkeling en -ondersteuning in het Ringvaart en plassengebied tot stand te brengen.

Gezien de druk op natuur en milieu dient er een grens gesteld te worden aan de recreatie en recreatievoorzieningen binnen het watergebied in de gemeente Aalsmeer. Dit betekent geen teruggang, maar ook geen uitbreiding. We zien een te grote druk op de natuur en dan met name een te grote faunadruk; de vogels en de vissen. Dat betekent dat er bij het ontwikkelen van de Omgevingsvisie geen verdere ruimte wordt geboden aan het inrichten of uitbreiden van recreatieparken, of -parkjes, in welke vorm dan ook.

De handhaving in de natuurgebieden en op het water is sterk verbeterd. Echter, er wordt ook meer gebruik gemaakt van deze gebieden. Hierdoor is er nog steeds sprake van een onaanvaardbare vervuiling en overlast. Er dient een jaarlijkse evaluatie van handhaving en maatregelen plaats te vinden welke leidt tot een effectieve handhaving op gebied van vervuiling, vandalisme, en snelheidsovertredingen.

De gemeente zal een ‘stadsecoloog’ (dan wel ‘dorpsecoloog’) in
dienst nemen om beter inzicht te krijgen en toezicht te houden op de
natuurwaarden en landschapskwaliteiten binnen de gemeente. Waar dit verloren
is gegaan moet herstel de inzet zijn;

De gemeente blijft nauw samenwerken met de Stichting de Bovenlanden als unieke vorm van een particuliere vertegenwoordiger van het algemeen belang op het gebied van Aalsmeerse natuur en cultuur. Waar nodig zal de gemeente de Stichting assisteren bij het verwerven van (Europese) fondsen en subsidieregelingen. Er zal met de natuurbeschermingsorganisaties een gezamenlijke visie worden ontwikkeld hoe de Aalsmeerse natuurgebieden duurzaam kunnen worden ontwikkeld en beheerd met voldoende middelen voor onderhoud.

Parken, groen- en bermgebieden en toevallige natuurrijke gebieden moeten zo ingericht en beheert worden dat er sprake kan zijn van een plaatselijke evenwichtige biotoop. Dat wil zeggen, een omgeving waarin de natuur en natuurlijke processen een zelfstandig evenwicht vormen en bij dragen aan de lokale soortenrijkdom. Er zal bij het beheer alleen gebruik gemaakt worden van natuurlijke – of milieuvriendelijke bestrijdingsmiddelen.

Een goede woonomgeving draagt sterk bij aan het woongenot en aan een betere sociale verbinding binnen de woonbuurt en de gemeente.

Verrommeling en slecht onderhoud draagt sterk bij aan een gevoel van onbehagen en onveiligheid, en zorgt op zijn beurt dat mensen zelf minder aandacht aan het schoonhouden van hun omgeving besteden.

D66 wil focussen op:

Er komen meer vuilnisbakken in de openbare ruimte om zwerafval tegen te gaan. Bestaande vuilnisbakken zullen vaker geleegd worden met name op bekende probleemlocaties. Ook op het water zal er strenger gehandhaafd worden op vervuiling door (zwerf)afval. Op de gemeentelijke recreatieplekken en eilanden zal meer toezicht komen dat leidt tot een vermindering van zwerfafval.

Slimme technologie en innovatie maakt het mogelijk dat oplossingen worden geboden voor de uitdagingen van nu. Denk aan de fixi meldingen over overvolle afvalbakken in de openbare ruimte. Door een sensor te plaatsen in deze bakken ziet de ophaaldienst in een oogwenk wanneer bakken geleegd moeten worden. Zo zijn er meer uitdagingen die slim opgelost kunnen worden.

Regelmatige bijeenkomsten met de buurt of wijk over de staat van onderhoud van de openbare ruimte. Dit zorgt voor begrip in de omgeving en mogelijke nuttige opmerkingen en bijdragen van de inwoners ten opzichte van de gemeente. De gemeente kan dan ook sneller inspelen op zaken die spelen in de buurt en daarmee voorkomen dat er onnodige irritatie kan ontstaan.

Het opstellen van een plan van samenwerking voor de onderhoudsdienst voor het openbaar groen waarbij er op eenvoudige wijze kan worden samengewerkt met de inwoners op al dan niet tijdelijke basis. Er is in Aalsmeer veel kennis aanwezig op gebied van onderhoud van bloem, plant en perk en die kennis kan beter benut worden. Hiertoe ook inwoners uitnodigen met behulp van het Right to Challenge.

Naast het bestaande bomenplan wordt er ook een bermplan opgesteld waarin duidelijk wordt weergegeven op welke wijze bermen en openbaar groen worden bijgehouden, op welke wijze deze ingericht worden met nadruk op veelzijdigheid, ecologische verbindingen en insectenbeheer.

We zetten in op een groene, op bewegen gerichte en inspirerende (kunst)inrichting van de openbare ruimte. Dit draagt bij aan een vitale gemeenschap.

We zetten inwoners aan om tussen de openbare ruimte en het privéterrein groene afscheidingen te realiseren en we stellen hier betere regels voor op; ‘verhokking’ moet voorkomen worden.

De schoonheid van die waardevolle plekken moeten we koesteren, beschermen en versterken. Daar waar bouwmogelijkheden zijn voor bedrijfsgebouwen moeten die een groene uitstraling hebben, zodat ze passen in het landschap. Hierbij kan gedacht worden aan het beplanten van de bedrijfsgebouwen, het planten van bomen en het aanleggen van vijvers op – of in de nabijheid van de bedrijventerreinen.

Wijken en buurten verkrijgen daarmee een open en
groene atmosfeer wat het buurtcontact ten goede komt.