Bas van Leeuwen (wethouder Financiën): ‘Haarlem maken we met elkaar’

LET OP: auteursrechten ontbreken. S.v.p. de auteursrechten invullen voor deze afbeelding before using it.

 
Je bent nu een half jaar Wethouder Financiën. Wat vind je het interessantst aan gemeentefinanciën?
“Het is op onderdelen echt een andere rol. Je hebt veel meer een functie richting de andere portefeuillehouders, mijn collega wethouders en de burgemeester. Samen met hen moet ik ervoor zorgen dat we voldoende geld hebben en houden voor al onze ambities. Het meest interessante is misschien heel simpel: financiën is de basis voor alles wat we doen.”

Wat zijn de minst leuke kanten?
“Als wethouder financiën moet ik zelf natuurlijk het goede voorbeeld geven. Dat betekent dat de financiële onderbouwing van mijn eigen stukken op mijn portefeuilles Jeugd en Onderwijs meer dan goed moeten zijn. Dat is dus voor mij en de adviseurs op die beleidsterreinen even extra goed opletten.”

Wat was de grootste verrassing?
“Hoewel het niet helemaal een verrassing was, want na acht jaar raadslid en vier jaar wethouder was ik ze al eens tegengekomen, blijft het heel fijn om te ervaren wat een kundige, goed geïnformeerde en betrokken adviseurs we hebben als het gaat om financiën.”

Welke misvattingen bestaan er met name?
“Een belangrijk debat waar nog onvoldoende over wordt gesproken is het feit dat we als gemeenten veel taken uitvoeren in opdracht van het Rijk, maar daar onvoldoende middelen voor krijgen. Neem bijvoorbeeld de bouw of renovatie van onze schoolgebouwen. We zijn veel van onze schoolgebouwen aan het klaar maken om ook de komende 40 jaar weer een prettige plek te zijn voor de leerlingen en het onderwijzend personeel. Met de vergoeding die we hier van het Rijk voor krijgen kunnen we echt geen recht doen aan de historische schoolgebouwen in onze gemeente.”

Welk punt in het coalitieakkoord ben je het meest trots op?
“Als Haarlemmer, D66’er en als wethouder Jeugd, Onderwijs en Financiën ben ik heel blij met veel punten uit het coalitieakkoord. Zo gaan we in Haarlem vijf jongeren-ontmoetingsplekken realiseren, aan de slag met een actieplan mentale gezondheid jeugd en stellen we een MBO-agenda op. Ik vind het belangrijk dat jongeren zich gehoord voelen en invloed hebben op de stad waarin ze opgroeien. Dat is niet vanzelfsprekend, als politiek bereiken we jongeren niet altijd even makkelijk, en ze laten niet standaard hun stem horen bij de gemeente. Juist daarom ben ik er trots op dat we hun belangen zo nadrukkelijk op de agenda hebben gezet.”

Hoe zou je de financiële gezondheid van Haarlem omschrijven?
“Overall is Haarlem op dit moment een financieel gezonde gemeente. De komende jaren is er sprake van beperkte incidentele financiële ruimte. Tegelijkertijd wordt vanaf het jaar 2031 een tekort zichtbaar, voor het structurele beeld van de begroting geldt dat vanaf 2030. De komende jaren zal college en gemeenteraad dus samen moeten bepalen hoe we ervoor zorgen dat ook in die jaren de uitgaven in lijn zijn met de beschikbare middelen.”

Welke ambities van Haarlem komen onder druk te staan als er minder geld beschikbaar is?
“Welke ambities eventueel in de toekomst onder druk komen te staan is nu nog moeilijk te zeggen. Dat vraagt om een goed politiek gesprek met de gemeenteraad en het college. Ik zal in dat gesprek in ieder geval blijven staan voor onze ambities op jeugd en jongeren. Juist voor hen is het belangrijk om te blijven investeren.”

Wanneer is het verantwoord om als gemeente geld te lenen voor investeringen?
“Als de fundering van een huis niet op orde is, dan moet je die aanpakken, ook als je daarvoor moet lenen. Een nieuwe bank kan vaak nog wel even wachten. Ook op gemeentelijke niveau vraagt elk investeringsbesluit om een goede onderbouwing, waarbij we kijken naar de noodzaak van de investering, naar wat het oplevert en naar de impact op de gemeentebegroting.”

Hoe weeg je de belangen van de huidige inwoners af tegen die van toekomstige Haarlemmers?
“Dit is de kern van het werk. We streven met elkaar naar gezonde gemeentefinanciën. Daarvoor hebben we bepaalde hulpmiddelen en bepaalde spelregels. Tegelijkertijd is niet investeren of geen geld uitgeven natuurlijk ook geen optie. Op een bepaald moment moet een sporthal die bijna letterlijk uit elkaar valt echt vervangen worden. Eigenlijk zou je dus het omgekeerde kunnen zeggen: nu investeren is investeren voor toekomstige Haarlemmers. Of het nu gaat om goede schoolgebouwen, veilige fietspaden of prettige parken.”
 
Welke financiële ontwikkelingen baren je de meeste zorgen voor de komende jaren?
“Zoals ik eerder al zei gaat dat wat mij betreft vooral over of we wel voldoende geld krijgen van de Rijksoverheid voor de gemeentelijke taken. De balans moet kloppen. Bijna 60 procent van onze inkomsten komen bij de Rijksoverheid vandaan. De hoofdlijn hierbij zou moeten zijn: geen taak zonder voldoende geld.”
 
Waar liggen volgens jou de kansen om slimmer met gemeentelijk geld om te gaan?
“Wat mij altijd opvalt is dat er maatschappelijk relatief weinig bewustzijn over gemeentefinanciën is en er regelmatig nogal als consument over de gemeente wordt gesproken. De overheid en ook de gemeente is geen winkel en Haarlemmers zijn geen klanten. Haarlem maken we met elkaar en daar hebben inwoners, ondernemers en de overheid allemaal een rol in. Op heel veel plekken zie ik al mooie initiatieven, waarbij buurtbewoners bijvoorbeeld samen met de gemeente zich inzetten om hun buurt groener te maken. Ook denk ik aan alle vrijwilligers die zich elk weekend inzetten voor onze jongeren bij bijvoorbeeld jongerenorganisaties of sportclubs. Als ik dan denk aan de beroemde uitspraak van John F. Kennedy “ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country” dan denk ik dat we op nog meer plekken de samenwerking tussen Haarlemmers, Haarlemse ondernemers en de gemeente kunnen versterken.”
 
Van welke (financiële) plannen verwacht je dat Haarlemmers het meeste profijt gaan hebben?
“Het meest tot de verbeelding spreken denk ik de vele projecten uit het investeringsprogramma. Het grote aantal te vernieuwen scholen, twee nieuwe zwembaden, een nieuw OV-knooppunt. Eigenlijk te veel om op te noemen. Daarnaast zijn er natuurlijk veel Haarlemmers die gebruik maken van voorzieningen zoals onze minima-regelingen, WMO-ondersteuning of de ondersteuning van Buurts.”