Maarten Fluit

Maarten Fluit - Beeld: Jeroen Mooijman

D66 is voor mij een partij die verandering omarmt. Een partij die op zoek gaat naar overeenkomsten, naar wél samenwerken. Landelijk en regionaal verbonden, maar lokaal als iedere andere lokale partij.

  • Den Haag
  • Rijswijk
  • Hij/hem

Ik ben Maarten Fluit (43), ruim tien jaar Rijswijker, vader van drie jongens en actief bij RHC. In mijn werk als directeur en zakelijk leider voor culturele organisaties zet ik me dagelijks in voor een sterke, open samenleving.

Als D66’er van jongs af aan kreeg ik het mee met de paplepel: gelijke rechten voor iedereen, vrijheid om je eigen keuzes te maken en trots op onze progressieve en innovatieve kracht.

In Rijswijk wil ik me inzetten voor een groene, veilige buitenruimte, maar net zo belangrijk vind ik investeren in verbinding. Via sport, kunst, cultuur en ons rijke verenigingsleven bouwen we aan een Rijswijk waar iedereen zich thuis voelt.

Welke kansen zie jij voor Rijswijk?

Heel veel stukken Rijswijk zijn al prachtig. Dat komt (ook) voor het geweldige groen dat we in onze stad hebben: of het nu de Landgoederenzone is, de parken, of de fijne opzet van Rijswijk Buiten met veel groen en water. Dat moeten we met elkaar vasthouden: een fijne groene plek, midden in het grote stedelijke gebied. Dus: groene(re) straten, fijne wandel- en fietsroutes, voldoende water om van te genieten: dát zou onze stad nog mooier maken.

Wat wil jij als raadslid wil veranderen?

Naast het stimuleren van nog meer “groen” in de stad, vind ik het ook belangrijk om te investeren in onze kunst en cultuurorganisaties en sportverenigingen: van sportverenigingen en -clubs tot de schouwburg, het museum, de bibliotheek en de muziekscholen en de amateurkunst:  investeren in dié zaken die het leven waardevol maken.

Lievelingsplek in Rijswijk

Er is veel om uit te kiezen. de Rijswijksche Hockey Club is een plek waar ik heel graag ben: om zelf te hockeyen of om met de jongens op pad te zijn. Maar vergeet niet Landgoed Te Werve! Wat een geweldige groene historische parel.

Als student aan de Hotelschool werkte ik in de bediening op Te Werve, ik woonde zelfs even kort in het koetshuis. En in Corona-tijd was ‘een rondje Te Werve’ vaste prik: even naar buiten, even weg van alles. Die traditie houdt mijn gezin vol: elke week zijn we wel meerdere keren te vinden op het wandelpad rond De Put.