Gele kaart voor college

Afgelopen dinsdag hebben we een motie van treurnis ingediend over de gang van zaken rond de bestemmingsplannen in Esch. Na een door ons aangevraagde interpellatie, een soort spoeddebat, was dat volgens D66 de enige gepaste reactie. De motie werd door een grote meerderheid ondersteund en het college beloofde aan de slag te gaan met een extern adviseur integriteit. Daar nemen we voor nu genoegen mee, maar twee keer geel is rood. Het college kan zich geen misstap meer veroorloven.

Aanleiding

Dinsdag stonden de bestemmingsplannen de Ruiting en Nieuw Koolwijk op het programma. Over deze bestemmingsplannen is de afgelopen weken ruis ontstaan. De verantwoordelijk wethouder heeft grond in eigendom tussen de twee bestemmingsplannen in en de burgemeester heeft zich aan het politieke besluitvormingsproces onttrokken omdat hij als belanghebbende een zienswijze heeft ingediend.

Inbreng D66

Ik zit hier met een zwaar gemoed. We gaan niet lichtzinnig om met de zware politieke instrumenten die ons als raad ter beschikking staan. 
Maar wij hebben als taak het bestuur te controleren. Door de gebeurtenissen van afgelopen weken wordt dat ons erg moeilijk gemaakt, mede doordat de portefeuille op het laatste moment is overgedragen aan een andere wethouder. Te weinig en te laat.
Om onze taak goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat we alle belangrijke informatie tot onze beschikking hebben. Vandaar dat we dit interpellatiedebat hebben aangevraagd.

Bij een mogelijke belangenverstrengeling of de schijn daarvan is het belangrijk om zorgvuldig te handelen en open te communiceren. Zelf oordelen over de eigen integriteit is tot op zekere hoogte mogelijk, maar zelf oordelen over mogelijke belangenverstrengeling is dat niet. Bij twijfel is het altijd raadzaam, of zelfs noodzakelijk, om extern advies in te winnen.
Had wethouder van der Zanden reden tot twijfel? Wat ons betreft wel. Grondbezit in combinatie met zo’n ingrijpende verandering van de ruimtelijke inrichting rondom is reden genoeg om zorgvuldig en transparant te werk te gaan. Daarom hebben we de volgende vragen aan de wethouder:

Vragen aan wethouder van der Zanden

●     Wanneer en op welke wijze heeft u het college geïnformeerd over uw grondeigendom nabij het nu voorliggende bestemmingsplan?
●     Was u tijdens de aankoop van de grond in 2014 op de hoogte van de plannen van buurtschap de Ruiting?
●     Op welke wijze heeft u mogelijke belangenverstrengeling afgewogen? Wat is volgens u schijnbare belangenverstrengeling?
●     Waarom heeft u als wethouder het advies van de burgemeester om dit project niet te trekken in de wind geslagen?
●     Wat was het ambtelijk advies voor het college besluit? Zijn er nog achterliggende stukken voor dit besluit om in te zien?

In het artikel in het Brabants Dagblad van 3 december wordt u gequote: ‘Jij denkt dat mijn grond meer waard gaat worden als er mooie woningen in een mooi gebied komen te staan. Ik draai het om: door nieuwe natuurontwikkeling wordt mijn grond minder waard.’

●     Klopt deze quote? Zo ja, u geeft hiermee aan dat de voorliggende bestemmingsplannen invloed hebben op de waarde van uw grond. Is dat volgens u geen belang?
●     Heeft u deze uitspraak ‘op gevoel’ gedaan of heeft u advies ingewonnen bij bijvoorbeeld een adviseur ruimtelijke ontwikkeling, (grond)makelaar of jurist?
●     Is het mogelijk dat u op enige wijze bij omwonenden de indruk heeft gewekt dat de 6 RvR woningen niet op deze locatie zouden kunnen komen?

Vragen aan burgemeester

Om de situatie nog ingewikkelder te maken heeft burgemeester van Meygaarden zich als omwonende en belanghebbende teruggetrokken uit het besluitvormingsproces. Een verstandige keuze, waar wellicht wethouder van der Zanden een voorbeeld aan had kunnen nemen.

Van Meygaarden heeft zich echter wel op andere manieren laten horen. Door middel van een zienswijze, wat als burger inderdaad het juiste middel is, en in de media. Wij hebben daarover de volgende vragen.

In het artikel in het Brabants Dagblad van 3 december geeft u aan wethouder van der Zanden gewaarschuwd te hebben voor de schijn van belangenverstrengeling.
Klopt dit? En zo ja, heeft u de overige wethouders geïnformeerd over deze waarschuwing?
 
In uw zienswijze (als burger) gebruikt u felle bewoordingen over het handelen van het bestuur (college) en MGD (ambtenaren).
●     Heeft u meegewogen bij het indienen van deze zienswijze dat dit uw werkrelatie met voornoemde partijen negatief zou kunnen beïnvloeden?
 
●     Uit de zienswijzen blijkt dat u wel bij (digitale) overleggen bent geweest over RvR. Is er verder nog meer betrokkenheid geweest als burgemeester bij dit dossier?

We willen graag vertrouwen hebben in dit college, maar dat wordt ons niet makkelijk gemaakt. Wij betreuren de gang van zaken dan ook ten zeerste.