Zaaltje boven ’t Stadscafé
Het team waar Peter het over heeft, ontstond min of meer organisch, vertelt hij. “Ik ben op een zeker moment – in de tijd dat ik lijsttrekker werd – gewoon alle leden in Zaltbommel gaan bellen en mailen. ‘Hoe sta je erin? Heb je zin om mee te doen?’ Niet iedereen reageerde, maar wie dat wél deed, meende het. Hieruit kwam een geïnteresseerde groep van twaalf tot veertien mensen voort. Met die actieve kern daarvan werkten we in sessies aan het verkiezingsprogramma, in een ruimte boven ’t Stadscafé.
Vanaf het begin bleek dat we qua standpunten en ideeën helemaal op één lijn zaten. Maar ook persoonlijk klikte het. De meesten van ons kenden elkaar niet of nauwelijks, maar de sfeer was direct heel goed. We hebben veel gediscussieerd, maar ook ontzettend veel gelachen en na afloop dronken we beneden aan de bar nog wat. Precies zoals ik het voor me zie als je je inzet voor de lokale politiek: het moet vooral ook leuk zijn. Je moet er energie van krijgen. Alleen dan hou je het vol en krijg je wat voor elkaar.”
In 2001 werd Peter lid van de PvdA. Hij meldde zich aan en werd meteen actief — in de steunfractie, 6-wekelijks stukken lezen, raadsvergaderingen volgen. Een goede manier om te leren hoe het eraan toegaat. “Of er een directe aanleiding was? Dat weet ik eigenlijk niet meer, ook niet wat er toen allemaal speelde in de lokale politiek. Wat ik wel meteen wist is dat ik geen ambitie had om door te groeien naar de provincie of de landelijke politiek.
Lokaal kun je echt iets betekenen voor de mensen om je heen, in je eigen stad of gemeente. Als je ziet wat de gemeente Zaltbommel in de afgelopen jaren allemaal heeft bereikt, bijvoorbeeld aan sportvoorzieningen, het zwembad, de komende nieuwbouw van de Poorterij: dat zijn heel concrete zaken waar mensen wat aan hebben. Dat is mooi. Het gaat in de lokale politiek minder om spelletjes en meer om gewoon dóen, kleine en grote stappen zetten.”