Een verbonden wijk
Die gevoeligheid ontstond al toen ze een jaar of negen was. Urenlang speelde ze buiten: fruit plukken met haar buurmeisje, varen in een klein roeibootje of een kano, of simpelweg rondstruinen door de buurt. Soms was het spannend — zoals die keer dat oudere jongens een brug blokkeerden en ze er niet meer onderdoor durfde. Maar zelfs dat hoorde bij de vrijheid van buiten spelen. “We kenden elkaar,” zegt ze. “De jongens waren zonen van mensen die we kenden. De wijk was een plek waar je elkaar zag, sprak en van elkaar leerde.”
Dat gevoel van verbondenheid mist ze soms in het huidige Rijswijk. “We praten in buurtapps over overlast of fatbikes op de stoep. Maar misschien is het gewoon je buur? Als we elkaar weer vaker écht ontmoeten, ontstaat er vanzelf meer begrip.”