Nieuw in de Raad 

Twee nieuwe gezichten in de D66-fractie, één microfoon, en de vraag die niemand hardop durft te stellen: en… valt het een beetje mee?

In deze aflevering schuiven raadslid Raphael Poss en fractieopvolger Gusta Renes aan om terug te blikken op hun eerste honderd dagen in de Diemense gemeenteraad. Van jaarrekeningen tot tramlijn 19, en van “een bont gezelschap” tot de vraag of politiek eigenlijk wel léuk hoort te zijn.

Beeld: Marc Lammerts

Hoe beland je hier eigenlijk?

Niet met een masterplan, zo blijkt. Gusta stond op plek 8 van de kieslijst en dacht vooral: handig om te weten hoe zo’n raad werkt, mocht ik ooit moeten invallen. Ze schoof een paar keer aan — en stond ineens verrassend hoog. Raphael lacht: hij stond op zeven, bij vier zetels. “Ik vond het ook niet zo waarschijnlijk.” En toch zitten ze er allebei. D66 haalde deze keer een zetel meer dan de vorige periode, er kwam een nieuwe wethouder én een coalitieakkoord — en dat allemaal in sneltreinvaart.

Meteen het diepe in

Eerste conclusie, unaniem: het is méér werk dan gedacht. En je debuut? Een stapel jaarrekeningen. “Best intimiderend”, vinden ze allebei — juist omdat de financiën zowat het eerste zijn wat op je bord ligt. Daar bovenop kwam een inwerkprogramma met bijna wekelijks een extra avond. Leuk en leerzaam, benadrukt Gusta, maar pittig. Raphael had er bewust tijd voor vrijgemaakt — en is blij dat het kort en krachtig was: “Een half jaar inwerken had ik niet volgehouden.”

Een bont gezelschap

Wat hen allebei positief verraste: hoe snel de fractie een team werd. Het geheim? Volgens Gusta een gedeeld doel — en het gevoel dat je er zit om te dienen, voor de gemeente en haar inwoners. Grappig genoeg helpt het juist dat de leden zo verschillend zijn. “Als mensen te veel op elkaar lijken, botsen ze eerder”, zegt Raphael. Gusta noemt het liefkozend “een bont gezelschap” — en misschien is dat wel precies de sleutel tot het succes.

Beeld: Gusta Renes

Als je met z’n allen ergens voor gaat, ben je veel sneller een team dan wanneer iedereen er individueel iets voor zichzelf uit wil halen.

Gusta Renes, fractieopvolger

Vind je het eigenlijk wel leuk?

Dan de hamvraag, van Gusta aan Raphael: en, vind je het leuk? Stilte. Gelach. “Ik vind het… niet niet leuk.” Voor Raphael is de raad geen hobby maar een dienst aan de samenleving — een werktaak. Hij hoeft het niet leuk te vinden; hij wil vooral dat het goed geregeld is, dat het resultaat oplevert, dat zijn tijd niet wordt verspild en dat het beschaafd blijft. Voldoet het al aan die lat? “Nog niet” — maar dat komt vooral doordat het echte werk aan moties en initiatieven nog moet beginnen. Het is tenslotte pas het begin.

Beeld: Raphael Poss

Ik vind het niet niet leuk… Het raadlidmaatschap is een dienst aan de samenleving

Raphael Poss, raadslid

Vliegen de koffiekopjes door de zaal?

Raphael had stiekem een chaotische, rumoerige raad verwacht. Gusta, droog: “Je dacht dat de koffiekopjes door de kamer zouden vliegen.” Niet dus. Wat hem het meest verraste: hoe netjes iedereen zich aan de regels houdt — en dat dat niet alleen de burgemeester is, maar de leden zelf. En nog een vooroordeel sneuvelde: dat wie weinig bestuurservaring heeft, de raad zou ophouden. Onzin, ontdekte hij. Met goede begeleiding en heldere stukken kan iedereen volwaardig meedoen — en dat helder formuleren, vindt hij, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Wacht… is lijn 19 écht weg?

Gusta’s grootste verbazing zit bij de samenwerking met Amsterdam. Samen in één vervoerregio, en dan wordt tramlijn 19 ineens anderhalf jaar geschrapt. “Dat meen je niet”, was zo’n beetje haar reactie. Raphael nuanceert: het is niet zozeer Amsterdam als wel de manier waarop besluiten worden genomen. De instanties die erover gaan, hebben het informeren van álle gemeenten simpelweg niet als opdracht — dus soms gebeurt het, en soms niet. Een organisatorische weeffout, vindt hij, die hersteld moet worden.

Dit voelt geen metropool meer. Het is nu echt een eenzaam dorp

Gusta Renes, fractieopvolger

(Al rijdt bus 44 nog, relativeert ze meteen — en er zijn nog twee stations en een metro.) En dan is er nog Schiphol, dat volgens Gusta te vaak van de radar valt: er ging begin dit jaar zelfs een position paper naar het kabinet, zónder dat Diemen echt aanhaakte. “Er wordt gevraagd naar geluid van weg en spoor”, zegt ze, “maar niet naar de vliegtuigen die hier overkomen. Raar, toch?”

En nu verder

Waar willen ze naartoe? Meer met elkaar om tafel — ook met de andere partijen. Nu loopt veel via de fractievoorzitters, en dat werkt, maar Raphael zou vaker rechtstreeks van gedachten willen wisselen over moties en ideeën, het liefst raadsbreed. De samenwerking tussen coalitie en oppositie loopt nog wat stroef, erkennen ze eerlijk — maar dat wijten ze vooral aan tijd en aan elkaar nog niet goed kennen. Gusta’s insteek is duidelijk: “Dit moeten we niet vier jaar lang zo houden.”

Volgende halte: het reces, en daarna een frisse start in september. Bedankt voor het luisteren — en tot de volgende aflevering.