Hans Bongers

LET OP: auteursrechten ontbreken. S.v.p. de auteursrechten invullen voor deze afbeelding before using it.

Eerst 20 jaar langs Zoetermeer gereden, toen 31 jaar geleden in ‘ons dorp’ Rokkeveen ‘geland’. Waar we ons vanaf dag één thuis voelen. Een leuke buurt, een wijk met mooie parken, prima winkel- en andere voorzieningen en een oergezellige markt. En op de fiets ben je in no time bij ‘stadse voorzieningen’ als het Stadshart, de bios of het Stadstheater. 
Wat ons in Zoetermeer verraste: hoe intensief ‘autochtonen’ en ‘groeistad-pioniers’ contacten onderhouden, ook lang nadat zij naar elders zijn verhuisd. Dat er zo’n bloeiend verenigingsleven is. En de Dorpsstraat. Dorpse trekken van een grote stad. 

Maar er zijn natuurlijk ook grootstedelijke problemen’: gebrek aan huisvesting, stadsvernieuwing, armoede en sociale eenzaamheid. Meer bouwen met meer tempo is gewoon een must. Maar in het post-groeikern stadium is vooral door inbreiding: de achtertuin van bestaande bewoners. Dat stelt hoge eisen aan burgerparticipatie! Hier valt nog veel te leren: geen ‘ambtelijk moetje’, maar serieus rekening houden met goed doordachte wensen rond inpassing van nieuwbouw. Niet zeggen dat ‘nu eenmaal mag vanwege het kavelpaspoort’, maar gezamenlijk kijken hoe de impact voor bestaande bewoners beperkt kan worden. Desnoods met een paar woningen minder. Dat levert ook meer draagvlak op bij nieuwe plannen. Snel én zorgvuldig dus! 

En alleen met stenen (opnieuw) stapelen, zonder voldoende te investeren in sociale samenhang dreigt een ‘waterbedeffect’. Laten we ook investeren in goed doordachte wijkopbouw en ‘sociale samenhang’.