Vragen over privacy op openbare Fixi-kaart
Een melding doen over een kapotte stoeptegel, afval of een onveilige situatie moet laagdrempelig kunnen. Wie kiest voor een openbare melding, geeft toestemming om die te publiceren. Maar dat mag er niet toe leiden dat gegevens of beschuldigingen over een andere inwoner onnodig openbaar worden.
Daarom heeft D66 Beverwijk schriftelijke vragen gesteld over de openbare kaart van Fixi. Raadslid Jan van Kampen onderzocht 4.194 publieke meldingen uit Beverwijk en Wijk aan Zee. Daarbij is gekeken naar meldingen waarin bewoners, voertuigen of bedrijven mogelijk te herleiden zijn.
In 71 meldingen trof hij informatie aan die duidelijk herleidbaar was. In nog eens 24 meldingen kon iemand mogelijk herkenbaar zijn door een combinatie van locatie, omschrijving of een terugkerend patroon.
Het gaat niet alleen om namen of kentekens. In openbare meldingen werden bijvoorbeeld concrete huisnummers gekoppeld aan beschuldigingen over bewoners. Ook stonden er meldingen waarin duidelijk burenruzies worden uitgevochten via de publieke kaart. Zulke teksten kunnen wekenlang op de publieke kaart terug te vinden zijn, terwijl de persoon of het bedrijf over wie de melding gaat zich daar niet tegen kan verweren. Dat maakt de publieke kaart in sommige gevallen soms bijna een publieke schandpaal.
Ook de manier waarop informatie wordt gemaskeerd verdient aandacht. In het onderzoek kwamen 16 meldingen naar voren waarin identificerende informatie is of had moeten worden afgeschermd. Zo stond een motorkenteken ruim vijf dagen openbaar. In een andere melding waren naam, volledig adres en postcode van een inwoner ongeveer zeventien uur zichtbaar.
D66 stelt het nut van Fixi als meldsysteem niet ter discussie. Ook een openbare kaart kan inwoners helpen zien wat er in hun omgeving speelt. De vraag is wel welke informatie daarvoor echt nodig is. Moet de volledige vrije tekst van een melding openbaar zijn, of zijn locatie, categorie en status vaak voldoende? En vindt er voldoende controle plaats voordat een melding op de publieke kaart verschijnt?
Jan van Kampen: “Een openbare kaart kan heel nuttig zijn. Maar het mag niet gebeuren dat iemand door een melding van een ander herkenbaar met beschuldiging op internet terechtkomt. We willen weten of de controles voldoende zijn en hoe dit beter kan.”
De vragen zijn op 18 september 2026 ingediend. De beantwoording van het college volgt binnen een paar weken.
Beeld: Jan van Kampen