Mobiliteit & Bereikbaarheid

Een stad om in te leven is een stad die goed bereikbaar is. In een drukke stad als Enschede is dat een doorlopende uitdaging die om creatieve oplossingen vraagt. D66 richt de stad in op het vervoer van de toekomst: vrij van uitlaatgassen en fijnstof, met een stevig netwerk van openbaar vervoer. Maar vooral met veel ruimte voor de voetganger en de fietser. Dat betekent ook: kijken naar dat wat de voetganger en de fietser nodig hebben.
Verplaatsen, ergens kunnen komen (mobiliteit) gaat om mensen, niet om auto’s. Daarom wil D66 de ruimte in de stad eerlijker verdelen: meer ruimte om te leven en te spelen, meer ruimte voor groen en meer ruimte voor de voetganger en fietser. Daarom is het belangrijk om parkeerplaatsen zoveel mogelijk via parkeergarages aan te bieden en minder op straat. Daarbij is toegankelijkheid voor iedereen een vanzelfsprekende randvoorwaarde.

De fiets en voetgangers

D66 kiest voor:

  • Voetgangers en fietsers op de eerste plek. Vele wijken en wegen van Enschede zijn in jaren 60 ingericht voor autoverkeer, met te weinig ruimte voor fietsers. Daarom wil D66 dat bij (her)inrichting van gebieden altijd eerst de voetganger en fietser een goede plek krijgen, daarna pas de auto.
  • Meer en bredere (vrij liggende fietspaden). De tijd dat iedereen op eenzelfde fiets reed, is allang voorbij. Niet alleen het aantal fietsers groeit, het aantal soorten en maten groeit nog harder en daarmee is er een grote verscheidenheid aan snelheden op het fietspad. D66 wil niet alleen meer, maar ook vooral bredere (vrij liggende) fietspaden.
  • Veiliger fietspaden. Met een vriendelijker inrichting van de fietspaden, zoals vergevingsgezinde rabatstroken i.p.v. steile stoepranden en ruimere bochten kan veel ellende worden voorkomen.
  • Uitbreiding van fietsenstallingen voor minder gangbare fietsen, zoals bakfietsen.
  • Uitbreiding van het netwerk van snelle radiale fietsroutes van wijken naar centrum met meer fietsroutes tussen de wijken onderling. Enkele zwakke schakels in het fietsnetwerk zoals de aftakkingen van de F35 naar bijvoorbeeld Stadsveld (Bruggertstraat, Emmastraat) worden aangepakt door het aantal hindernissen zoals verkeerslichten of omwegen te beperken.
  • Meer plekken waar de fiets voorrang krijgt op de auto, bijvoorbeeld op de fietsroute Keppelerdijk – Oikos.
  • Hogere prioriteit voor de fiets bij verkeerslichten. De verkeerslichten bij drukke kruisingen zijn nu nog optimaal ingesteld op doorstroming van auto’s. Fietsers wachten daardoor extra lang, met name bij de singels.
  • Het betrekken van de fietsersbond bij het fietsbeleid. Er wordt actief samengewerkt om Enschede de meest aantrekkelijke fietsgemeente van Nederland te maken.
  • Meer bewaking bij fietsstallingen. Enschede hoort bij de steden met het grootste aantal fietsendiefstallen van Nederland. D66 vindt dat niet kunnen. Bijvoorbeeld door beter toezicht en door de komst van fietsstewards: mensen die in de stad rondlopen en extra opletten op plekken waar veel fietsen staan.
  • Verwijderen van zwerffietsen in fietsstallingen in de stad. Deze nemen onnodig ruimte in.
  • Het verdiepen van het spoor bij het station. Dit komt onder andere de oversteekbaarheid van het spoor voor fietsers en voetgangers ten goede.
  • Een autotunnel in de Oostweg onder de Keppelerdijk door. Dat is de meest veilige oplossing voor fietsers en voetgangers. Tegelijk helpt het bij het ontlasten van de singels en verbetert het de bereikbaarheid van Enschede Oost.

Openbaar vervoer

Om OV betaalbaar te houden en in een hogere frequentie te kunnen laten rijden, wil D66 nieuwbouw concentreren rond plekken met veel voorzieningen. Zo is het voor meer mensen logisch om het OV te pakken in plaats van de auto.
D66 kiest voor:

  • Een Lightrail-achtige oplossing voor de as Gronau-Enschede-Hengelo-Almelo. D66 wil hierbij ook een aantal extra haltes langs de spoorlijnen.
  • Goede overstapvoorzieningen tussen OV, auto, fiets en deelmobiliteit (goede stallingen, OV-fietsen, deelsteps, deelauto’s) zorgen ervoor dat duurzame mobiliteit een aantrekkelijkere keuze wordt.
  • Het faciliteren van deelmobiliteit door ruimte te maken in gecentraliseerde hubs voor deelauto’s, deelscooters en deel(bak)fietsen.
  • Parkeren aan de rand van de stad in plaats van in het centrum. Waar dat nog niet het geval is, wil D66 parkeerhubs met OV- of deelfietsverbinding naar binnenstad.
  • Autovrije schoolzones tijdens haal- en brengmomenten. D66 wil dat de schoolzones rondom basisscholen zo veel mogelijk autovrij worden op tijden dat scholen starten en uitgaan. Zo kunnen kinderen veilig van en naar school en wordt fietsen en wandelen gestimuleerd.

De auto

D66 kiest voor:

  • Een maximum snelheid van 30 km/u binnen de bebouwde kom als standaard. Op toegangswegen kan 50km/u alleen, als er vrij liggende fietspaden aangelegd zijn.
  • Het verhogen van de verkeersveiligheid door wegprofielen aan te passen. Dit bijvoorbeeld door versmallingen, drempels en duidelijke oversteekplaatsen.
  • Een actieve handhaving op snelheidsovertredingen in woonwijken en schoolomgevingen.
  • Kruispunten veiliger maken. Bijvoorbeeld:
  • Het kruispunt Lonnekerspoorlaan/Roomweg in combinatie met de busbaan blijft onveilig. Daar moet écht wat gebeuren om de kruising veiliger te maken. Bijvoorbeeld dichtgaande slagbomen als er een bus of hulpdienst aan komt op de busbaan en het duidelijker aangeven van de fietsoversteken over de busbaan.
  • Het kruispunt Mooienhof/Brinkstraat moet veiliger worden, bijvoorbeeld door geen autoverkeer meer toe te staan wat van de Kuipersdijk de Mooienhof op mag rijden.

De binnenstad

D66 kiest voor:

  • Het doorfietsbaar houden van de binnenstad, want daarmee blijft fietsen aantrekkelijk.
  • De bevoorrading van winkels en horeca gebeurt zoveel mogelijk gezamenlijk en door voertuigen zonder fossiele uitstoot.